mijn titel

Schrijftherapie voor rouwenden, ik las er een heel mooi artikel over. In Nederland is er een groepje vrouwen die samenkomen om te schrijven. Jonge moeders die hun echtgenoot verloren. Samen schrijven ze elk apart hun verdriet, hun hoop, hun angsten op. Nadien delen ze hun schrijfsels met elkaar. Gewoon aan de keukentafel of in de tuin, tussen de groenten bij mooi weer. Het lijkt me mooi. Ze mogen ook ‘troepschrijven’, niet mooi, niet voor publicatie vatbaar. Prachtig woord: ‘troepschrijven’, ik doe het ook, dan druk ik gewoon nooit op publiceren.

Het is een manier om je gedachten te ordenen, om niet te piekeren en om gevoelens te delen. ‘De pen brengt rust in de rouw’ heet het artikel. Want, zo staat er: schrijven dwingt iemand zijn gedachten op een rij te zetten, om de kluwen van gevoelens te ontwarren en met nieuwe ogen naar een gebeurtenis te kijken. En dat is het exact, iets doen met die kluwen van gevoelens.

Mijn tempo van schrijven ligt hoog. Zal ik dit volhouden? Dat weet ik niet. Moet dat? Geen idee. Ik laat het gewoon komen.

Het vraagt niet veel inspanning van me. Dat schrijven. Ik schrijf niets in het klad, maar direct van buik naar hoofd naar handen. De woorden komen vanzelf, de betekenis erachter zie ik zelf soms pas later.

De titel van mijn blog ‘Overspoeld worden’ staat voor de angst die naar mijn keel grijpt als ik denk dat ik dit leven zonder Tas verder moet zetten. Het staat voor de tijd die verdergaat, terwijl ik eindeloos op pauze duw. Het staat voor het bodemloze verdriet als ik denk aan de kansen die Tas mist en de kinderen die hem nooit echt levend zullen leren kennen. Het staat voor de wanhoop als ik denk aan de laatste minuut in zijn leven die – ook al denken sommigen dat hij het niet zal beseft hebben – waanzin moet geweest zijn. Het staat voor de tranen die ik vaak niet kan bedwingen als ik denk aan al die anderen die hem missen. Het staat voor de knoop in mijn maag en de pijn in mijn schouders. Het staat voor de oneerlijkheid van het lot.

De ondertitel van mijn blog – veel en veel kleiner – is ‘hoe verder leven zonder jou’. Die titel staat voor voorzichtig hopen op een toekomst. In de eerste plaats voor de kinderen. Het staat voor intenser leven en dus ook intens geluk en dankbaar zijn. In de eerste plaats door mijn kinderen. Het staat voor opnieuw zoeken naar een relatie met Tas, een ander soort relatie, maar even intens. Het staat voor verder leven omdat ik geen keus heb.

Sommigen zouden beweren dat misschien, heel misschien de titel en de ondertitel van plaats kunnenveranderen. Ik weet het niet. Ik hoop het niet. Of ik hoop het wel. Die gedachten zijn duidelijk nog lang niet geordend.

Nele – 5 maanden en 14 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Afbeelding72

 

piekeren kan je leren

Follow my blog with Bloglovin

Ik las  – in het boek ‘ze zeggen dat het overgaat’ – dat onderzoekers vaststellen dat het uiten van pijnlijke emoties bij een rouwproces weinig verschil uitmaakt op vlak van vermindering van rouwreacties of de impact op de gezondheid. Integendeel bij traumaonderzoek (Universiteit van Amsterdam) bleek zelfs dat het uiten van emoties net na een schokkende gebeurtenis juist stress veroorzaken.

Ik kon er me wel wat bij voorstellen. Ik geloof graag dat ik van nature positief ingesteld ben. Maar positief toekomstgericht denken rijmt niet meer met het gevoel geen toekomst te hebben. Ik weet het wel: piekeren kan je leren. Wie veel piekert wordt steeds beter in piekeren, daar ben ik zeker van. Ik hoor mezelf nog tegen dierbaren – die het moeilijk hebben – zeggen: ‘Herpak je alsjeblief. Blijf niet bij de pakken zitten en doorbreek de cirkel.’ Nu schaam ik me. Want het lijkt geen keuze te zijn. Zelfs als ik zou willen dan kan ik niet anders dan de pijn voelen. Ik kan niet anders dan elke dag opnieuw het van de daken schreeuwen ‘Hij is dood’

Laatst stak ik een kaarsje aan met een lucifer en het brak. Plots herinnerde ik me een trucje dat Tas deed met een lucifer. En ik stond te grienen omdat ik niet wist hoe de truc werkt. Tas deed het af en toe voor de kinderen en genoot elke keer weer van hun reacties. Ik kan dan de tranen niet tegenhouden, het gevoel niet wegduwen. En dan moet ik dit gevoel delen. Ik vertel het aan mijn zus, aan de buurvrouw die langskomt, mijn lunchdate of aan elke persoon die het maar wil horen. 90% van mijn tijd denk ik aan Tas, praat ik met of over Tas.

Toen ik – na enkele dagen – verder las, las ik dat het toch goed was om diep verdriet te uiten als het door de omgeving erkend, ontvangen en gedragen wordt. Ik worstel met gevoelens en gedachten en probeer ze hanteerbaarder te krijgen. Het lukt me veel beter als ik mijn gedachten op een rijtje kan zetten in een gesprek of op een blog.

Het lukt me veel beter als ik me gedragen voel, als ik merk dat anderen er zijn. Een reactie op een bericht, een duimpje omhoog, een knikje aan de schoolpoort, een briefje in de brievenbus, een bezoekje,…

Vooruit kijken vind ik angstaanjagend en in het verleden kijken doet veel pijn. Maar als ik naast me kijk zie ik al die vrienden. Het voelt goed om dat te zien.

Nele – 5 maanden en 8 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015