Ik neem een stukje mee

De zomer is voorbij gevlogen, met dingen die we vroeger samen met Tas deden en nieuwe dingen. Het was een mooie zomer, eentje helemaal op ons drietjes gericht met heel wat uitstapjes. De kinderen zijn rustiger geworden, stil tevreden, ze dragen hun lot zo schoon. En ook al komt er nog veel een zweem van angst en van verdriet boven hangen, ik merk dat ze vertrouwen krijgen in hun toekomst.

Ikzelf ben wat stugger, misschien omdat ik ouder ben. Ik dacht bijna elke dag: wat zou hij hiervan gevonden hebben? Hoe trots zou hij nu zijn op zijn kinderen? Vaak miste ik een hand in mijn hand, een glimlach die beantwoord werd, een lijf tegen mijn lijf.

Ondertussen zijn we weer gestart. Wij alledrie. Ik op het werk en zij op school. Ook daar zie ik hun enthousiasme. Vandaag vertelden ze dat ze eigenlijk wel graag naar school gaan. Louise is zo blij dat ze eindelijk zal leren lezen en schrijven. Tuur is blij met zijn nieuwe vrienden en overwint dagelijks zijn kleine angsten. Trots, trots ben ik… een trots die ik alleen draag.

Maar ik recht mijn rug en neem een stukje van het vertrouwen van mijn kinderen met me mee.

Deze zomer voelde ik ook moed. Die moed werd me geschonken door vrienden en momenten. Soms op een vreemde manier. Zo ging ik op het einde van de zomervakantie naar een begrafenis. Een mooie dienst waar drie dochters afscheid namen van hun vader. Drie voelende dochters die elk op hun manier me sleutels aanreiken om verder te gaan. Daar dicht bij die oven waar hij tot as weerkeerde voelde ik zoveel warmte.

En dus recht ik mijn rug en neem een stukje van die moed van mijn vrienden met me mee.

Ik hoop dat het voldoende is om de volgende zware week door te komen.

Nele – geschreven 1 jaar, 11 maanden en 25 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

In beweging

Ik geloofde ooit in de maakbaarheid van de wereld. In het groeien van al wat je aandacht geeft. Maar geluk kan je niet altijd creëren, soms gaat het leven gewoon zijn gang en jij moet volgen. Mijn energie is op, mijn verdriet niet. Ik geloof meer in de zinnen die Manu Keirse publiceerde: ‘ik geloof niet meer in rouwverwerking, hooguit kan je ermee leren leven.’ Ik accepteer steeds meer dat verdriet, rauwe pijn en tranen een deel zijn van mijn leven. Dat het leven onvolmaakt is, net zoals ik. En dat ik altijd grote delen zal missen.

Als ik moet omschrijven hoe ik me nu voel, dan is het grootste kenmerk onrust. Ik heb het gevoel altijd op mijn hoede te zijn, steeds bewust van een leegte. En hoe hard ik ook probeer, die leegte krijg ik niet gevuld. Ik merk dat ik meer eet, meer snoep, dat ik teveel een sigaretje opsteek… maar de honger wordt nooit gestild. Ik voel de onrust in mijn maag, terwijl het verdriet op mijn schouders zit.

Ik merk dat ik in beweging moet blijven, zowel fysiek als mentaal want dat ik anders ten onder ga. Die beweging is niet altijd voorwaarts, het is gewoon een beweging tout court. Soms gaat het achteruit en soms in cirkels.

En dus sleur ik mezelf mee op een uitstap met de kinderen, maak ik lijstjes van huishoudelijke taken die echt gedaan moeten worden en geef ik mezelf doelstellingen. En dan blijft mijn lijf krakend in beweging.

Al honderden keren vertelde ik mijn verhaal, nog duizenden keren te gaan. Ik ben dankbaar voor elk luisterend oor, elkeen die zonder oordeel, zonder oplossing er gewoon is. De ene keer is het verdriet dat in mijn hoofd speelt, de andere keer schuldgevoel, heel af en toe steekt boosheid de kop op … het maakt niet uit. Want dan blijft mijn hoofd in beweging.

En dan denk ik aan al die anderen, anderen die stil verdriet met zich meedragen. Anderen waar de maakbaarheid van het leven zelfs nooit een mogelijkheid was. Mensen ver en dichtbij die op de vlucht zijn en dit gevoel al zo oneindig lang dragen. En dan kijk ik vol bewondering naar hun beweging. Hoe ze de kracht vinden. Een vriendin van me ging naar Rwanda en zei: ‘ iedereen heeft daar een gat in zijn hart.’ Een land vol onrustige magen en dragende schouders. En toch beweegt het.

Zo veel mensen, zoveel beweging.

Langzaam maar zeker strekt de dag
zijn zebrahals naar de roodkoperen zon.
Wind woelt door het natte groene haar van stadsplantsoenen,
ontrolt een hardblauwe vlag boven de daken.
Wie dit ziet heeft de nacht overleefd
of hij wil of niet.
(Uit verzamelde gedichten van Hanny Michaelis.)

Nele – geschreven 1 jaar en 11 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Gemis

Gemis blijft me stalken,
duikt vaak op
als ik haar het minst verwacht,
slaat een hoekje om
en ineens pal in mij.

Dan val ik stil,
staar ik naar Gemis,
kijk ik in die diepe leegte,
die Gemis zo heel graag is.

Niet te lang,
neem ik me telkens voor.
Even maar.

Maar even duurt soms een hele dag.

(Vrij naar Geert De Kockere)

vake

Voor mijn vader gestorven vandaag 7 jaar geleden.
Voor Tas die hem zo graag zag. Toen waren er nog zijn schouders om tranen in te verbergen. Toen waren er nog zijn armen om troost in te vinden.

Nele – geschreven 1 jaar, 10 maanden en 17 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

Verloren betekenissen

Vandaag ging ik door wat spullen van mijn ouders. Ik vond metroticketjes en een treinticket van een trip naar Parijs van 15 tot 17/03/1969 van mijn moeder. Geen idee waarom deze bijna 50 jaar later nog tussen de spullen van mijn vader zitten, waarom hij die zoveel lange jaren bewaarde.  Mijn moeder die bijna 30 jaar geleden stierf komt weer tevoorschijn en ik laat de rauwe pijn over me heen glijden als een vertrouwde vriend. Alleen zij, en alleen hij wisten de betekenis van die met zoveel liefde bewaarde spulletjes. Hier zit ik dan te janken om betekenissen die ik niet kan vatten.

Betekenissen voor de eeuwigheid begraven.

Ik kom ze elke dag tegen, in huis, buiten huis, als iemand iets zegt. Heel mijn dagelijkse leven is doorspekt van kleine dingen, die Tas en ik verstonden. Geen grote geheimen, gewoon kleine gebaren, uitgesproken en onuitgesproken verstandhoudingen. Dingen die we bijhielden omdat ze een gezamenlijke herinnering  betekenden. En ik vind de woorden niet meer om ze door te geven.

Alles is stil. Stilgevallen sinds … Betekenissen voor de eeuwigheid begraven.

Nele – geschreven 1 jaar, 10 maanden en 11 dagen na die verschrikkelijke 8ste september.

Hoelang zit je hier al?
vroeg ik aan Gemis.
Dat weet je wel, zei Gemis.
Gemis gaf nooit het juiste antwoord.
Gemis liet je raden en gissen.
Gemis was wreed.

Ja, natuurlijk wist ik het.
Het was toen jij ….
Gemis trok toen bij me in.
Voor even, dacht ik,
Gemis komt even logeren.
Ze gaat wel snel weer weg.

En ga je ooit weg?
vroeg ik aan Gemis.
Even bleef het stil.
Had ik koffers bij me? vroeg Gemis.

Gemis stelde wel de juiste vragen.
Geert De Kockere

Vreemd toneel

Mijn vader zou het beamen, zo een goede student was ik niet, zeker niet in het middelbaar. Ik had andere interesses dan studeren, … ik was niet eens bezig met mijn toekomst, toen leefde ik in het nu. Pas later kreeg ik dromen over de toekomst, vandaag leef ik in het verleden. Alles wat ik doe, doe ik voor mensen die er niet meer zijn. Alles wat ik voel, voel ik voor dode mensen.

Toch heb ik er wel degelijk iets opgestoken, in dat middelbaar. Ik weet al lang niet meer wie en wanneer ik erover leerde, maar Bertold Brecht bleef hangen. Niet om zijn politieke overtuigingen, maar omwille van zijn stijl. Hij was ervan overtuigd dat toneel een middel was om duidelijk te maken wat verkeerd ging in de echte wereld en dus paste hij een soort vervreemdingstechniek toe. Hij liet de acteurs uit hun rol stappen en commentaar geven op hun eigen rol.

Vervreemding, het woord past me gegoten. En ik pas de techniek van Bertold Brecht elke dag toe, alleen binnenste buiten. Elke morgen sta ik op en maak me klaar voor het toneel. Ik speel mee, als een marionet in een poppenkast. Elke dag ga ik op zoek naar mijn rol in dit verhaal, maar ik snap er niets van. Ik heb geen idee welke rol de juiste is, wat de verwachtingen zijn. Geen idee waar dit stuk over gaat en waar het me naartoe brengt. Wat is de boodschap?

En rondom mij spelen mensen mee. Zouden zij ook toneelspelen, of lijkt dat alleen maar zo. Soms vertel ik mezelf (helemaal in de stijl van Bertold Brecht) dit is geen toneel, maar het echte leven.

Verpletterend, onverstaanbaar, echte leven. Want de vragen blijven dezelfde. Wie ben ik zonder Tas, wie ben ik zonder ouders, wat moet ik hier? Hoe moet ik dit doen? Opvoeden, een huis onderhouden, liefhebben, werken, … Wat is mijn rol? En waar gaat dit naartoe? Ik versta de boodschap niet.

Vervreemding, het woord zit me als gegoten. Misschien had ik het al door op de middelbare school en bleef het aan me kleven.

Nele – eindelijk nog eens geschreven – 1 jaar en 9 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

Wentelen in verdriet

Dit weekend werd ik gedwongen na te denken. Na te denken over de keuzes die ik maak. Zorgen mijn keuzes ervoor dat ik me wentel in verdriet? Doe ik dat überhaupt? Of denk ik dat gewoon soms? Heb ik dat nodig en is het wel een bewuste keuze? Kan het anders? En wil ik het anders?

Ik heb zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn professioneel leven veel gelezen en vormingen gevolgd over positief in het leven staan. Droomsessies,  waarderend werken en waarderend leidinggeven, op zoek naar sterke punten van mezelf en anderen om me heen, … Ik leerde ook dat alles wat je aandacht geeft groeit en dat het dus beter is om te vertrekken vanuit je sterktes, je competenties en je ambities dan vanuit de dingen die je minder energie geven. Ik ben in mijn leven ook vaak omringd geweest door mensen die dit voorleven, mensen die een krak zijn in het positief herformuleren. Problemen worden dan uitdagingen en verdriet een uiting van liefde.

Ik merk dat de ene keer ik hier rotsvast in geloof, en de andere keer vind ik het maar gebakken lucht. Soms komt dit omdat diegene die de boodschap overbrengt voor mij niet geloofwaardig overkomt, maar meestal komt het door hoe ik zelf op dat moment in het leven sta. En dat laatste verschilt. Van moment tot moment. Dit schommelende gevoel is iets waar ik altijd mee diende om te gaan, nu schommel ik steeds vaker.

Ik mis Tas ook daarin, we konden toch in bepaalde mate, die schommelingen opvangen bij elkaar. Ik ben en was niet perfect, Tas was dat ook niet. Maar uit al die anderen hadden we wel voor elkaar gekozen. En ik mis zijn steun, zijn ‘zijn’.

Ik probeer geduld te hebben met mezelf, de onrust in mezelf te aanvaarden. Mag ik dan ook aan jou vragen om daar nog even geduld mee te hebben? Ik probeer niet elke keer te laten zien hoe alleen en verloren ik me vaak voel. Hoe ik driftloos ronddool als een vloedgolf me opnieuw overspoelt. Mag ik nog even vragen dat je dit toelaat zonder me te veroordelen?

Mag ik me nog even wentelen in mijn verdriet? Het is een grillige plek, maar de enigste vertrouwde plek voor me. Mag ik vragen om jouw begrip dat ik dit doe op mijn manier?

Ik weet met mijn verstand dat je piekeren kan leren, dat klagen en zagen geen oplossing is. Ik kan mijn ogen sluiten en het verdriet proberen niet te zien, maar ik heb nog nooit een manier gevonden om mijn hart te sluiten om niet te voelen wat ik voel.

Nele – geschreven 1 jaar, 7 maanden en 14 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

 

Af!

We gingen op reis. Twee weken helemaal weg van alles. En ook al bleef het gat in mijn borstkas onmiskenbaar aanwezig, toch deed het deugd. Elke dag op avontuur, wonderlijk mooi, mystiek ook. De kinderen bloeiden langzaam open! De eindeloze landschappen zorgden voor een open blik op de wereld. Mooie mensen kwamen we tegen, vriendelijkheid achter elke hoek. Goede gesprekken, luisterende oren en lieve woorden van mijn medereizigers. Spelende kinderen, langzaam verdween de angst voor het onbekende en groeide de dorst naar meer. Ik begon het te geloven dat hierna nieuw zou zijn, dat als we weer thuiskwamen alles beter zou zijn. Dat het af zou zijn, dat we opnieuw konden beginnen.

En toen kwamen we thuis, in ons veilig nest, waar de liefde van Tas tastbaarder is dan waar ook ter wereld. En terwijl de kinderen in hun hernieuwde speelsheid, vrolijk paaseieren zochten, viel de realiteit verpletterend neer. Hij is dood en ik leef. Het is niet beter, het is niet af! Ik mis hem nog steeds, meer dan ooit. Ik wil hem vertellen over ons dochter op een waterbuffel midden de rijstvelden, over een stoere fietsende zoon die even een Vietnamese boer was. Over ritjes in Riksja’s en slapen op een boot in een wonderlijk decor. Ik wil hem laten proeven van de heerlijke gerechten die je met stokjes moet eten. Ik wil hem knuffelen, strelen en zoenen.

Voor Tuur en Louise begon vandaag nog een extra avontuur, op een nieuwe school. Ik twijfelde, was bang verkeerd beslist te hebben. Hoe moet ik dat nu doen, opvoeden? Maar met een klein hart en een open blik begonnen ze enthousiast aan hun dag. En terwijl ze hun mooie verhalen vertelden en hun enthousiasme met me deelden, werd ik alweer verpletterd. Ik mis hem nog steeds, meer dan ooit. Ik wil dat ze aan hem vertellen over die nieuwe vriend, over de grap van de juf en de hoeken waar je kan spelen en ontdekken.

En dan was het toch af! Vandaag op dezelfde dag dat alles nieuw zou zijn, was het af. Tas zijn graf. Mooi verdriet zou ik het willen noemen. Het is prachtig en tegelijkertijd zo verschrikkelijk, want het is af, dat graf. Hoe kan dat nu? Want terwijl Louise en Tuur hun brieven voor papa posten, wil ik alleen maar schreeuwen, dit wil ik niet! Ik mis hem nog steeds, meer dan ooit. Het was nog niet af, ons verhaal!

Nele – geschreven 1 jaar, 7 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Verjaren

Verjaren
is niet hetzelfde
als jarig zijn
Verjaren doe je in stilte.
Zonder hoedjes op.
Zonder toeters of bellen.
Het is een stil feestje.
Je kunt zelfs verjaren
als je er niet meer bent.
Als iemand met jou
– in gedachten –
een liedje neuriet,
taart eet.
Vandaag verjaar jij.
Ik hang vlaggetjes in mijn hoofd
en zwaai nu met een wimpel.

Geert De Kockere

IMG_3775

Ervoor en erna

We spreken veel in die termen: ervoor en erna. De kinderen vragen vaak, bestond papa toen ik dit of dat deed. Vooral Louise is vaak bezig met haar tijdlijn. Hoelang heb ik papa eigenlijk gekend vraagt ze soms. Ik voel de pijn heel hard binnenkomen als ik daar antwoord op geef. Want eigenlijk is het antwoord ‘veel te kort’. Maar daar heeft zij geen boodschap aan, ze wil de feiten en de cijfers. Ze kijkt veel in de fotoboeken de laatste tijd, alsof ze voelt dat hij wegebt, en dat ze moet blijven vasthouden, dat wat bijna niet vast te houden is voor een kleintje zoals zij.

Ikzelf weet heel goed wat van ervoor is en wat van erna. In het begin telde ik alle keren. Van alles, de belangrijke maar ook de onnozelste dingen.  Zo wist ik perfect dat het de vierde keer was dat ik naar de Colruyt ging na de dood van Tas. Vandaag zijn we alledrie al 2 maal verjaart na zijn dood, straks is het aan hem. Vandaag weet ik hoeveel schoenmaten Louise en Tuur’s voeten groter geworden en hoeveel cm ze gegroeid zijn. Vandaag weet ik dat er nog duizenden eerste keren komen en tweede keren en derde keren.

Vandaag ben ik niet meer de persoon van ervoor en ik weet eigenlijk ook nog niet goed wie de persoon van erna dan is. Ik heb het gevoel in niemandsland te wonen. Niet goed wetende waar ik bijhoor, wie ik ben, wat er van me verwacht wordt en wat ik met mezelf aanmoet. Een groot deel van me is kapot en ik heb geen idee of en hoe dat kan helen. Het leven erna is er 1 zonder kleur, zonder lief, zonder zoveel. Het leven erna is grijs, vol hoofdpijn, nekpijn en onverzadigde honger naar hem. Ik merk wel dat mijn buik haarfijn aanvoelt dat er ook andere mensen voor een deel kapot zijn. Zou dat dan iets waardevols zijn dat hieruit gekomen is? Geen idee, helpt het mij of hen om de pijn, het kapotzijn in anderen te herkennen en te erkennen. Ik weet het niet.

Elke dag kijk ik naar zijn foto en hoor ik mezelf zeggen: ‘Hij is er niet meer! Hij is dood.’

En terwijl ik doordrongen ben van het stilstaan van de tijd toont de natuur me het tegendeel. Ik weet niet of ik daar blij of boos om moet worden. Verdrietig dan maar…

Nele – geschreven 1 jaar, 6 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

Een steen voor Tas

Ik ben een internetshopper van het eerste uur. Tas wachtte me vaak op met de boodschap: ‘er is weer een pakje voor je toegekomen.’ Stiekem vind ik het geweldig, een druk op de knop en de volgende dag geleverd. Maar in tijden van -binnen 24u geleverd- apprecieer ik toch ook dat andere, misschien zelfs meer.

Ik kreeg van een aantal lieve vriendinnen een juweel cadeau. Bij de edelsmid Ingrid Adriaenssens in hartje Gent liet ik een ring ontwerpen. Een ‘tasjuweel’ noemen de vriendinnen het. Een ring waarin onze namen voor altijd verbonden zijn. Een uniek stuk dat niet perfect is, want Tas en ik dat was geen perfectie … Een uniek stuk dat liefde symboliseert, want Tas en ik dat was wel liefde …Ik heb er op moeten wachten, Ingrid heeft er haar werk van gemaakt, haar tijd in gestoken en daardoor de waarde nog eens verhoogd.

Zo ook met de steen van Tas. 11 november 2016 maakten de kinderen en ik een uitstap naar Utrecht, ons doel: Christine Kortland. Ze is grafkunstenaar en samen zouden we bespreken welke steen Tas waardig is. De kinderen en ik hadden er goed over nagedacht en we wisten al vrij goed wat we wilden. Het was een fijne bespreking, en terwijl de kinderen speelden en af en toe kwamen kijken naar voorbeeldjes en ideetjes kwamen we samen tot een wondermooi ontwerp. Eentje met het glas erin, zoals Tas en ik maakten in Chili als geboortepresentje voor Tuur. Eentje met een brievenbus, zodat de kinderen boodschappen kunnen doorgeven aan papa. Eentje met een mooie tekst, zodat we glimlachend kunnen terugdenken aan Tas als we zijn graf bezoeken. Eentje met één hoekje wat anders, want dat symboliseert voor ons zoveel.

Soms vragen de kinderen: en wanneer is de steen nu klaar? Het zou even duren, zo had Christine het ons verteld. Want het is vakwerk, handenarbeid en geen druk op de knop.  De kinderen, die bij haar ook even mochten proberen in een steen een letter te hakken, hebben het zelf ondervonden.

Tijd, een woord met meer ladingen dan letters. Tijd, een woord dat veel gebruikt wordt. Ik worstel ermee. ‘Tijd’ zorgt voor verwijdering vind ik soms, ‘tijd’ vinden mensen helpt. Ik vraag het me vaak af. Vandaag klopt dat laatste niet, ik vind het steeds erger worden. Het fysieke gemis, de pijn, de wanhoop, ze nemen het dan over van me.

Maar als het gaat over de steen van Tas, dan vind ik ‘tijd’ de normaalste zaak van de wereld. Dus het zal nog even duren voor zijn grafsteen klaar is. Tas verdient die tijd.

Nele – geschreven 1 jaar en 6 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015