Ik wil op de eerste plaats staan.

Dood, ik voel je in de duisternis als de maan het enige lichtpunt is.
Je bent zo vaak aanwezig, dreigend dichtbij om dan plots toe te slaan.
Hard, vlijmscherp en omringd door een ijzige wind. Striemend langs mijn lichaam, telkens weer.

Ik smeek het je, blijf even weg. De waanzinnig grote angst voor je knijpt mijn keel nog te vaak dicht. Laat zij die me dierbaar zijn een lang en mooi leven nu.
Ik kan geen lijk meer kussen, niet meer machteloos proberen mijn levensadem door te geven, een beetje warmte over te brengen.
Ik kan geen brieven met een zwarte rand meer schrijven. Rond de tafel mijmeren, radeloos proberen vast te houden dat wat was.
Ik wil alleen nog toekomst voor zij die dicht bij me staan. Ze zullen het waarderen.

Leven kan niet zonder dood, zoals liefde niet zonder verdriet kan en samenleven niet zonder ruzie verloopt.

Maar dood, als je dreigend en plots opnieuw wil toeslaan.
Dan smeek ik je, letterlijk op mijn knieën, kom dan maar eerst voor mij.
Ik wil op de eerste plaats staan.

Nele – geschreven 10 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

De koffie staat al klaar

Hey meneer & mevrouw Janssens,

Jullie waren op de uitvaart van Tas, uiteraard, Tas zit in jullie hart. Tas is jullie vriend.
Je zou eens op bezoek komen, dat zeiden jullie. Jullie meenden het ook. Dat kan ik horen aan jullie stemmen, dat kon ik zien in jullie ogen, dat kon ik voelen aan jullie warmte. Jullie waren aangedaan & keken vol ongeloof naar Tas zijn kinderen. Moe, verdrietig en toch veerkrachtig.

Waar blijven jullie dan? We wachten al zo lang.
Er is altijd koffie.

Komen jullie dan, met het middageten klaar? Gewoon op een verloren zondag met stralend weer. En vinden jullie het dan goed dat jullie even voetbal spelen met Tuur, hem truukjes leren en dan vertellen over zijn papa, hoe goed hij was in sporten. En mag ik dan even de strijk afwerken, terwijl jullie puzzels maken met Louise? Ze zal jullie vertellen over hoe haar papa dat zo graag met haar deed? En eten we dan samen, genietend van een volle tafel waar geen enkele stoel leeg is. Eten we dan zijn lievelingskost, witloof gewoon gebakken? Misschien kunnen we dan na een kopje koffie, nog een wandeling maken en als Louise niet meer kan, dragen jullie haar dan even op jullie rug. Mogen we onze zorgen dan even delen? En als Tuur dan mag vertellen over hoe graag hij met zijn papa ging wandelen. Mag hij even overdrijven in het aantal kilometers die ze samen overbrugden?

Blijven jullie dan nog even voor het avondeten? En als dan de tanden zijn gepoetst en de pyjama’s aan: steken jullie de kinderen dan nog even in bed. Liefst met een verhaal. Eentje uit een boek en als bonus nog eentje over hoe jullie Tas leerden kennen en waarom jullie hem missen? Nemen jullie nog even extra tijd om ook naar hun verhaal te luisteren? Misschien kunnen jullie hen vragen wat ze nooit zullen vergeten. Want vertellen helpt om vast te houden, dat wat ongrijpbaar is.

Mag ik dan terwijl op mijn gemak de tafel afruimen en het laatste speelgoed van de grond rapen? Mag ik dan even alleen in de tuin rondwandelen, verbaasd kijken naar die boom die we plantten voor Tas, de natuur groeit namelijk verbazingwekkend snel.

Laten jullie me dan weten, dat jullie helemaal geen haast hebben. Drinken we dan samen nog een glaasje wit of rood. En als er een kindje de slaap nog niet vind, mag ik dan nog even. Gewoon heel even naar hen kijken gaan? Hebben jullie dan nog tijd om te luisteren naar mijn verdriet? Willen jullie dan nog even meehuilen om het gemis?

Wow, meneer & mevrouw Janssens, wat een bezoek zou dat zijn.
Daar zou ik van genieten en als jullie dan ’s avonds toch naar jullie eigen leven terugkeren. Dan zou ik misschien, heel misschien dat lege grote bed niet zo eng vinden. Dan zou ik misschien, heel misschien gewoon tevreden gaan slapen. Samen met mijn verdriet. Samen met mijn gemis. Maar met een verhaal over Tas extra en wat warmer dan voorheen.

Komen jullie dan? Gewoon op een verloren zondag. Er zijn er nog zo veel.

Nele – geschreven  9 maanden en 20 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Het einde van een schooljaar

Het einde van een schooljaar … niets bijzonders … het herhaalt zich elk jaar eind juni.
Het einde van een schooljaar … iets bijzonders… voor elk kind dat weer voelt dat het groter wordt en een stap gezet heeft in de wereld.

Het einde van een schooljaar … iets heel bijzonders … voor mij.
Het was hevig voor mij, het begon verschrikkelijk op de dag dat we eigenlijk samen zouden gaan luisteren en deftig kennismaken met die nieuwe juffen. Tas heeft het niet meer mogen meemaken. En sinds dan kwam het woord ‘alleen’ vaak voor. Alleen beslissen of Tuur beter wel of niet nog wat extra ondersteuning kan gebruiken. Alleen naast Tuur zitten terwijl hij huiswerk maakt. Alleen schoolfoto’s mooi vinden. Alleen beslissen of Louise niet beter eens een dagje thuisblijft van de kleuterklas. Alleen beslissen, alleen schoolrapporten tekenen, alleen trots zijn op wat die kleintjes verwezenlijkten, alleen zien dat ze niet meer klein zijn, maar groot worden. Alleen zwemzakken vergeten, alleen turnkleren snel uit de was vissen, alleen boterhammen smeren, alleen …

En elke dag opnieuw dacht ik, gewoon even doorbijten, gewoon even deze moeilijke periode door. En nu valt het weer in zijn volle zwaarte op mijn schouders. Dit alleen is voor altijd. Want geen mens kan even trots zijn op zijn zoon als een eigen vader. En geen mens kan even vertederend kijken naar zijn dochter als een eigen vader.

Het einde van een schooljaar … iets heel bijzonders … voor Tuur en Louise.
Ook voor hen was het loodzwaar. Werken, leren, lachen en spelen, … terwijl je hoofd soms te vol zit. Elke dag opnieuw present zijn, terwijl de nachten te kort waren. Elke morgen rukten ze zich los van uiteindelijk-toch-in-slaap-gevallen-in-mama’s-bed om zich weer tussen klasgenootjes een plek te zoeken. Er was te weinig pauze, soms te weinig ademruimte. Ze deden het met verve! Ik ben zo fier dat ze het beiden haalden, zonder al te grote kleerscheuren.

Ook zij beginnen het te beseffen. Ook volgend jaar zal het zonder papa zijn, en het jaar daarna, en het jaar daarna en dat daarna. Elke keer zullen er momenten zijn waarop we hem verschrikkelijk missen. Honderden grote momenten zoals een vaderdag zonder papa, een oudercontact alleen, een sportdag zonder opscheppen tegen Tas, een afstuderen van de kleuterklas en een lentefeest met z’n drieën. Duizenden kleine momenten zoals ik heb 97/100 voor mijn tafels, en ik kan mijn veters strikken,…

Het einde van een schooljaar … het begin van een grote vakantie … voor ons alledrie.

We hebben er nood aan, we zijn behoorlijk moe.
We hebben er schrik van, we zijn behoorlijk incompleet.

Nele – geschreven 9 maanden en 22 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Tuur en Louise

 

 

10.000 luchtballonnen

10.000 luchtballonnen kleuren de hemel blauw,
10.000 luchtballonnen zijn op weg naar jou!

Op school konden de kleuters van de tweede kleuterklas vorige week wensen opgeven voor de wensboom. De wens die je deed moest voor anderen zijn. Terwijl Louise barbiepoppen in de klas wenste voor haar vriendinnen en dus stiekem ook voor haarzelf, wenste hij 10.000 luchtballonnen zodat die naar Louise haar papa konden opstijgen.

En de juffen, die zichzelf als doelstelling hadden gegeven alle wensen uit te laten komen, die gaven deze week (en ook nog volgende week) het beste van zichzelf. Overnachten met 40 kleuters, verkleed naar school komen en ja hoor barbiepoppen in de klas. Het komt allemaal uit. En hij wenste dus die luchtballonnen voor Louise en haar papa.

Dus ook dat moest uitkomen.

Daar stond ik dan vandaag. Diep ontroerd tussen 40 kleuters, samen met Tuur op een mooie plek op school. Daar waar de appelboompjes groeien, de appelboompjes  die Tas twee jaar geleden voor de school in de grond stak.

Daar stonden we dan vandaag. Tussen veel mooie ballonnen onze tranen weg te slikken. Aan elke ballon een kaartje met een tekening. Op die van Tuur stond: ‘voor papa! papa war ben je tog’. Hij zal deze zomer wat spelling moeten oefenen, maar de boodschap is duidelijk.

Daar stonden we dan vandaag. Met onze gedachten ver boven de hemel terwijl al die ballonnen voorbij de wolken vlogen. Op weg naar Tas.

Oh Tas, kon je ze maar zien. Kon je ze maar aanraken. Kon je onze boodschappen maar lezen. We missen je, elke dag meer.

Dank je wel lieve kleine man voor je wens, dank je wel lieve juffen, dank je wel lieve kindjes,… Het was een prachtig, ontroerend moment.

Nele – geschreven 9 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

 

‘Restaurant mama’ gesloten

Op een dag zoals vandaag wordt het alweer duidelijk hoe kwetsbaar een leven is, hoe broos het lichaam, en hoe kort ons bestaan.  Dan weet ik weer dat in deze nanoseconde dat we op de aarde zijn we moeten genieten en leven. Elk uur omarmen.

Op een dag zoals vandaag wordt het alweer duidelijk dat memmen over kleine dingen, toegeven en zagen over kleine ziektes en ongemakken het niet waard zijn om te doen. Dat het respectloos is naar anderen die zware ziektes eervol dragen. Zij die zonder klagen uitkijken naar morgen.

Op een dag zoals vandaag wordt het alweer duidelijk dat de kinderen die Tas me heeft geschonken het belangrijkste zijn in mijn wereld. Dat ik hen moet koesteren, liefhebben en aandacht schenken.

Op een dag zoals vandaag word ik toch opnieuw geconfronteerd met peilloze eenzaamheid, rauwe rouw en mateloos verdriet. Dat als  je je liefde moet afgeven aan de dood dit enkel vertaald kan worden in onmenselijke pijn.  Op een dag zoals vandaag voel ik het niet enkel bij mezelf.

Op een dag zoals vandaag kan ik het mama-zijn niet helemaal aan en toch … vandaag heb ik het gevonden. De sluitingsuren. Ik las het bij een mama die alleen- na de dood van haar grote liefde – voor de kleintjes zorgt. Ik vond het een geweldige vondst en het deed me aan haar denken.

Aan zij, waarvan we vandaag afscheid namen. Aan zij, die zonder klagen haar ziekte droeg, al jarenlang. Aan zij, die geliefden in diepe wanhoop achterlaat. Aan zij, die oplossingen vond voor problemen. Ik durf te denken dat ze sluitingsuren voor mama’s ok zou gevonden hebben.

Dus vanaf nu kunnen de kinderen alles vragen aan mama, maar heel soms is het loket gesloten. En dan moet je je vragen opsparen. En ‘restaurant mama’ heeft ook openings- en dus ook sluitingstijden.

Nele – geschreven 9 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

IMG_0320

 

Het lot van de oudste

De oudste,

Hij voelt zich ouder dan ervoor, nu het noodlot heeft toegeslaan.
Verantwoordelijk en zorgdragend overal waar hij vanaf nu zal gaan.

Ze zeggen het: ‘zorg voor de anderen’ alsof ie dat niet weet.
Hij draagt het op zijn schouders, ’t voelt erger dan brandend heet.

Het lot van de oudste hoe moet hij dat nu doen?
Hij wil iedereen doen lachen, terug de clown zijn, net als toen.

Hij slingert heen en weer, hij kan er niet goed tegen.
’t Verdriet van anderen, het mag als 1000 kilo wegen.

Hij vindt ’t zijn taak om het te dragen.
Wenen dat doet hij niet, je hoort hem niet vlug klagen.

Hij is nog een kind, maar weet niet meer hoe dat klinkt.
Hij kan het niet goed zeggen, soms hoor je ‘t, als hij zingt.

Zijn lot is oneindig veel te zwaar om dragen.
Ik wil hem helpen, hij kan er niet om vragen.

Hij mist zijn vader, zijn vader die zou hem wel verstaan.
Dus draagt hij zijn vader mee, torsend op z’n schouders, voor zijn verdere bestaan.

Laat mij je helpen dragen zoon, ik kan het niet meer aanzien.
Voor een jongen van zeven,  ben je nog wijzer geworden dan tien.

Ik wil je terug je jeugd wensen, en een beetje minder weten.
Draag enkel zijn naam en zijn genen, doorbreek jij maar die keten.

Het lot van de oudste, zowel je vader als je moeder, ze deden het je voor.
Maar moest hij er nog zijn zoon, we riepen het in koor.

“Laat iedereen je helpen, we staan hier voor je klaar, voor altijd niet eens voor even.
Een man wordt je wel, maar later.” Ik wens ’t je toe. Wordt nu maar vlug weer zeven.

Nele – geschreven 9 maanden en 7 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

IMG_20151205_094004

 

 

 

 

Het is goed om papa’s te vieren

Het is goed om papa’s te vieren.

Ze rijden het gras af en kennen de weg op het containerpark.
Ze stellen de thermostaat af en weten hoe machines werken.
Ze doen allerhande geheime dingen met boren en vijzen in een ‘kot’.

Ze voetballen, niet eens voor hun zonen, maar omdat ze dat fijn vinden.
Ze leren kinderen stiekem schunnige moppen en rare liedjes.
Ze dragen de kleintjes in hun armen naar bed na een avond plakken.

Ze  kietelen zo hard dat de kinderen (en soms ook mama’s) alleen maar kunnen gillen.
Ze puzzelen en spelen een spelletje zonder te letten op de vaat.
Ze vertellen verhalen van vroeger en nu.

Ze nemen het stuur over als rijden te ver is.
Ze kunnen parkeren in een veel te klein plekje.
Ze weten overal de weg.

Ze zijn de stoerste en doen het zware werk.
Ze zijn de sterkste en zijn graag de man.
Ze zijn het hoofd van een gezin.

Ze luisteren geduldig naar mama’s, die teveel interpreteren.
Ze kijken geamuseerd als mama’s teveel dronken op een feestje en tipsy thuiskomen.
Ze kussen mama’s en gebruiken hun armen om vast te pakken.

Ze zijn allemaal uniek en onvervangbaar.
Ze zijn vanzelfsprekend en noodzakelijk.
Ze worden graag gezien en mogen dat voelen.

Het is goed om papa’s te vieren.
Gisteren, vandaag en morgen.
Als ze er zijn, maar ook als ze er niet meer zijn.

Vake, ik mis je! Gisteren, vandaag en morgen.
Tas, we missen je! Gisteren, vandaag en morgen.

Nele – geschreven 9 maanden en 4 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

11895980_10207340878139969_8050670757801069024_n

 

Balanceren

‘Ik moet gewoon mijn evenwicht nog vinden’ zei ze. Enkele maanden geleden overleed haar man. Ik kon het haar niet zeggen, dat dat evenwicht vinden niet gewoon is. En dat ik soms denk dat het nooit meer komt. Net zoals hij nooit meer komt. Niets is nog hetzelfde. Nooit, nooit, nooit meer.

Het ene moment wil ik alleen zijn en het andere moment kan ik dat niet verdragen. Ik relativeer grote dingen en het vraagt energie om dingen belangrijk te vinden. Het andere moment kan iets ietepetieterig kleins me helemaal van slag brengen.

Ik wil dat mensen me aanspreken, maar ze moeten wel de juiste dingen zeggen. Ik wil dat mensen voelen wat ik voel en dat dan nog eens juist onder woorden brengen. Mijn verwachtingen zijn zo groot dat het onwaarschijnlijk is dat mensen het juist kunnen doen.

Karin Kuiper schrijft het zo in haar boek. ‘Wij weduwen en weduwnaars zijn een lastig volkje. Maar ja, we zijn er wel – tegen wil en dank. Wij begrijpen natuurlijk ook wel dat onze ervaringen voor velen niet na te voelen zijn, en we merken zelf ook dat we nogal ‘veranderen’ na de dood van onze geliefde, maar die veranderingen zijn nauwelijks tegen te houden. Wat je ook doet, je kunt je niet echt voorbereiden op je nieuwe leven en het is onvoorstelbaar wat de dood van een partner met een mens kan doen.’

En zo worden we dus een lastig volk. Zo zoek ik elke dag, wat zeg ik, elk uur, naar een evenwicht en ik verwacht dat anderen zien in welke modus ik ben. Dat anderen voelen wat ik nodig heb, zelfs vanop afstand. Veel te lastig dus. Dat weet ik ook wel. Maar ik heb die ander nodig, dus ik hoop dat ze blijven. Ook al ben ik heel erg lastig en helemaal uit balans.

Het vreet energie, je evenwicht zoeken. Elke avond ben ik uitgeput van al dat voelen. Maar het veel te grote bed maakt me bang. En als ik dan uitgeput achter de computer of in de zetel terecht kom dan voel ik pas de fysieke pijn. Het gat in mijn hart van het nooit meer. De pijn in mijn schouders van het gewicht van verdriet, de snijdende steken in mijn hoofd van het proberen allemaal te vatten.

En toen kreeg ik gisterenavond een telefoontje. Een telefoontje uit het verleden, toen ik Tas nog niet kende, toen ik de toekomst nog aan het leven was. Ook hij heeft het niet gemakkelijk in het leven en het maakt elkaar verstaan iets gemakkelijker. We haalden herinneringen op, de hele tijd. Aan een leven waar de dood en verdriet niet zo intens aanwezig was.

‘Een pauze in de tijd’ zo noemde hij het.

Nele – geschreven 9 maanden en 2 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

uren, minuten en seconden

9 maanden, 275 dagen, 6 600 uren, 396 000 minuten en 23 760 000 seconden. Zolang leven we nu zonder jou Tas. Het klinkt waanzinnig lang. Maar we weten hier in huis al lang dat tijd niet te vatten is in uren, minuten en seconden. Dat je tijd niet op die manier kan meten. Jij hield nochtans van meten. ‘Meten is weten’ zei je met dat minzame glimlachje en je nam opnieuw de meter om nogmaals na te kijken of die kast daar wel tussen zou passen. Ik had al lang met de kast gesleurd en met veel geduw en getrek proefondervindelijk moeten vaststellen dat je gelijk had. Maar als ik het niet kan zien, dan geloof ik het niet.

En ik kan je niet meer zien Tas, hoe moet ik dan geloven?

9 maanden, 275 dagen, 6 600 uren, 396 000 minuten en 23 760 000 seconden. Zolang hebben we samen uitgekeken naar de komst van Tuur. En even lang naar de komst van Louise. Was dat lang? Was dat kort? Geen idee meer. Of weet ik dat wel nog? Het was lang, want we waren ongeduldig. Of nee het was kort, want zouden we dat wel kunnen moeder of vader zijn. We waren wel bezig met meten. Elke maand, elke dag. Hoe groot is dat kleintje al in mijn buik? Hoeveel weegt het? Is het dan normaal dat mijn buik zo groot is?

De meeste  tijd dat ik jou kende gingen we daar niet zo bewust mee om. We hadden geen idee wanneer we elkaar voor het eerst hadden gezien (ondertussen heb ik dat wel uitgezocht), we stonden er niet bij stil dat tijd belangrijk was. We namen de tijd zoals hij kwam, soms genoten we met volle teugen, soms verstreek hij en wisten we niet waar hij naartoe was gevlogen.

Nu ben ik ervan bewust, van elk moment zonder jou. Van elk moment met de kinderen dat jij moet missen. Ik maak filmpjes en foto’s, want jij zou ervan genieten… van dat groeien van die kindjes, van dat meten van die kindjes,…

En jij kan het niet meer zien, waar moet ik er dan met al die resultaten naartoe?

9 maanden, 275 dagen, 6 600 uren, 396 000 minuten en 23 760 000 seconden. Waanzinnig lang, en toch blijft het alsof je gisteren dood ging. Nog steeds raast de storm op zee en overspoelen de golven ons met hun verpletterende kracht. Soms zo hard, dat we gedwongen op onze knieën schreeuwen om jou. Letterlijk Tas! Als zo een grote golf mij overspoeld dan kan ik niets meer, dan blijf ik wezenloos achter. Als zo een golf de kinderen overspoeld dan ben ik alleen maar machteloosheid. ‘De tijd zal helpen.’ Dat is wat ze ons zeggen. Tijd: uitgedrukt in uren, minuten en seconden. Hoeveel tijd zal er verstrijken dat we terug jouw armen mogen voelen die ons beschermen tegen die waanzinnige golven?

En die tijd komt niet meer terug, en hoe … hoe moeten we daarmee leren leven?

Nele – geschreven 9 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

13407277_10153816542110674_1675838549335665468_n