Doodgaan doe je alleen, niet doodgaan ook!

Is het de koude, gure, maar vooral grijze buitenwereld?
Is het dat zware ritme van terug werken en de verantwoordelijkheid ten volle dragen?
Is het de constant aanhoudende aandacht die de kinderen vragen?

Ik voel hoe ik opnieuw omlaag zak, afdaal in het diepe zwarte gat, daar waar ik alleen sta. Daar waar enkel verdriet, wanhoop en gemis wonen.

Ik probeerde kleine stappen, maar het ging te snel. Later komt nooit meer.
Met lichte gêne heb ik ‘geluk’ uitgeprobeerd, maar het is te licht, te klein en te broos.

Ik constateer vooral dat ik tijd nodig heb om te missen.

Om kleren, foto’s, herinneringen, stenen en allerhande vast te houden en alles dat ermee te maken heeft te missen. Tijd ook om te wenen, om te grienen met mijn hoofd in mijn kussen. Tijd om weg te vluchten in een bodemloze slaap.

Tijd om mezelf te bekijken, het ouder worden te vervloeken. Dat ik wel, en hij niet … De kringen onder mijn ogen worden dieper. Deze jaarkringen verraden dat ik ouder ben dan ik ben. Van binnen grijs, maar diep van binnen donkerder dan zwart.

Onzichtbaar voor de koude, gure, grijze buitenwereld.
Weggestoken op het werk waar de verantwoordelijkheid het verdriet verdringt.
Vermomd door de constant aanhoudende aandacht voor de kinderen.

Doodgaan doe je alleen, niet doodgaan ook.
Geef me maar even tijd alleen, tijd om te missen.

Nele – geschreven 2 jaar, 4 maanden en 9 dagen na die verschrikkelijk 8ste september 2015.

Hoe ligt je naam
als een schip nog op mijn adem.
Hoe liet ik je lichaam weelde
zijn, met een hand die dacht:
‘ik streel’, terwijl het streelde.

En hoe denkt nu mijn hand: ‘ik streelde’.

Word ik verlaten? Nee,
ik word bezocht door verlatenheid,
een gevoel dat ik groots ontvang,
laat mij er maar mee alleen.

Vrij naar Herman De Coninck

tas

 

5 januari, een speciale dag

Vroeger was het feest op 5 januari, dan vierden we de verjaardag van mijn mama, mijn lieve moeke. Ze zou vandaag 68 jaar geworden zijn. Maar die dag veranderde in een dag van verdriet toen ze op haar 39ste verjaardag stierf. Nu 29 jaar geleden weet ik nog precies wat ik voelde die dag. Het is één van de weinige avonden uit het verleden waar ik weer helemaal naartoe kan in mijn gedachten. Een gevoel dat ik nooit meer zal vergeten. Allemaal verdriet om het verlies van heel veel liefde.

Ik hoor het me nog zeggen tegen Tas op mijn 39 ste verjaardag. Vanaf nu ben ik ouder dan mijn eigen moeder. Ik had een gevoel alsof ik iets gehaald had. Wist ik veel! Datzelfde jaar verloren we Tas en bleef er vooral verdriet om het verlies van nog meer liefde.

5 januari vorig jaar ging ik Simonne, mijn schoonmoeder voor de laatste keer groeten. Haar vredige blik werkte vreemd genoeg verzachtend op deze speciale dag. Verlies en liefde heel dichtbij.

Vandaag is het 5 januari 2018. Een rustige, kalme dag. Ik voel de warmte van de zon die we mochten voelen vorige week nog op mijn huid. Ik negeerde het nieuwe jaar en de bijhorend wensen tot nu. Hier in mijn kleine wereld lijkt alles zo betekenisloos. Maar dan krijg ik een kaartje in de bus, een sms’je of een schouderklopje en dan weet ik weer dat het de kleine dingen zijn die het grootst zijn.

Dus dat zijn mijn wensen voor jou dit jaar. Dat 2018 een jaar mag worden vol met kleine grote dingen… een hand in je hand, een knipoog of een glimlach. Een jaar waar verdriet en liefde zich mogen verstrengelen tot een mooi boeket.

Nele – geschreven 29 jaar na die verschrikkelijke dag dat mijn mama stierf, 2 jaar, 3 maanden en 28 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Grijstinten

Grijze lucht met zwarte wolken vol witte sneeuw.
Een wereld in grijstinten.

Onverwacht afscheid, kroop dan toch onder mijn vel.
Van ver verwijderd naar plots heel dichtbij.

Verloren gewaande herinneringen maken bizarre sprongen in mijn hoofd.
Overal betekenissen die zonder jou eigenlijk niets betekenen.

Vroeger had de wereld meer kleur, die van ons een tijdje heel erg groen.
Samenwonend deelden we dromen van een toekomst die nooit kwam.

Hoe kan ik uitleggen dat wat ik slechts kan stamelen tegen mezelf.
Afscheid nemen went nooit!

Sneeuwvlokken die smelten voor ze de grond raken… een regen van zinloosheid.

Voor Carolien Van Hoecke, omdat ik je graag zag maar dat te weinig liet weten.
18 maart 1976 – 2 december 2017

grijstinten

Pauze

Druk, druk, druk, … vreemd het leven neemt het dan toch weer over. Werken, kinderen voeren en halen, een huis onderhouden. En dan volgt de storm in mijn hoofd. Banale zaken nemen te veel plek in, en ik kan ze even niet meer plaatsen. Hier draaide het leven toch niet om! Kleine uitdagingen die ik niet au serieus kan nemen. Het stormt en ik word overspoeld. Tijd voor pauze. Al is het maar een dagje, al is het maar een avond. Pauze om mijn wortels terug grip te laten vinden zodat ik niet wegspoel. Dingen terug op zijn plek krijgen.

En dan helpt schrijven, tranen die langzaam veranderen in woorden. Dierbare woorden.

En er was nog iets dat hielp om terug grip te krijgen. Want toen was er die man. De afspraken waren duidelijk. Ik hoef geen relatie, ik hoef geen gevoelens, ik wil gewoon even leven. Vrouw zijn in alle facetten van het woord. En hij wou me dat geven, gewoon een enkele avond. Hij kent mijn verhaal, mijn verdriet, mijn angsten, maar ook mijn behoeften en mijn schreeuwende huidhonger. Tas was bij ons, de hele avond lang. De eerste keer. Ze komen nog zo vaak voor, de eerste keren. Mezelf heruitvinden, uitzoeken wie ik ben. En daar tijd voor nemen.

Als ik de keuze had dan duwde ik niet op pauze, maar op rewind. Ik probeerde die knop al eindeloze keren, maar hij is stuk. En dan neemt de storm me mee, en drijf ik verder weg dan ik wil. De pauze-knop is rustiger.

Ik vond in deze pauze weer een puzzelstukje van mezelf. Een belangrijk puzzelstukje waar het woordje ‘vrouw’ op staat.  Het mag er zijn dat puzzelstukje, net zoals de stukjes waar ‘voor altijd vrouw van Tas’ op staat en het stukje ‘moeder’.

En wie weet, vind ik er nog wel, van die verloren puzzelstukjes. Ik neem me alvast voor om af en toe op pauze te drukken zodat ik tijd krijg om ze te zoeken en te vinden.

gebroken vrouw

Nele – geschreven 2 jaar, 2 maanden en 25 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

 

En zo verandert de herfstvakantie in een tijd om Halloween te vieren in plaats van een moment om de doden te herdenken.

Klinkt hard hé: de doden herdenken. Durven we het nog? Voor mij klinkt het niet hard. Doden herdenken, dat doe ik elke dag. Dood, dood, dood, … ik kan het nog steeds van de daken schreeuwen. Hij is dood!! Maar ik voel dat mensen dan bang worden, alsof ik hen iets wil aandoen. Alsof ik een vloek uitspreek.

Deze week hadden de 2 juffen van mijn kinderen beloofd om iets te doen rond de dood. Om een verhaal voor te lezen, om het over een dode papa te hebben. In beide klassen is het uiteindelijk niet aan bod gekomen. Zonder uitleg, zomaar is de intentie verdwenen. Mijn kinderen snappen er niets van. Terwijl ze niets liever willen. Praten over hun papa, luisteren naar verhalen over hem, praten over de dood.

Ze hebben het al goed geleerd. Ze kunnen het tegen iedereen zeggen: wel honderden keren. Dood, dood, dood, … mijn papa is dood. En ja, we leren dat hier. Want praten over dood moet je leren. Net zoals je de tafels leert of ‘ik’ leert schrijven. Maar mama, waarom doet de juf dat dan niet. Ik kan alleen maar gissen en zeg hen. Ik denk dat ze niet durven. Misschien omdat ze bang zijn dat je dan verdrietig wordt. En dan krijg ik het volgende antwoord: ‘Maar ik ben al verdrietig. Ik ben altijd een beetje verdrietig. Ik wordt juist blij als iemand over papa babbelt.’ Natuurlijk bestaat ook de kans dat er eentje in tranen uitbarst. En dan? Mag dat dan niet?

En zo verandert de herfstvakantie in een tijd om Halloween te vieren in plaats van een moment om de doden te herdenken.

De klok heb ik teruggedraaid, terwijl de tijd nog stil staat. Buiten is het snel donker en de koude nestelt zich in onze botten. We zullen Halloween vieren, maar plannen ook dat andere … Want de herfstvakantie kondigt die zware donkere tijd aan die we weer door moeten komen. En dat lukt alleen als we ook tijd nemen om aan hen die we zo hard missen te denken.

En dus plannen we dinsdag ons knutselmoment om voor iedereen die we graag zien, maar niet meer echt kunnen zien iets moois te maken. Meer hoeft dat niet te zijn. Ik zou denken dat iedereen dit kan.

IMG_4604

(Tekening van Anthe – te bewonderen in onze boekenkast)

Nele – geschreven 2 jaar, 1 maand en 21 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Want alleen de liefde, de liefde alleen is eeuwig

Ik vond dit  op de facebookpagina van een vriendin, eentje die weet. Hij verwoord exact wat ik wil ik wil verwoorden.
Afgelopen zomer verloor Koen Torrekens zijn jongste zoon Victor op reis: zijn getuigenis.

Wij hebben deze zomer op een brutale manier ons jongste zoontje van acht jaar verloren. Zomaar op reis door een slecht onderhouden jacuzzi. Van de hoogste graad van geluk naar de totale wanhoop op twee minuten tijd. De rit terug is langer. Veel langer. Over deze rit wil ik het vandaag hebben.

Dit is geen aanklacht tegen slecht onderhouden jacuzzi’s, geen sneer naar welke overheid dan ook, geen oproep om nog wat meer wetten te schrijven..… Het is een ode aan het leven en geschreven voor de grote groep van mensen die gelukkig wel gespaard blijven van dit soort drama’s.

Mensen die een kind verloren, zijn plots niet slimmer geworden. Zij doorgronden de wereld niet beter en analyseren Kant of Nietzsche niet beter dan voorheen. Allemaal hebben ze veel verdriet, ze zijn vaak verbitterd en kwaad, vaak verliezen ze hun vertrouwen in iets: hun partner, God en vaderland, het leven of erger nog de liefde…

Hebben zij dan meer recht op spreken? Voor één bepaald domein wel. Omdat zij, ik moet nu helaas wij schrijven, een unieke ervaring hebben meegemaakt die we moeten delen omdat wij als maatschappij moeten nadenken over hoe we in het leven moeten staan. Wat is belangrijk en wat niet? Hoe moeten we onze tijd indelen? Ouders van verkeersslachtoffers mogen niet de verkeerswetten herschrijven maar ze hebben wel het recht en zelfs de plicht om maatschappij en politiek te wijzen op het onmenselijke leed dat achter elk slachtoffer schuilt.

Vele zaken zijn vandaag aangenamer en eenvoudiger dan pakweg vijftig of honderd jaar geleden. We leven en waarschijnlijk ook sterven, comfortabeler dan vroeger. Een kind verliezen is echter een uitzondering op deze regel: onze maatschappij leeft nu met haar rug naar de dood, dergelijke drama’s waren vroeger frequenter dan vandaag, onze voorouders genoten van een naïeve religiositeit die troost en comfort bood en bovendien lieten de economische omstandigheden vaak weinig ruimte tot rouw en piekeren.

Met het speelgoed, de herinneringen en de foto’s van een achtjarig kind kun je vandaag letterlijk een vrachtwagen vullen en op de meest onverwachte momenten en plaatsen springt hij dus terug in jouw gezicht. Vaak een lachende herinnering. Hoe harder hij toen lachte, hoe harder je nu weent. Het is zoals de boodschap bij financiële reclame: het geluk in het verleden is geen garantie voor het geluk in de toekomst.

Hoe ga je hiermee om indien in dit in jouw directe omgeving gebeurt? De eerste reactie is er meestal één van ongeloof, verbijstering en verdriet maar vervolgens worden we weer praktisch: “Gaan ze nu nog mee op skivakantie”, “Hoe gaan we dit aan onze eigen kinderen vertellen” etc.. De mens reageert zoals hij geprogrammeerd is en bekijkt alles eerst vanuit zijn eigen standpunt. Vervolgens komt, laten we het maar toegeven, vaak een gevoel van opluchting en zelfs “blijdschap” met het besef dat het noodlot, zoals een Amerikaans precisiebombardement, net naast jou is ingeslagen en niet bij jou. En zo komen de gedachten automatisch bij de getroffen mensen.. “Ocharme…Wat kunnen we doen voor hen?” De reacties van onze Franstalige vrienden waren sprekend. “Mon pauvre ami…” vertolkt taalkundig perfect het gevoel. Je blijft achter met alle materiële zaken intact, maar toch voel je je bestolen en straatarm.

Toen wij thuiskwamen vanop reis, was onze voordeur versierd onder de bloemen. Zeer emotioneel als je zo thuis komt vanuit je droomvakantie. Maar toch… dank u lieve buren! Onmiddellijk krijg je een gevoel van: “we staan niet alleen met ons lijden…” Medelijden is een gruwel maar in de etymologische zin zo mooi. De dagen nadien kwamen vrienden en buren ons eten brengen. Hoe primitief en absurd lijkt dit in een wereld van Deliveroo en kant en klare maaltijden! Nu kan ik alleen maar zeggen: “Doe het mensen, doe het!“

Als je na die eerste nacht thuis, met een hoofd vol verdriet, naar de bakker wil stappen en je ziet voor de deur een zak pistolets staan dan is je eerste gedachte niet van “ik had liever tijgerkes of sandwiches gehad…” Neen, dan kijk je even met betraande ogen de lege straat in, neemt dankbaar de zak en keert weer terug naar de geborgenheid van je gekwetste gezin. Het mooiste vind ik nog altijd dat ik tot vandaag nog altijd niet weet wie ze gebracht heeft. Geen naam, geen kaartje, gewoon elke morgen pistolets… Het klinkt haast als een gebruik van één of andere primitieve stam maar ga alstublieft gewoon eten brengen. Vraag ook niet van “moet ik iets maken?“ Neen! Ga gewoon aan de deur staan met die pot soep in je handen…De dood is ruw, primitief en oeroud. Eten en drinken ook…

Komen we op het tweede punt: bezoeken of niet bezoeken…Ik kan kort zijn: bezoeken! Ik ben niet de meest sociale persoon en telkens als iemand schuchter aan de deur stond, was mijn reactie steeds dezelfde: “ik ben blij dat je er bent, kom binnen, maar het kan zijn dat ik jou na twee minuten buiten gooi”. Twee minuten werden altijd twee uur. We hebben samen gegeten, gepraat, herinneringen opgehaald, vaak samen gehuild en soms werden wildvreemde mensen verbonden in het noodlot…

Mijn derde goede raad gaat over de tijd. Hij is ons eeuwige vijand maar bij een rouwproces is hij een (trage) vriend. Als je je eigen dode kind in je armen hebt gedragen, als je hem bent gaan herkennen in een mortuarium en hem vervolgens hebt begraven dan denkt je logisch verstand: “het ergste is achter ons.. “ Helaas, pindakaas zoals ons jongetje steeds zei.. We zijn nu bijna twee maanden later en het gevoel van gemis en leegte wordt nog elke dag groter.

Wat ons menselijk leven mooi maakt, namelijk een bewustzijn met emoties, vreugde en verdriet, wordt nu een gruwelijke en sluipende vijand. Wij zijn geen meester van onze gedachten. Verdriet, schuldbesef, woede komen en gaan zoals de golven aan zee… Zelfs met al je ratio op scherp, kun je niet ongehinderd naar een muurtje kijken zonder te hopen dat hij plots van achter het muurtje springt. “Dag papa!” Ondertussen zit onze kat, die zo vaak met ons zoontje heeft gespeeld, gewoon in de sofa. Ze kijkt mij uitdagend en nonchalant aan en vraagt zich waarschijnlijk af wat ze straks zal eten. Net zoals de schoonheid van Mozart haar koude vacht niet kan raken, zo ook blijft ze onbewogen bij het plotse overlijden van haar speelkameraadje. Helaas, pindakaas… wij zijn mensen.

Hou dus uw inspanningen vol, maanden aan een stuk. Eventueel niet met dezelfde intensiteit, spreek af met vrienden voor een buurtrol. Ga er even niet vrolijk van uit dat het na een maand voorbij is. Ik denk nog aan die arme buurman die na twee weken naar mijn vrouw stapte en vroeg of het al beter ging. “Neen, hij is nog altijd dood”. Een brutaal en intriest antwoord. Vroeger was ze geen van beiden.

Vervolgens is er het internet en de bijhorende sociale media. In een tijdperk waar relaties gestart en gestopt worden via Messenger en waarbij aan nationale en zelfs internationale politiek wordt gedaan via Twitter, is de verleiding groot om ook ons medeleven af te handelen via Facebook of via de website van de begrafenisondernemer… “Er zal toch genoeg volk in de kerk zijn..”, “Ze zullen toch voldoende bezoek thuis hebben…” Neen dus… wees aanwezig, en vooral levend in vlees en bloed. Een familie die op een dusdanige wijze gekwetst is, zal zichzelf niet opdringen. Zij kruipt net als een gewond dier terug in donkere geborgenheid van haar hol of grot. Dring uzelf op. En tenslotte, wees de dagen of weken nadien iets voorzichtiger met de likeknop op Facebook. Natuurlijk stopt jouw leven niet omdat jouw beste vrienden hun kind hebben verloren. Maar met één klik op de likeknop kun je wel bij hen de indruk wekken dat je de week nadien al aan het feesten bent als de beesten…

Als laatste wil ik het even hebben over uw leven. Ik veronderstel even dat magere Hein zich tot nu toe bij u netjes heeft gedragen. Hij heeft de ‘volgorde van het leven’ gerespecteerd of uw laatste troostende woorden tot uw kinderen betroffen de cavia die ’s morgens stilletjes in zijn nestje bleef liggen… Een kind verliezen zou de meest fantastische ervaring kunnen zijn die je als familie kunt meemaken. Het zou echter na een maand moeten stoppen. “Dag mama, dag papa, waar zaten jullie?” Hoe gulzig maar ook hoe doordacht en wijs zou je nadien door het leven gaan! Helaas, pindakaas… Zo werkt het dus niet.

Elke ouder heeft zich al eens ingebeeld dat zijn kind dood is. Dat beklijvend moment als plots je peuter uit je zicht is verdwenen op een druk strand. Die namiddag toen hij als puber met de fiets vertrok en je vijf minuten later in de verte een sirene hoorde. Of gewoon s’nachts, badend in het angstzweet, na een nachtmerrie… Niemand kan zich echter inbeelden wat het is om een kind eeuwig en altijd te missen. Eerlijk gezegd ik ook nog niet…

Het leven is kort en fragiel. Tachtig jaar of acht jaar, wij zijn oneindig langer dood dan levend. Vroeger werden we vanop de kansel daar regelmatig aan herinnerd. Vandaag predikt de maatschappij rondom ons een illusie van eeuwig leven. Zelfs de reclame van uitvaartverzekeringen ademt een sfeer van onbezorgdheid en eeuwigheid uit. Wat kun je leren van een brutaal overlijden?

Het is gevaarlijk om niet in goedkoop epicurisme te vervallen. Dit is geen pleidooi voor een grotere religiositeit, geen pleidooi om de rest van het leven te bekijken vanuit een hangmat in de tuin. Het is wel een oproep tot liefde. Geef en krijg! Kijk maar na: alle grote momenten van geluk zijn op één of andere manier verbonden met de liefde. Laat de liefde al uw handelingen en gedachten inspireren. Enkel de liefde, en niet de woede of een gerechtszaak, zal ons als gezin er terug bovenop helpen. Bemint elkander. Het is diezelfde liefde die je nodig zult hebben wanneer je met een kom soep zal aanbellen…

En oh ja.. voor ik het vergeet, zijn naam was Victor. Hij was ontzettend gek op dieren.

 

Antwoord op mijn brief

De brief die ik gisteren schreef, heeft blijkbaar heel wat mensen geraakt. Mijn blog werd nog nooit zo druk bezocht. Deze ochtend om 10u kreeg ik antwoord van Filip Watteeuw. Het lijkt me dan ook maar normaal dat ik ook zijn antwoord aan jullie meegeef.

Mag ik jullie ook nog meegeven dat ieder van ons dit kan. Een situatie aankaarten, veiligheid verzekeren voor iedereen onder ons, zodat ongelukken minder gebeuren. Ik zal in ieder geval de situatie in Zwijnaarde blijven aankaarten bij de bevoegde instanties. (Ik hoop dat er al stappen ondernomen werden.) En als ik nog eens een verkeerde signalisatie zie, dan doe ik het gewoon weer.  Doen jullie mee?

Geachte mevrouw Decoodt

Bedankt voor uw mail. Het is vreselijk wat u en uw gezin is overkomen. Ik weet dat het voor mensen die dit niet hebben meegemaakt onmogelijk is om dit helemaal te begrijpen. Het is heel sterk van u dat u toch op een constructieve manier de aandacht vestigt op probleempunten. Mijn respect.

Het verkeer veiliger maken is voor mij absoluut een prioritair aandachtspunt. En signalisatie bij wegenwerken is dan inderdaad heel belangrijk. Want weggebruikers komen bij wegenwerken en omleidingen in een nieuwe, onbekende situatie terecht. Daarom moet die signalisatie helemaal in orde zijn. Weggebruikers moeten de situatie snel kunnen ‘lezen’. Daarom moet er bij omleidingen ook voldoende ruimte worden voorzien voor zwakke weggebruikers. Het gaat niet op om fietsers en voetgangers onbeschermd de rijweg op te sturen.

Het Mobiliteitsbedrijf besteedt hier veel aandacht aan en geeft duidelijke richtlijnen wat betreft de signalisatie. De meeste aannemers van de werken die dan ook de signalisatieborden plaatsen doen dat ook nauwgezet. Maar jammer genoeg doen niet alle aannemers dat. Bovendien is er dikwijls een probleem met bordendiefstal of vandalisme. Maar dan nog is dat geen afdoende reden voor gebrekkige signalisatie. Regelmatige controle van de signalisatie moet dat voorkomen. Ik wil daar nog bijkomende inspanningen voor doen om dat beter te krijgen. Ook de andere overheden waar we mee samen werken zoals het Agentschap Wegen en Verkeer willen daar inspanningen voor doen. Het is daarom goed dat u deze situatie meldt. Zo kan er sneller worden ingegrepen.

Ik heb uw mail ondertussen al doorgestuurd naar de overheid die verantwoordelijk is voor deze werf aan de Della Faillelaan en de bijhorende signalisatie, met name het Agentschap Wegen en Verkeer (Vlaams Gewest). Het Agentschap heeft ondertussen al gevraagd aan de projectleider om de signalisatie in orde te brengen.

Zoals u merkt ben ik in deze niet helemaal ‘de overheid’. De versnippering van bevoegdheden met verschillende overheden is één van de zaken die er voor zorgt dat signalisatie niet steeds vertrekt vanuit gelijke principes en dus soms ook minder duidelijk kan zijn voor de weggebruikers. Het zou in ieder geval beter zijn als er voor een stedelijk gebied slechts één wegbeheerder zou zijn.

Ik wil u nogmaals danken voor uw melding. Het is een stimulans om het beter te doen op onze eigen stadswegen en om onze collega-overheden aan te zetten om ook te zoeken naar een betere kwaliteit van de signalisatie.

Met vriendelijke groeten

Filip Watteeuw

Schepen van Mobiliteit en Openbare Werken

Brief

Vandaag voelde ik frustratie, meer dan andere dagen. En omdat onlangs iemand me zei dat ik iets moest doen met die frustratie, ging ik aan de slag. En ik schreef een brief. Een brief die ik vandaag mailde.

Misschien niet zo een goed idee om hem ook hier te publiceren, ik volg zoals zo vaak gewoon mijn buik. Wie weet gebeurt er ooit op een dag iets goeds mee. Dus ik laat jullie meelezen.

Beste Filip Watteeuw,
Schepen van mobiliteit Gent 

Hoewel ik in Merelbeke woon, ligt Gent me nauw aan het hart. Dus laat ik vooral starten met te melden dat ik fan ben van uw beleid en in het bijzonder wat je deed en doet voor de voetgangers en fietsers in Gent.

 Ik schrijf echter naar aanleiding van iets heel anders. Net iets meer dan 2 jaar geleden, om precies te zijn, op 8 september 2015 veranderde mijn leven (en dat van mijn gezin) drastisch. Misschien herinnert u zich die tijd.  Het weekend ervoor, op 5 en 6 september 2015 werd de trambrug in Zwijnaarde eindelijk geplaatst. Het laatste stuk over de r4.

Om dit te doen werden er op de R4 wegversperringen geplaatst. Die bewuste middag, 8 september reed mijn man naar zijn werk in de Ikea. Vanuit Merelbeke de meest logische route. Mijn man, al heel zijn leven een motorrijder, reed ook die dag met zijn moto. Hij reed zoals het parket achteraf ook  bevestigde 70 à 80 km per uur. Er stonden borden met een snelheidsbeperking van 70 km. Hij raakte met zijn kofferbak helaas een paal, en toen nog één en nog één. Hij moet met alle macht geprobeerd hebben controle te krijgen over zijn motor. Uit het onderzoek bleek dat er remsporen gevonden zijn, blokremmen is voor een motor niet gemakkelijk. Zeker niet als je de controle kwijt bent. Rechts reden er wagens, links was de vaart. Ik heb van mijn man geleerd dat je moet kijken naar het gat, naar daar waar je naartoe kan. Maar hij kon geen kant uit. Hijzelf vloog op de stilstaande (onbemande) signalisatiewagen. Zijn motor vloog enkele meters naar links en vatte onmiddellijk brand. Mijn man was op slag dood. Sinds die dag overleven ik en de kinderen. Het blijft een moeilijk te plaatsen gegeven en het verdriet, de rauwe pijn en het gemis blijven enorm. Ik had nadien contact met het gerecht, de verzekering en de politie. Iedereen die die dag opgeroepen was om te gaan kijken, was ontdaan en zal enkele nachten niet geslapen hebben. (Wij hebben nog steeds slapeloze nachten.)

Het parket onderzocht de situatie en constateerde dat de signalisatie niet stond zoals op het inplanningsplan stond. Zo stonden er borden met snelheidsbeperking 70 km in plaats van die van 50 km. Zo stond er een bord te weinig met aanduiding van een wegversmalling. De signalisatiefirma getuigde dat borden onderhevig zijn aan weersomstandigheden en diefstal. Maar hoe bovenstaande situatie kan gebeuren daardoor, geen idee. Justitie onderzocht de zaak en concludeerde dat er geen oorzakelijk verband was tussen het ongeval van mijn man en de foutieve signalisatie. Dit laatste was een harde dobber, maar ik kan er nog inkomen.

Waar ik het echter wel moeilijk mee heb, en helemaal niet versta is het volgende:
1.       Er wordt een fout door de signalisatiefirma ( XXX) vastgesteld door justitie.
2.       De signalisatiefirma wordt niet vervolgd, krijgt geen boete.
3.       De kosten aan de signalisaties (de palen, de signalisatiewagen en de stalling van de motor die langer duurde aangezien de signalisatiefirma deze niet vrij gaf) worden aan ons (de nabestaanden) aangerekend.

Ik hoorde achteraf dat dit normaal is aangezien de overheid (laat ik dit voor het gemak even u noemen)  de werkgever is van de werken. Blijkbaar bent u dan ook de enige die hier iets mee kan doen. Als u deze signalisatiefirma geen opdrachten meer geeft of toch ten minste een boete, een aanmaning of iets … dan zou het onrecht iets minder zijn in mijn ogen.

Hopelijk begrijpt u mijn frustratie. Ik ben een burger die belastingen betaald, als ik een parkeerticket niet betaal, dan krijg ik een boete, … Maar als zo een firma gewoon maar wat plaatst dan krijgen die altijd gelijk, zelfs als een fout aangetoond wordt door justitie.

Waarom ik u nu net vandaag deze brief schrijf? Wel ik reed met de fiets (wat ik dagelijks doe) naar Gent. Er zijn werken op de brug van Merelbeke naar Zwijnaarde (Della Faillelaan). Elke dag staat de signalisatie daar anders. Dus elke dag is het goed uitkijken hoe je best als fietser rijdt.(Als automobilist ook trouwens.) De plek waar de fietsers moeten rijden is slecht aangeduid en heel smal gemaakt, waardoor een paal raken vast af en toe gebeurd. Vandaag stond er tot mijn opperste verbazing een streep (met plakband) door het bord van de fietsers. Je mag als fietser daar dus niet rijden. Even nadenken, de kortste omweg is via de Hundelgemsesteenweg naar Gent, een omweg van ongeveer 10 tot 15 km, afhankelijk waar je moet zijn. Voor een fietser geen kleine omweg. Nergens op voorhand werd dit aangeduid, nergens las ik daar enige communicatie over. Ik vermoed dat hier niet over nagedacht wordt en dat dit gewoon gebeurd.  Ik zag iedereen erdoor rijden, en dacht aan de vele jonge fietsers die ’s morgens ongetwijfeld gepasseerd waren. Ikzelf reed er ook door. Anders verloor ik minstens een half uur op mijn werk. ’s Avonds in omgekeerde weg was de situatie nog erger. Ik zag zelfs tot mijn verbazing signalisatie op de weg liggen, waardoor auto’s moeten uitwijken. Ik trok foto’s van deze situatie (die ik u in bijlage graag meezend). Toen ik op zoek ging naar het bord met wie de verantwoordelijk is van deze signalisatie kon ik dit niet vinden.

Ik vind het mijn burgerplicht u dit te melden en vraag u dringend hiermee aan de slag te gaan. Ik snap uiteraard dat er soms werken aan de openbare weg nodig zijn. Ik vraag echter met aandrang dat dit in alle gevallen op een zo veilig mogelijke manier kan gebeuren voor alle weggebruikers. Misschien kunnen zo ongevallen in de toekomst vermeden worden, en zijn onze slapeloze nachten misschien toch nog iets waard.

Graag geef ik u nog het dossiernummer mee van het onderzoek naar het ongeval waarbij mijn man het leven liet. XXX pv nummer XXX. Op die manier kan u het nog eens nalezen.

Met vriendelijke groeten,
Nele Decoodt

Nele – geschreven 2 jaar en 24 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Alleen opvoeden

Alleen opvoeden, ik kan het niet altijd.

Soms wil ik schreeuwen tegen Tas: ‘ik kan dit niet alleen.’ Het komt natuurlijk omdat ik vrijdagavond te lang op was en net iets te veel pintjes dronk … en dan komt het weekend. Een weekend vol met mijn kindjes die vragen stellen, aandacht willen, eten nodig hebben, … En dan kan ik het even niet meer. Dan maken ze teveel ruzie, en discussiëren ze te veel naar mijn gevoel. En ik wil dat ze het zelf oplossen, want ik heb geen idee wat de juiste oplossing is. Ik weet het wel, ze zijn nog te klein om alles zelf op te lossen. Wie wil het dan komen doen? Want alleen opvoeden, het lukt hier even niet.

Meestal merk ik het aan mijn ‘inspraak-geven’. Dan beslis ik niets meer en vraag hen om dat te doen. Stom natuurlijk, dat weet ik ook wel. En bovendien willen ze nooit hetzelfde. Zo had ik ons eens ingeschreven voor de BBQ van de voetbal van Tuur. Terwijl Tuur zijn match speelde voelde ik al dat Louise eigenlijk naar huis wilde. Na -naar mijn gevoel- eindeloze keren haar te motiveren, begin ik het op te geven. En tegen de tijd dat Tuur gedaan heeft, ben ik al van plan om de BBQ over te slaan en naar huis te gaan. En dan geef ik hen inspraak. ‘Wat zullen we doen kindjes? Naar huis of hier blijven?’ Iedereen – ikzelf ook wel- weet het antwoord al. Louise wil naar huis en Tuur wil blijven. En ik wil janken. De enigste manier om het op te lossen is kordaat zijn. Het is uiteindelijk een papa – die ik nog nooit zag – die me zegt. ‘Maar Nele toch, je hebt dit betaald en jij bent de baas. Je moet ze zekerheid geven door het heft in handen te houden.’ En dan denk ik het weer. Alleen opvoeden. Het lukt me vaak niet.

Ik ken er wel wat, anderen, die vinden dat ze ook alleen opvoeden. Maar hier maak ik een onderscheid. Want zelfs als je gescheiden bent en als koppel niet meer functioneert toch kan je het opvoeden delen. Zelfs als het met af en toe een ruzie is, hoef je geen beslissingen alleen te nemen. Laat ik Tuur alleen naar de bakker fietsen of is dat te vroeg? Moet ik nu naar de dokter met Louise of is het niet nodig? Zal ik het voorval bespreken met de juf of ben ik gewoon te overbeschermend? Zullen we van school veranderen of niet? Kijken ze teveel televisie of valt het wel mee? Zal ik Louise terug een pamper aandoen of ga ik er nu eens serieus voor? En terwijl ik ook enkelingen ken die ook echt alleen opvoeden (Respect met een grote R) voelt het anders als ik babbel met mensen die gescheiden zijn. Ook al heb ik veel respect voor de uitdagingen waar gescheiden mensen voor staan, soms komt vergelijken niet goed over. Zo zei eens iemand tegen me: ‘Ah, maar ja, jij hebt de kinderen altijd.’ En dan denk ik ja, ik heb mijn kinderen altijd. Ik moet ze alleen opvoeden en dat lukt me, maar niet altijd.

Het einde van het weekend is in zicht, en ik heb het opgegeven. Dus mijn kinderen zitten alweer voor een schermpje, stil en braaf te wezen. Terwijl in mijn achterkwab de wetenschap duwt dat ze eigenlijk buiten moeten spelen. Vandaag autoloze zondag zouden we met de fiets naar allerhande activiteiten moeten gaan, die ze geweldig zouden gevonden hebben. Ik besef dat ik het angstvallig niet verteld heb tegen hen, want dan moest ik mee. Zie je wel, opvoeden, het lukt me vandaag niet.

En terwijl ik dit typ besef ik dat ze nog eten moeten krijgen. En dus … laat ik jullie. Als ik ze vandaag geen opvoeding gaf, dan toch wat voeding.

Nele – geschreven 2 jaar en 9 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015IMG_4319

Zonder woorden

Woorden zijn me dierbaar. Ze troosten, verzachten en kunnen tot leven wekken. Ze verbinden, helpen begrijpen en doen me nadenken. Geschreven of gesproken, in dialoog of monoloog, woorden waren wat overbleef nadat Tas er zo plots niet meer was.

Gisteren, 2 jaar geleden, … ik vond dat ik iets moest schrijven voor hem, voor mij, voor iedereen. Maar ik vond ze niet. Er waren geen woorden te vinden voor het gevoel in mijn maag, voor de eindeloos diepe leegte die gisteren meer dan ooit voelbaar was.

Ik opende en sloot mijn computer, een aantal keer. Verschrikkelijk, zelfs de woorden lieten me in de steek. Ik kroop dan maar in mijn bed. Alleen.

Alleen wou ik zijn, want wat moet ik zeggen als er geen woorden meer zijn?

Anderen schonken me woorden. Een kaartje in de brievenbus, een berichtje op de telefoon. En weer lukte het niet. Een schamele ‘dank je’ of ‘xxx’ was het enigste dat er nog uitkwam.

Het lukt nog steeds niet goed en dus leen ik woorden. Deze keer van Geert De Kockere

Ooit kende ik iemand
die me zo dierbaar was
dat ik dacht
dat de wereld zou vergaan
de dag dat …

En de wereld verging.
En ik verging.
En alle dingen vergingen.

En de dagen vergingen
en de nachten vergingen
en het zuchten verging
en het verlangen verging.

zonder woorden

Nele – geschreven 2 jaar en 1 dag na die verschrikkelijke 8ste september 2015.