dubbelleven

Ik was een tijdje thuis, maar nu ben ik terug aan het werken. Geen voltijdse, nee dat zou niet lukken.

Werken voelt als een ander leven : ik vind het leuk om te doen, het geeft me afleiding en terug een beetje structuur in mijn leven. Aan de andere kant merk ik dat het onmogelijk is om terug te zijn zoals voorheen.  Dingen die ik belangrijk vond zijn dat nu niet meer. En andere dingen staan nu juist heel erg op de voorgrond. Soms lijkt het daardoor of ik een vreemde ben.

Gewoon net als vroeger over van alles praten en lachen kan ik niet meer.

De kinderen kunnen hun verdriet aan en uit zetten. Het verdriet is als een kraantje dat ze kunnen open- maar ook dichtdraaien. Als de druk te hoog wordt, dan komen de tranen of het gevoel van onrecht. Maar zodra de druk weer wat minder is, kunnen ze verder met hun leven.

Ik dacht niet dat ik dat kon. Dat ik die keuze had. Maar blijkbaar is werken toch vergelijkbaar. Tot net voor het moment dat ik binnenstap op kantoor ben ik met mijn hele zijn bij Tas. Eenmaal ik de drempel over ben zet ik een masker op en functioneer. Zolang ik aan een project of een opdracht bezig ben, lukt dat zeer goed.

Het wordt voor mezelf pas pijnlijk duidelijk dat ik in en andere wereld leef als we pauze houden. Ditjes en datjes … tja daar ben ik niet meer mee bezig.

Ik ben blij dat ik iets kan betekenen op het werk, en het is de enigste plek waar ik toekomstgericht kan zijn. Het vraagt wel energie, en tussendoor opladen is dan ook noodzakelijk.

Nele – geschreven 5 maanden en 27 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

niet bang zijn

Ik leef al heel mijn leven met de dood rondom mij. De dood is altijd aanwezig geweest. In mijn nabije omgeving wordt niemand echt oud. Sommigen gaan bitter jong van me weg.

Ik heb er nooit echt over nagedacht, de dood was gewoon sluimerend (en soms heel pertinent) aanwezig. Ik stond stil bij doodgaan van anderen, maar niet bij mijn eigen dood. Ik kon me voorstellen hoe ik samen met Tas oud zou worden. Wij, zouden dan – de vervelende irritante kwalen die bij oud worden horen- weglachen en genieten van elkaar. Geleerd uit onze fouten zouden we niet meer zo snel kwaad worden en de stiltes laten. We zouden vanzelf traag worden in alles wat we doen.

Nu denk ik vaak na over mijn eigen dood. En ik ben niet bang.

Net na 8 september stortte een vliegtuig neer met vakantiegangers uit Egypte. Ik wou graag ruilen met die mensen. Wij vieren samen in het vliegtuig. Misschien nog net beseffend dat het einde eraan kwam. Met een blik kunnen vertellen dat Tas het beste was dat me overkomen was ondanks en dankzij alles. Onze kinderen in onze armen. En dan gedaan!

Hard natuurlijk, te hard voor de buitenwereld. Weet ik wel!

Over de dood heb ik wel geleerd dat we niet te kiezen hebben. Wie wil leven kan gewoon, zomaar dood gaan. En wie dood wil zijn kan daar echt niet zomaar voor kiezen. Dat recht wordt zwaar bediscussieerd. Niet enkel door professionals, maar ook door nabestaanden en geliefden.

Vandaag leef ik, ook al is dat geen keuze. En dus probeer ik er het beste van te maken. Er zijn voor de kinderen, iets betekenen op mijn werk en vooral veel kleine stappen zetten.

Toch sluimert er een verlangen. Een verlangen om al ouder te zijn. Misschien al grootmoeder, in ieder geval een klein beetje een gevoel van ‘het is af’. En dan mag ik misschien gaan. Dan kan ik misschien toch kiezen.

Nele – geschreven 5 maanden en 25 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Hoe kan ik ademen
met je dood als een brok
in mijn keel?
Hoe kan ik lachen
nu het onherroepelijke vonnis
mijn mond verzegeld heeft?

In een houten kist
gaat de toekomst
tot ontbinding over.
Ik voel hoe ik langzaam
maar zeker bevries.

Toch blijf ik ademen.
Toch lach ik, oudergewoonte.
En dat is misschien
het ergste van alles.

Hanny Michaelis

 

 

Ik heb een buurvrouw …

en die komt… elke avond (tenzij het niet anders kan).
Ik heb een zus en een schoonbroer en die staan naast me … elke keer weer.

Ik vertel hen hetzelfde verhaal. Opnieuw en opnieuw en opnieuw….
Soms voel ik me schuldig dat de dialoog te veel monoloog wordt.
Dat de verslagenheid te moeilijk om te dragen zal zijn.
Dat naast me staan een ondankbare job is.

Ze planten hoop in ons.
Ze maken tijd voor ons.
Ze geven ons letterlijk en figuurlijk voedsel.
Ze doen ons denken.
Ze laten ons niet alleen.

Ik krijg kaarten en brieven.
En dan neem ik me voor dat ik zal antwoorden, maar gek, dan weet ik niet wat ik moet schrijven. Aangekomen? Ja hoor aangekomen. In onze brievenbus en in ons hart.Ik krijg steun van mensen die ik nauwelijks ken, een hoofdknik of een blik van herkenning. Regelmatig staat op de drempel een soepje met een opbeurende tekst. Ik krijg berichtjes via Facebook en (on)verwacht bezoek. Al deze gebaren …

Ze helpen de ijzige kou even verdwijnen.
Ze geven het verdriet een plek en bestaansrecht.
Ze maken het leven even draaglijker.

Duizend maal dank, ik kan jullie nooit teruggeven wat jullie ons geven.

Nele – geschreven 5 maanden en 23 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015