Een dag te laat, want gisteren lukte niet.

Elk met ons geschenk: een krant – de Vaderdag -editie, een zelfgedraaide tas en een nog snel gerepareerde kaart op weg naar jouw plek … voor vaderdag. In de wagen zit ieder op zijn plekje, ieder in zijn rol. Stille en wat luidere tranen. We laten ze, want ze zijn vandaag helemaal juist en gepast.

We zijn alleen op het kerkhof. Troosten is niet aan de orde, want in het nu van het moment is verdriet het enigste juiste gevoel. Het geven van cadeautjes zonder een blij, verraste blik is moeilijk. We doen het toch en staan lang bij jou en bij de leegte die je achter liet.

Op het verlaten kerkhof tikt de regen zachtjes. Tuur rent met zijn kap over zijn hoofd achter een konijntje aan. De leegte achtervolgt hem ongetwijfeld. Het mag! Hij laat de leegte rennen. Hij weet wel, dat het gemis uiteindelijk wint. Ook dat mag! Hij is al groot en kan het aan, verliezen.

Louise blijft nog even, met haar armen rond me heen, luistert ze naar de regen en we voelen het diepe gemis in elke vezel van ons lijf. Samen zijn we dicht bij elkaar en in die nabijheid staren we wezenloos naar de leegte die je achterliet.

Bewust en toegelaten verdriet. Het maakt ons, vreemd genoeg, sterk. Al willen we liever niet sterk hoeven te zijn, Tas. Als we mogen kiezen, Tas, dan kiezen we voor een gewone Vaderdag, dan vierden we het gisteren, gewoon met jou erbij!

Nele – geschreven 3 jaar, 9 maanden en 2 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Overleven in een welvaartstaat.

Het overkwam ons, als een bliksem die plots insloeg. En opeens, onvoorbereid, veranderde mijn statuut. ‘Weduwe’, zo sta ik nu in de boeken van de staat omschreven. Je kan het niet eens kiezen in facebook, en ‘it’s complicated’ dekt al helemaal de lading niet. Het verdriet en de onwezenlijke werkelijkheid drong diep binnen in de krakende botten van mijn lijf en tot in de kleinste plekjes in mijn hersenen. Terwijl ik, die eerste jaren probeerde te overleven werd ik overvallen door de papiermolen van de staat, en de wijzigingen in de wetgeving van de laatste jaren. En toen maakte ik kennis met het overlevingspensioen. (De titel is alvast goed gekozen.)

Op zoek naar steun, kwam ik hen tegen, die anderen, die gelijken, die lotgenoten. In percentages uitgedrukt zijn we verwaarloosbaar, slechts 1% van de leeftijdscategorie 18- tot 59-jarigen zijn weduwe of weduwnaar. In absolute cijfers schrik je toch even: 24.347 vrouwen en 7.348 mannen met ongeveer de helft inwonende kinderen. Meer dan 30.000 verhalen en die zijn allemaal zwaar om te dragen.

‘We leven in een welvaartstaat.’ zo werd me ooit geleerd op de schoolbanken toen ik maatschappelijk werker studeerde. Die schoolbanken, dat is al enige tijd geleden, … die welvaartstaat … het voelt alsof dat ook al enige tijd geleden is. De vele verhalen die ik al aanhoorde en las, vertellen een ander verhaal. Jonge mensen, op de drempel van hun geluk die een huis huurden, anderen die en povere schuldsaldo-verzekering hadden of hoogoplopende ziekenhuiskosten, … Vaak jarenlang met een 2-verdienmodel braaf belastingen afgedragen voor diegenen die het even wat moeilijker hebben, tot jezelf … De frustraties (omwille van de nieuwe wetten en regels, omwille van de financiële moeilijkheden) bovenop het verdriet, het verdriet van onze kinderen en het dagelijkse gevecht om terug evenwicht te vinden in een rusteloze tijd, helpen ons niet verder.

We delen onze frustraties, ons verdriet, onze wanhoop en ook de hoop dat het anders kan. Uiteindelijk bundelden we alles en kwamen tot een voorstel: hoe het anders kan, en beter, en (niet onbelangrijk) niet eens zoveel duurder. Dus ‘en wie gaat dat allemaal betalen?’ is hier echt niet van tel! Deze boodschap is dan ook voor onze opperste leidinggevenden, namelijk onze (nieuwe) regering. Hieronder vind je een situatieschets, een beetje geschiedenis en haalbare voorstellen. De penhouder van dit alles is Evi die ODOS vzw (ouders die opnieuw starten) oprichtte. En helemaal onderaan vind je een petitie, … ! Wil je helpen iets te veranderen? Dan is dit je kans!

Sinds 1 januari 2015 werd het overlevingspensioen hervormd. Het vroegere systeem ging ervan uit dat getrouwde vrouwen van het gezinsinkomen van hun man konden genieten. Door de weduwen van een overlevingspensioen te voorzien, verving de staat de functie van kostwinner.

Echter zijn in de huidige samenleving meestal beide partners actief op de arbeidsmarkt. De zeer beperkte cumulatie van het overlevingspensioen met beroepsinkomsten veroorzaakte een werkloosheidsval bij de overlevende echtgenote. Zij koos vaak voor de zekerheid van een overlevingspensioen boven betaalde arbeid. Een grote nadeel hiervan is dat de vrouwen zelf geen pensioenrechten meer opbouwen.

Nieuwe systeem

De nieuwe pensioenreglementering voor werknemers telt twee uitkeringen voor de langstlevende echtgenoten:

  • het overlevingspensioen
  • de overgangsuitkering

Het is enkel het leeftijdscriterium dat bepaalt welke van de twee uitkeringen wordt toegekend aan de langstlevende echtgenoot en dit meer bepaald door de leeftijd die de langstlevende echtgenoot bereikt heeft op het ogenblik van het overlijden van zijn echtgenoot/echtgenote. Die leeftijd was 45 jaar bij het invoeren van het nieuwe systeem en wordt geleidelijk aan opgetrokken tot 55 jaar tegen 2035.

De duur van de overgangsuitkering, die tijdelijk is, bedraagt ofwel 24 maanden (voor wie kinderen heeft), ofwel 12 maanden (voor wie geen kinderen heeft). De overgangsuitkering kan onbeperkt worden gecumuleerd met andere inkomsten.

Nadelen

De argumentatie dat het oude systeem een inactiviteitsval was voor weduwen die nog de leeftijd hebben om te werken, is een zeer valabel argument. Echter heeft de overgangsuitkering zoals die vandaag toegepast wordt een aantal ongewenste neveneffecten.

Het belangrijkste nadeel is dat er een brutobedrag betaald wordt, wat maakt dat de belastingen achteraf torenhoog kunnen zijn. Bovendien wordt het belastbaar inkomen kunstmatig verhoogd en valt men uit de boot bij de toekenning van bijvoorbeeld een studiebeurs of sociale lening.

De grootste bezorgdheid van iedere ouder is het welzijn van hun kind(eren). Dat is bij alleenstaande ouders die hun partner verloren niet anders. In tegenstelling tot bij een echtscheiding of relatiebreuk waar in principe beide ouders moeten blijven bijdragen in de kosten van de opvoeding, staan deze ouders er financieel echt alleen voor. Ook het systeem van kindergeld werd gewijzigd, in het nadeel van weduwes en weduwnaars, wat opnieuw een slag in het gezicht was.

Het verlies van een partner op jonge leeftijd is zwaar om dragen. Je kind(eren) die hun ouder verliezen zien lijden en hen steunen, is nog vele malen zwaarder. Daarbovenop komen dan nog de zorgen rond administratie en financiën. Die laatste zorgen zouden we graag verlichten met 10 concrete en constructieve voorstellen, waarvan de meeste geen grote budgettaire impact hebben, maar waarvoor wel enkele wetswijzigingen nodig zijn.

  1. Maak de overgangsuitkering en het overlevingspensioen onbelastbaar, dus uitbetaling van een nettobedrag en niet langer een brutobedrag.
  2. Verlenging van de termijn van de overgangsuitkering: een bedrag voor ouders zolang de kinderen studeren.
  3. Voor kinderen geboren voor 1 januari 2019 en waarvan de ouder overleed voor 1 januari 2019: behoud van wezenbijslag zolang ze gerechtigd zijn op kinderbijslag, ongeacht de gezinssituatie voor het bedrag waarop ze binnen het groeipakket recht zouden hebben.
  4. Voor kinderen geboren voor 1 januari 2019 die hun ouder hebben verloren of zullen verliezen na 1 januari 2019: toekenning van het bedrag volgens het oude systeem (368,03 euro) zonder leeftijdstoeslagen. Vanaf het ogenblik dat de langstlevende ouder opnieuw samenwoont, overgang naar het groeipakket.
  5. Niet opgenomen ouderschapsverlof door de overleden ouder overdraagbaar maken naar de langstlevende ouder.
  6. Uitbreiding van het rouwverlof bij overlijden van een partner van 3 naar 10 dagen, waarvan 5 dagen vrij te kiezen gedurende het jaar na overlijden.
  7. Tijdelijke vermindering van de onroerende voorheffing voor woningeigenaars of huursubsidie voor huurders met jonge kinderen.
  8. Tussenkomst voor mensen die niet aan een schuldsaldoverzekering geraken, voor 50% en enkel op een eerste eigendom.
  9. Betere ondersteuning bij rouwverwerking.
  10. Betrek ervaringsdeskundigen en organisaties bij het uitwerken en uitvoeren van het beleid.

We zagen wel eens tegen elkaar, wij lotgenoten, … We vinden het allemaal wel eens heel erg oneerlijk, wij lotgenoten,…. Maar we gaan ook op zoek naar hoe we kunnen overleven. Om – wie weet – op een dag weer de stap naar leven te kunnen zetten. Als we daarvoor tijd krijgen en de ondersteuning die een welvaartstaat zou moeten geven, wie weet … wat we dan nog allemaal kunnen bereiken.

De volledige tekst kan je lezen via: https://www.odos.be/beleidsvoorstellen
De petitie kan hier je tekenen. Op dit moment hebben we 999 handtekeningen, dat kan meer. Veel meer!

Nele – geschreven 3 jaar, 8 maanden en 3 dagen na die verschrikkelijke 8ste september.

lach. noem. vergeet me niet.

lach. noem. vergeet me niet. Zo staat het op je graf, zo doen we elke dag. Het lachen gaat het moeilijkste, maar ik probeer het wel. Verhalen over je vertellen en aan je denken … dat doen we voortdurend. Vandaag is het jouw verjaardag, je zou 47 geworden zijn. En ik zou je grappend wijzen op het feit dat dat al dicht bij de vijftig komt, en dat je dus al oud aan het worden bent. Alleen … oud wordt je niet echt meer. Er staan te veel woorden ‘zou’ in mijn zinnen.

Je zou uitslapen en ik zou, samen met de kinderen, voor ontbijt zorgen. En de kinderen zouden het ontbijt op bed brengen. Dat vond je helemaal niet aangenaam. Kruimels in bed, onhandig morsen met je thee. Maar je zou er toch van genieten, omdat je kinderen aan je dachten. Omdat ze moeite deden en omdat ze je zo kunnen tonen dat ze je liefhebben. Want jij wist dat dat de essentie is: liefhebben.

En we zouden met ons tweetjes gaan eten. Cadeaus gaven we nooit aan elkaar voor onze verjaardagen, we gingen samen eten, dat was het cadeau. Tijd geven aan elkaar, kostbaarder dan alle mogelijke cadeaus samen. Ik zou zo graag nog wat tijd gekregen hebben.

Als ik opnieuw zou mogen beginnen, zou ik je vroeger zoeken en langer vasthouden. Maar ik heb toch maar geluk dat ik jou tegen gekomen ben.

Gelukkige verjaardag lief!

Nele- geschreven op 24 maart, Tas zijn verjaardag, 3 jaar, 6 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

We vergeten je niet.

Ons wonder van een meisje

Ze zit naast me in de wagen. Groot, nu ze – eindelijk – 8 jaar geworden is. De nostalgie die ik al de hele week opspaarde overmant me, terwijl ik bedenk dat ze slechts 4 was, toen … Krampachtig probeer ik het voor me te houden. De cijfers dansen in mijn hoofd. Ze is dubbel zo oud, dubbel zo wijs. Oh, my god, we zijn in het vierde jaar. De tijd vliegt razendsnel. Hoe trots zou hij zijn op haar, ons wonderlijk meisje!

Ik probeer mijn gedachten en gevoelens te onderdrukken terwijl zij vertelt over de fijne scoutsnamiddag. We zijn op weg om haar broer, haar wingman, op te halen van een feestje. De radio staat aan en er galmt één of ander lied over de liefde door de auto. Ik hou van praten in de auto, zonder elkaar aan te kijken en toch heel dicht bij elkaar. Sommigen van mijn beste gesprekken met Tas, met mijn vader vonden plaats hier op deze plek.

En dan begint ze plots te huilen. Zachtjes, maar de tranen rollen onmiskenbaar over haar wangen. Ze doet het vaak, mijn kleine wonder. Schijnbaar zomaar. Vorige week nog. En ik bedenk hoe kwaad ze was op Tuur en mij die haar tranen wilden bedwingen. We wilden troosten, en vooral we wilden dat ze ophield. Ze was kwaad toen ze ons duidelijk maakte dat ze eens gewoon wil huilen. Dus met al mijn wilskracht laat ik haar. Dit haat ik het meeste: het verdriet van mijn kinderen zien. Ik neem haar kleine handje in de mijne (leve de automatische auto). En zo troost ik alweer.

Ik vraag het haar: wil je eens wenen? Ik weet het, het doet pijn en het blijft verschrikkelijk oneerlijk. Schokkend vraagt ze: ‘Mama, waarom ween jij eigenlijk zo weinig voor jouw mama?’. Deze vraag had ik in de verste verte niet zien aankomen. Ik hap naar adem en kan geen kant meer uit. Alle opgespaarde tranen van de laatste week, of is het van de laatste 30 jaar rollen naar beneden. Ik kan geen woord meer uitbrengen.

Subtiel verandert haar handje dat ik troost in een troostend gebaar. We houden elkaar stevig vast, alleen zo overleven we deze momenten.

Kan ik zeggen dat het gemis altijd even pijnlijk blijft, maar dat de frequentie naar beneden gaat? Welk toekomstbeeld schets ik? Zeg ik wat ze altijd tegen mij zeggen: ‘geef het tijd’? Maar wat moet je aan met zo een flauw antwoord? Vertel ik dat het uiteindelijk dan toch gemakkelijker zal gaan?

Eindelijk vind ik mijn woorden terug. ‘Ik weet het schatje, het doet pijn en ook het gemis van mijn mama en papa doet pijn. Maar ik beloof jou dat je nog echt gelukkig zal worden. Misschien als je later zelf mama bent en iemand graag ziet.’ En dan raak ik haar (en mijn) schrik aan. ‘Mama, wat als ik hem vergeet? Ik wil hem niet vergeten! Maar ik vergeet!’

Ik kan terug ademen, want daar weet ik antwoord op. Daarom schrijf ik alles voor jou en Tuur op! Ik zoek alle verhalen in mijn hoofd en schrijf ze op, dan is het niet erg dat je vergeet. Ik verzamel verhalen, zoals foto’s want dat zijn kostbare geschenken. En ze zijn allemaal voor jullie.

We zijn op onze bestemming aangekomen. Vakkundig drogen we onze tranen weg. Geen mens zal het zien, we zijn pro geworden in het terug opbergen van onze gevoelens en onze gezichten opnieuw in de plooi te brengen. Hand in hand stappen we het feestgedruis binnen om onze liefste Tuur terug op te halen.

Ze loopt naast me. Groot, nu ze – eindelijk – 8 jaar geworden is. Ze was slechts 4 , toen … Dubbel zo oud, dubbel zo wijs. Hoe trots zou hij zijn op haar, ons wonderlijk meisje!

Nele – Geschreven 3 jaar, 5 maanden en 26 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Wat doen we in de tussentijd?

Het is drie jaar geleden dat ik mijn eerste blogbericht schreef. Mijn manier om het teveel aan woorden in mijn hoofd kwijt te geraken. Mijn manier om gevoelens en overladen emoties een plek te geven. Mijn manier om contact te blijven voelen met mijn buik en hoofd, zonder gek te worden van gemis en verdriet. Ik schrijf ook tegen het vergeten, want mijn wereld verdraagt geen vergeten meer. Ik ben al zoveel kwijt. Waardevol verleden dat ik nooit zal loslaten.

‘Geef het tijd’ is een zinnetje dat ik haat. Ik heb het zo vaak gehoord en de hoop van de ander dat het mij zou helpen was tevergeefs. Want ik leef in een tussentijd, en wat moet je dan doen? Tussentijden, tussenwereld een mythische plek die doet denken aan elfen en zelfs Bijbelse taferelen. Waar je keuzes kan maken tussen het éne en het andere. De overgangsplek tussen het aardse en het hemelse. Een helse plek ook, wanneer ik niet meer weet wat boven en wat onder is. Wat goed en wat slecht is. Wat vooruit en wat achteruit is.

Och, wat zou ik graag écht tussen de tijd vertoeven. Me er helemaal tussen wringen, tussen de tijd gaan. Doen wat onmogelijk is, op zoek naar hem. Op zoek naar het geluid van zijn stem, de zachtheid van zijn handen, de smaak van zijn kussen. Dan wordt tussentijd het mooiste wat er is. Of wil ik dan weer achteruit?

De tijd is meedogenloos en gaat alleen maar vooruit, telkens weer vooruit, nooit eens achteruit. Schoorvoetend moet ik toegeven dat ik het overleven toch weer afwissel met leven. Het voelt soms als verraad aan dat waardevolle leven dat er nu niet meer is. En toch verschijnt het vaker in mijn gedachten. Leef! Als ode aan hem! Want wat morgen brengt weet niemand.

Ik koos ook voor een tussentijd in het werken. KrisKras, waar ik lang en graag vertoefde afgesloten. Dit loslaten niet eens zo moeilijk. Op zoek naar ‘ground zero’, een bodemnulpunt vanwaar ik opnieuw kan opbouwen. Opbouwen wie ik ben, wat ik doe, waar ik voor sta. Ook hier kan ik naar de éne en de andere kant gaan. De paradox tussen tijd nemen en de tijd die dringt verscherpt en versplintert me soms. Angst om het onbekende is ook mij niet vreemd. Maar, ik laat het toe en krijg, vreemd genoeg, steeds meer vertrouwen in mezelf.

In de brede maatschappij lijkt het wel of heel ons land zich dezelfde vraag stelt. Dringt de tijd? Of hebben we nog voldoende? We zitten duidelijk met z’n allen in een tussentijd. En dezelfde verlammende angst voor verlies komt te voorschijn. Angst om te verliezen. Al gaat het hier dan vaak over verlies van dingen, van spullen, van geld en van status. Ik voel aan de lijve wat in de plaats komt: mogelijkheden, rust, gezondheid, mijn gezin en kwaliteit. Dat zijn de antwoorden die ik krijg in deze tussentijd.

Want als dit alles me één ding leerde dan is het wel dat het de kleine dingen zijn die het grootste zijn.

PS: deze tekst beoogt geen enkele politieke doelstelling, ik werd er niet voor betaald om hem te schrijven en niemand oefende ook maar enige druk op me uit. (Teveel op facebook reacties van mensen gelezen :-))

Nele – geschreven 3 jaar, 4 maanden en 29 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Humor uit het Pajottenland

Ik was gisteren niet van plan om lang televisie te kijken, maar ik bleef plakken aan Urbanus.

Ergens in een ver verleden had Tas een plaat op de kop getikt, vol onnozelheden zoals ‘Rikketikke tik wie bennekik?’ Ikzelf kwam niet veel verder dan ‘Jezuske is geboren in een bakske vol met stroo’, en ik moet eerlijk bekennen dat ik meer dan eens niet verstond wat diene Urbain aan het zingen en het zeveren was. Het was Tas die me vertelde wat die ‘vareus’ was die Gigippeke van Meulebeik voor hem breidde en wat de rest van die ‘sajet’ dan was.

Tas zijn dialect leek op dat van Urbanus. Hij bleef toch enen van het Pajottenland. Toen we eens met maten van hem op reis gingen, lachte ik me krom met hun uitdrukkingen en zij met mij. Ik verstond de helft van de tijd niet wat ze vertelden en maakte er dan maar zelf verhalen van. Uitdrukkingen zoals ‘nog nen choco’ of ‘dan krijgt ge maar een half pakske slaag’ en ‘wan toe trie’, zaten verborgen in de vertellingen van Tas. Af en toe zong Tas zo vals als een kat van Poesjes die stoeiden of van de wereld die om zeep is. Gisteren kwam ik dan ook een beetje thuis toen ik genoot van de tweede aflevering van ‘Urbanus wordt zeventig’.

Ik zei vaak tegen Tas dat hij een zeveraar was, wat ook van Urbanus kan gezegd worden. Hun humor ligt dicht bij elkaar. Zo wou ik eens geld afhalen en toen we samen in zo een afgesloten deel stapten waar de automaten staan zei Tas. ‘Nele, wist je dat dat hier ondertussen met spraaktechnologie is? Ge moet gewoon roepen 100 euro!!!” Of die keer toen we een vriend gingen bezoeken en ik de boodschap kreeg om drie huizen verder te blijven staan. Hijzelf belde aan en ging op handen en knieën zitten. Toen de nietsvermoedende vriend opendeed blafte Tas als een hond. Tas kon niet zonder grappen en grollen en belde geregeld iemand op. Dan deed hij of hij van de politie was en een fiets had terug gevonden of dat hij van Pita Piramide was en de bestelling klaar stond. Hij had zo zijn favoriete slachtoffers. Soms vertrok hij ’s morgens naar het werk met de boodschap: vandaag ga ik nog eens een grap uithalen met die. ’t is al veel te lang geleden.

Een andere eigenschap die hij deelde met Urbanus is de vreemde neiging om dingen op zijn hoofd te zetten. Als hij een pamper ververste bij de kinderen kwam hij geregeld binnen met diene pamper op zijn hoofd. Onderbroeken, tuutjes, etenswaren, … ze moesten allemaal eerst eens even op zijn hoofd (of op dat van Tuur). Urbanus doet hetzelfde, denk maar aan diene selder op zijne kop. De mooiste vind ik de koffiemachine, want dat was de hoofdprijs van d’n tombola. Den hoofdprijs voor mij? Dat was Tas zelf. Eersteklas! ‘Liefke! Ik zien eu gere mijn leven lank.’

En wat Tas allemaal maakte van diene selder in bloei, da blijft tussen ons.

Nele – geschreven 3 jaar, 4 maanden en 8 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Laten we drinken

Ik heb nog een papieren agenda, beetje oubollig. Ik hou van het papier en de lege bladzijden. Het kinderlijk plezier van voorzichtig de eerste afspraken noteren. Geen voorgeprogrammeerde data voor mij, en dus mis of vergis ik me wel eens. Maar belangrijke dagen voel ik in mijn buik. Gisteren was zo eentje, een oude datum van oud verlies, nog steeds springlevend in mijn ziel.

30 jaar geleden was het, in onze kern geraakt toen ze op haar verjaardag het leven vaarwel zei en ons achter liet. Mijn geheugen laat me wel eens in de steek, mijn gevoelens niet. Melancholie en stil verdriet om haar, mijn moeder. Verdriet om afscheid, dit zal ik blijven voelen tot ik zelf deze wereld verlaat. En deze gedachte biedt wonderwel troost. Gisteren was een dag met oude en nieuwere vrienden, met  bubbels en stille verjaardagwensen voor mijn moeder in mijn hoofd. Het is een gepast gevoel bij de start van dit jaar. En er op drinken bijna evident.

Ik maak eigenlijk nooit goede voornemens bij het begin van het jaar. En toch voelt het alsof 2019 potentie in zich draagt. Mijn agenda is opmerkelijk leeg dit jaar. Een bewuste keuze. Ik ga het nieuwe jaar in zonder job, zonder al te veel concrete plannen. Ik krijg er  energie van en voel de eindeloze mogelijkheden. Het is alsof de nieuwjaarsbrieven van de kinderen voor het eerst ‘zin’ hebben. Alsof pijn en zingeving voor het eerst hand in hand mogen lopen en langzaam in elkaar overvloeien.

Ik ken ze niet meer mijn dromen, maar ik geef mezelf tijd om ze tegen te komen. Voorrang geven aan dat wat ik echt belangrijk vind. Vriendschappen en koffie drinken. Huilen en vertellen. Luisteren en lachen. Inspiratie opdoen en experimenteren. Kussen en voelen dat er nog zoveel graag te zien valt. Dat zijn de dingen die ik in 2019 wil doen.

Dat lijkt me verdacht veel op goede voornemens.
Daar drink ik op, santé!

‘Ze vertelde dat ze over de rivier wou springen zonder schoenen aan. Ze sprong zonder te kijken en tuimelde in de Seine. Het water was ijskoud, ze was nadien een maand verkouden, maar ze zei dat ze het zo weer zou doen.
Een dronk op elk mens met een droom, hoe dwaas ze ook zijn.
Een dronk op elk hart vol pijn, de puinhoop die we ervan maken.
Ze legde dat gevoel vast. Een lucht zonder einde, een zonsondergang in een lijst.
Een dronk op elke mens met een droom, hoe dwaas ze ook zijn.
Een dronk op elk hart vol pijn, de puinhoop die we ervan maken.
Ze zei me: een beetje dwaasheid moet er zijn, zodat we nieuwe kleuren gaan zien.
Wie weet waar het ons zal leiden
Daarom hebben ze ons nodig. Lang leve de rebellen, als cirkels in het stille water.
Laten we drinken op de gek met een droom, hoe dwaas ze misschien ook zijn.
Laten we drinken op elk hart dat breekt en de puinhoop die we ervan maken.
Lachend zei ze dat ze het zo weer zou doen.’

Uit La La Land (2016)

 

moeke 1moeke 2moeke 3moeke 4

 

 

 

 

Kerst-mis

Het gaat mis deze kerst, mijn excuses voor de flauwe woordspeling.

Het voelt toch echt mis aan. Kerst is sinds Tas er niet meer is, per definitie een moeilijke periode. Ik ben ondertussen vertrouwd met de vloed en eb van gemis, maar gewoon wordt het niet, nooit. Het verdriet zindert altijd ergens rond, maar vandaag voelt het schrijnender aan.

Ik link het ook aan wat er in ons land gebeurt. Het ontslag van de regering, zojuist aanvaard, is voor mij een teken van de steeds groeiende polarisering. Ik heb niets tegen verschillende politieke meningen, dat lijkt me democratie, maar … standpunten en meningen worden alsmaar belangrijker dan dialoog. Tuur leerde onlangs nog over de verkiezingen en daarbij vertelde ik dat het wijze mannen en vrouwen zijn die gekozen worden, over de partijgrenzen heen dienen ze het algemeen belang. In dialoog gaan lijkt me een eigenschap van wijsheid. In mijn beleving gaat het daar mis.

Waar ik nog meer van wakker lig is hoe de vluchtelingen- en migratiediscussie verwart wordt met hoe wij ons gedragen ten opzichte van de mensen zelf. Dat er, hopelijk wereldwijd een oplossing moet gezocht worden voor deze problematiek lijkt me evident. En dat één ieder daar een andere mening over heeft, kan voor mij wel. (Mijn mening is daarin ook heel erg uitgesproken.) Maar het voedt op de één of andere manier ook een angst naar de mensen die in die situatie zitten. In plaats van te luisteren naar mensen zie en voel ik hoe poorten en deuren gesloten worden, hoe mensen in hokjes geduwd worden. Terwijl … zij maken toch het beleid niet? Zolang er geen afdoende oplossingen gevonden zijn voor droogtes, overstromingen en andere klimaatproblematieken. Zolang er geen blijvende oplossingen voor conflictgebieden komen. Zolang er geweld en onrecht bestaat zullen mensen op zoek gaan naar betere omstandigheden voor zichzelf en hun kinderen.

Iemand die ik ken komt uit Nigeria. Ze vluchtte voor de vele ontvoeringen van kinderen en de opstoten van extreem geweld. Ze wou haar drie kinderen niet laten opgroeien in angst. Wie met haar praat en naar haar luistert, verstaat haar verhaal en zou niets anders gedaan hebben. Ik in ieder geval ook niet. Toch blijven voor haar vaak de deuren en poorten gesloten. Het is maar een voorbeeldje van hoe het misgaat in mijn ogen.

Maar toen was er mijn kleine Louise. Iemand had me aangesproken en we hadden het gehad over de kerstvakantie, en hoe een moeilijke vakantie ik dit vind. Hoe negatief ik dan alles zie. Eenmaal alleen vroeg ze me ernaar? Waarom vind je het mis? Ik vertelde dat ik met Kerst en Nieuw papa extra mis, en dat ik het daarom niet fijn vind. Ze keek me aan en zei ‘maar mama, daarom vind ik dit de leukste vakantie, omdat we dan papa nog meer mogen missen.’

Ik stond perplex. Ik moet zo ver niet zoeken naar wijsheid. En zolang er wijsheid is, is er hoop dat sommige dingen uiteindelijk goed komen. Ik wens jullie een fijne kerst, vol boeiende dialogen en met veel plaats voor gemis. En daar is niets mis mee.

Nele – geschreven 3 jaar, 3 maanden en 13 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Louise

Balanceren

De eerste maanden van het schooljaar lopen op hun einde. De herfstvakantie staat eindelijk voor de deur. De eerste rapporten, de eerste oudercontacten, … ze zijn weer voorbij. Confronterende  momenten waarop ik voel hoe alleen ik ben in het opvoeden van onze kinderen.

Toen ik net mama werd, dacht ik nog – behoorlijk naïef en zelfs een tikkeltje hautain – opvoeden … piece of cake. Wat lach ik mezelf daar nu vaak om uit.  Ik mis Tas in elke stap, in elke beslissing, want opvoeden vind ik vandaag de moeilijkste taak die er is.

Eén van de grootste uitdagingen vind ik de voortdurende tweestrijd tussen zorg dragen voor en weerbaar maken van mijn kinderen die vaak tekenen van gekwetstheid laten zien. Balanceren tussen samen een nestgevoel cultiveren en hen net dat duwtje in de rug te geven om uit te vliegen en hun eigen dingen te ontdekken. De balans slaat soms naar de ene en soms naar de andere kant over.

Ik heb geen idee of het van deze of gene tijd is, maar ik vind onze samenleving vaak zo hard. Ook voor mijn kinderen. Ze moeten zo vaak vechten om hun plaats te vinden, om recht te blijven staan. Ze missen vaak de skills om met die hardheid om te gaan. Dan probeer ik ze weerbaarder te maken, en ga op zoek naar tips en tricks om hen daarin te helpen. Als de balans teveel daarin overslaat dan word ik weer overspoeld door verdriet en wil ik onze samenleving milder maken. Het is sowieso al moeilijk dat samen leven.

Als ik het over dat laatste heb, dan voel ik vaak weerstand. Hoezo de samenleving veranderen? Maar Nele, dat is vechten tegen de bierkaai, is vaak het antwoord. Gek! In mijn professionele loopbaan werkte ik altijd al voor organisaties die de samenleving willen veranderen. Daar mag het wel! En daar beweegt ook echt van alles. Neem nu in mijn huidige job, daar staat duurzaamheid voorop. Ik geloof ook echt dat we met z’n allen daar stappen in gezet hebben. De overgrote meerderheid is mee met het verhaal en ik bekijk vandaag bv glimlachend hoe je Oxfam producten kan vinden in de Colruyt. Was dat vroeger niet enkel voor de geitenwollensokkers?

Of toen we vorige week gingen stemmen? Iedereen die ik hoorde, stemde toch op een partij omdat die een visie had. Omdat die ‘iets’ in de samenleving wil veranderen. Dus daar mag het ook!

Misschien moet ik dat doen? Een partij van de mildheid oprichten of een vereniging. Zou ik er dan wel in mogen geloven?

Of sta ik hierin toch alleen? Is het omdat Tuur, Louise en ikzelf zo geraakt zijn in de kern van ons bestaan dat we onze weerbaarheid kwijt zijn en de dingen té snel als ‘hard’ beschouwen?

Straks is het 11 november. 100 jaar geleden dat de wapenstilstand getekend werd. Toen was dat belangrijk. We hebben die harde oorlog herdacht en we dachten zelfs even nooit meer… We kregen er een feestdag voor. Vandaag kozen onze ministers voor de aankoop van 34 gevechtsvliegtuigen.

Dan toch maar weer voor weerbaarheid kiezen?

Nele – geschreven 3 jaar, 1 maand en 17 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

gat

 

 

 

Niet dood zijn is ingewikkeld

8 september, het liefste stond ik niet op, bleef ik achter in een droomloze slaap. Energie die komt en gaat. 8 september, een dag waar woorden en gevoelens chaotisch door elkaar flitsen in mijn hoofd.

September, een maand van zinnen vol verleden tijd. Zoals: ‘vake zou 70 jaar geworden zijn, Tas zou het ook fijn gevonden hebben’ én ‘hier zou hij om gelachen hebben’ of ‘wat zou hij nu trots op jullie zijn’. 

Aarzelend kijkt Louise me aan en vraagt ‘3 jaar?’. In het tweede leerjaar kan je best al goed rekenen. De kaarsen in de straat tonen de reikwijdte van gemis. In de verte hoor ik een kind zijn papa roepen. 

Hoe omschrijf je radeloze eenzaamheid, verterende verlies en snijdende pijn in een wereld waar iedereen volop leeft?  Ik geef het op, en probeer gewoon te doen. Praktisch. Het helpt, voor even. 

Straks  in bed, met z’n drieën. Ik hoop op een droomloze slaap in de tegenwoordige tijd. Niet dood zijn is ingewikkeld. 

‘Kom terug.
Als ik die woorden eens zo
zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen,
dat niemand zelfs kon
denken
dat ik ze dacht …

en als iemand dan terug
zou zeggen
of desnoods alleen maar
terug zou denken, 
op een ochtend:
‘ja’. 

Toon Tellegen

Nele -geschreven 3 jaar na die verschrikkelijke 8set september 2015.