Het lot van de oudste

De oudste,

Hij voelt zich ouder dan ervoor, nu het noodlot heeft toegeslaan.
Verantwoordelijk en zorgdragend overal waar hij vanaf nu zal gaan.

Ze zeggen het: ‘zorg voor de anderen’ alsof ie dat niet weet.
Hij draagt het op zijn schouders, ’t voelt erger dan brandend heet.

Het lot van de oudste hoe moet hij dat nu doen?
Hij wil iedereen doen lachen, terug de clown zijn, net als toen.

Hij slingert heen en weer, hij kan er niet goed tegen.
’t Verdriet van anderen, het mag als 1000 kilo wegen.

Hij vindt ’t zijn taak om het te dragen.
Wenen dat doet hij niet, je hoort hem niet vlug klagen.

Hij is nog een kind, maar weet niet meer hoe dat klinkt.
Hij kan het niet goed zeggen, soms hoor je ‘t, als hij zingt.

Zijn lot is oneindig veel te zwaar om dragen.
Ik wil hem helpen, hij kan er niet om vragen.

Hij mist zijn vader, zijn vader die zou hem wel verstaan.
Dus draagt hij zijn vader mee, torsend op z’n schouders, voor zijn verdere bestaan.

Laat mij je helpen dragen zoon, ik kan het niet meer aanzien.
Voor een jongen van zeven,  ben je nog wijzer geworden dan tien.

Ik wil je terug je jeugd wensen, en een beetje minder weten.
Draag enkel zijn naam en zijn genen, doorbreek jij maar die keten.

Het lot van de oudste, zowel je vader als je moeder, ze deden het je voor.
Maar moest hij er nog zijn zoon, we riepen het in koor.

“Laat iedereen je helpen, we staan hier voor je klaar, voor altijd niet eens voor even.
Een man wordt je wel, maar later.” Ik wens ’t je toe. Wordt nu maar vlug weer zeven.

Nele – geschreven 9 maanden en 7 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

IMG_20151205_094004

 

 

 

 

Het is goed om papa’s te vieren

Het is goed om papa’s te vieren.

Ze rijden het gras af en kennen de weg op het containerpark.
Ze stellen de thermostaat af en weten hoe machines werken.
Ze doen allerhande geheime dingen met boren en vijzen in een ‘kot’.

Ze voetballen, niet eens voor hun zonen, maar omdat ze dat fijn vinden.
Ze leren kinderen stiekem schunnige moppen en rare liedjes.
Ze dragen de kleintjes in hun armen naar bed na een avond plakken.

Ze  kietelen zo hard dat de kinderen (en soms ook mama’s) alleen maar kunnen gillen.
Ze puzzelen en spelen een spelletje zonder te letten op de vaat.
Ze vertellen verhalen van vroeger en nu.

Ze nemen het stuur over als rijden te ver is.
Ze kunnen parkeren in een veel te klein plekje.
Ze weten overal de weg.

Ze zijn de stoerste en doen het zware werk.
Ze zijn de sterkste en zijn graag de man.
Ze zijn het hoofd van een gezin.

Ze luisteren geduldig naar mama’s, die teveel interpreteren.
Ze kijken geamuseerd als mama’s teveel dronken op een feestje en tipsy thuiskomen.
Ze kussen mama’s en gebruiken hun armen om vast te pakken.

Ze zijn allemaal uniek en onvervangbaar.
Ze zijn vanzelfsprekend en noodzakelijk.
Ze worden graag gezien en mogen dat voelen.

Het is goed om papa’s te vieren.
Gisteren, vandaag en morgen.
Als ze er zijn, maar ook als ze er niet meer zijn.

Vake, ik mis je! Gisteren, vandaag en morgen.
Tas, we missen je! Gisteren, vandaag en morgen.

Nele – geschreven 9 maanden en 4 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

11895980_10207340878139969_8050670757801069024_n

 

Balanceren

‘Ik moet gewoon mijn evenwicht nog vinden’ zei ze. Enkele maanden geleden overleed haar man. Ik kon het haar niet zeggen, dat dat evenwicht vinden niet gewoon is. En dat ik soms denk dat het nooit meer komt. Net zoals hij nooit meer komt. Niets is nog hetzelfde. Nooit, nooit, nooit meer.

Het ene moment wil ik alleen zijn en het andere moment kan ik dat niet verdragen. Ik relativeer grote dingen en het vraagt energie om dingen belangrijk te vinden. Het andere moment kan iets ietepetieterig kleins me helemaal van slag brengen.

Ik wil dat mensen me aanspreken, maar ze moeten wel de juiste dingen zeggen. Ik wil dat mensen voelen wat ik voel en dat dan nog eens juist onder woorden brengen. Mijn verwachtingen zijn zo groot dat het onwaarschijnlijk is dat mensen het juist kunnen doen.

Karin Kuiper schrijft het zo in haar boek. ‘Wij weduwen en weduwnaars zijn een lastig volkje. Maar ja, we zijn er wel – tegen wil en dank. Wij begrijpen natuurlijk ook wel dat onze ervaringen voor velen niet na te voelen zijn, en we merken zelf ook dat we nogal ‘veranderen’ na de dood van onze geliefde, maar die veranderingen zijn nauwelijks tegen te houden. Wat je ook doet, je kunt je niet echt voorbereiden op je nieuwe leven en het is onvoorstelbaar wat de dood van een partner met een mens kan doen.’

En zo worden we dus een lastig volk. Zo zoek ik elke dag, wat zeg ik, elk uur, naar een evenwicht en ik verwacht dat anderen zien in welke modus ik ben. Dat anderen voelen wat ik nodig heb, zelfs vanop afstand. Veel te lastig dus. Dat weet ik ook wel. Maar ik heb die ander nodig, dus ik hoop dat ze blijven. Ook al ben ik heel erg lastig en helemaal uit balans.

Het vreet energie, je evenwicht zoeken. Elke avond ben ik uitgeput van al dat voelen. Maar het veel te grote bed maakt me bang. En als ik dan uitgeput achter de computer of in de zetel terecht kom dan voel ik pas de fysieke pijn. Het gat in mijn hart van het nooit meer. De pijn in mijn schouders van het gewicht van verdriet, de snijdende steken in mijn hoofd van het proberen allemaal te vatten.

En toen kreeg ik gisterenavond een telefoontje. Een telefoontje uit het verleden, toen ik Tas nog niet kende, toen ik de toekomst nog aan het leven was. Ook hij heeft het niet gemakkelijk in het leven en het maakt elkaar verstaan iets gemakkelijker. We haalden herinneringen op, de hele tijd. Aan een leven waar de dood en verdriet niet zo intens aanwezig was.

‘Een pauze in de tijd’ zo noemde hij het.

Nele – geschreven 9 maanden en 2 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

uren, minuten en seconden

9 maanden, 275 dagen, 6 600 uren, 396 000 minuten en 23 760 000 seconden. Zolang leven we nu zonder jou Tas. Het klinkt waanzinnig lang. Maar we weten hier in huis al lang dat tijd niet te vatten is in uren, minuten en seconden. Dat je tijd niet op die manier kan meten. Jij hield nochtans van meten. ‘Meten is weten’ zei je met dat minzame glimlachje en je nam opnieuw de meter om nogmaals na te kijken of die kast daar wel tussen zou passen. Ik had al lang met de kast gesleurd en met veel geduw en getrek proefondervindelijk moeten vaststellen dat je gelijk had. Maar als ik het niet kan zien, dan geloof ik het niet.

En ik kan je niet meer zien Tas, hoe moet ik dan geloven?

9 maanden, 275 dagen, 6 600 uren, 396 000 minuten en 23 760 000 seconden. Zolang hebben we samen uitgekeken naar de komst van Tuur. En even lang naar de komst van Louise. Was dat lang? Was dat kort? Geen idee meer. Of weet ik dat wel nog? Het was lang, want we waren ongeduldig. Of nee het was kort, want zouden we dat wel kunnen moeder of vader zijn. We waren wel bezig met meten. Elke maand, elke dag. Hoe groot is dat kleintje al in mijn buik? Hoeveel weegt het? Is het dan normaal dat mijn buik zo groot is?

De meeste  tijd dat ik jou kende gingen we daar niet zo bewust mee om. We hadden geen idee wanneer we elkaar voor het eerst hadden gezien (ondertussen heb ik dat wel uitgezocht), we stonden er niet bij stil dat tijd belangrijk was. We namen de tijd zoals hij kwam, soms genoten we met volle teugen, soms verstreek hij en wisten we niet waar hij naartoe was gevlogen.

Nu ben ik ervan bewust, van elk moment zonder jou. Van elk moment met de kinderen dat jij moet missen. Ik maak filmpjes en foto’s, want jij zou ervan genieten… van dat groeien van die kindjes, van dat meten van die kindjes,…

En jij kan het niet meer zien, waar moet ik er dan met al die resultaten naartoe?

9 maanden, 275 dagen, 6 600 uren, 396 000 minuten en 23 760 000 seconden. Waanzinnig lang, en toch blijft het alsof je gisteren dood ging. Nog steeds raast de storm op zee en overspoelen de golven ons met hun verpletterende kracht. Soms zo hard, dat we gedwongen op onze knieën schreeuwen om jou. Letterlijk Tas! Als zo een grote golf mij overspoeld dan kan ik niets meer, dan blijf ik wezenloos achter. Als zo een golf de kinderen overspoeld dan ben ik alleen maar machteloosheid. ‘De tijd zal helpen.’ Dat is wat ze ons zeggen. Tijd: uitgedrukt in uren, minuten en seconden. Hoeveel tijd zal er verstrijken dat we terug jouw armen mogen voelen die ons beschermen tegen die waanzinnige golven?

En die tijd komt niet meer terug, en hoe … hoe moeten we daarmee leren leven?

Nele – geschreven 9 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

13407277_10153816542110674_1675838549335665468_n

 

 

 

Gehuld in nevels

Soms wou ik dat het niet was afgeschaft, dat het wel nog gebruikelijk was, om rouwkleding te dragen. In vervlogen tijden was dat normaal, nu zie je enkel nog tijdens sportwedstrijden dat er wel eens een rouwbandjes worden gedragen. Als teken van respect voor de overledene, als teken van medeleven voor de nabestaanden, als teken van ‘ik mis je’.

Ik snap het ook wel dat het is afgeschaft en toch. Het dragen van rouwkledij hoorde erbij, in alle culturen al van sinds het steentijdperk. Ik geef alle instituten de schuld van het verdwijnen hiervan. De strakke regels van religies en overheden stroken niet met het individuele, unieke rouwen dat bij iedereen verschillend is.

De functie van het dragen van rouwkleding wordt vaak omschreven als een soort communicatievorm. Om te tonen aan de buitenwereld en de omgeving dat iemand verdriet heeft. Dat er een ‘periode’ is van rouwen.

Ik denk dat het veel verder gaat dan dat.

Ik voel me voornamelijk met de rouwsluier verbonden. Ik snap die sluier volledig. Zo voel ik me: gehuld in nevelen. Als een rookgordijn hangt het verdriet rondom me, het verdwijnt nooit. Het plakt als een lens op een oog, onzichtbaar voor de buitenwereld. Soms ben ik het gewoon en voelt het vertrouwd, soms valt het in al zijn zwaarte op me.

Ik laat die zwaarte niet altijd toe. Dat zou niet gaan. Ik zou niet eens meer kunnen rechtstaan. Maar soms, als ik alleen ben, kan ik het niet meer tegen houden. Dan nemen de sluiers me over. Dan wordt ik als in een magische film omgeven door zwarte nevel die al mijn verdriet bundelt. Het vreet energie, maar ik kan ook niet zonder.

Die sluier, die nevel, die zegt: ‘Tas ik mis je!’ ‘Tas ik kan niet zonder je leven!’ ‘Tas kom terug!’

Nele, geschreven 8 maanden en 21 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

84b98126d28b81a57bf702b8d974728d

Nele focus, concentratie

Ik zeg het steeds vaker tegen mezelf. Focussen. Concentreren. Ik maak fouten, veel fouten sinds Tas er niet meer is. Moeheid, verdriet spelen me parten.

Mails nagelezen en toch verstuurd met een verkeerde datum. De kinderen hebben zwemmen ik weet het, en toch moet ik aan de schoolpoort constateren dat ik geen zwemzak meeheb. Sleutel? Geen idee waar die is, maar niet in mijn zak. Dan maar weer bij de buurvrouw aankloppen. Dagelijks word ik ermee geconfronteerd.

Soms wordt het gevaarlijk, ik was een namiddag weg (wel 4u) en merkte ’s avonds dat het strijkijzer nog aanstond. En vandaag … vandaag ben ik echt verschoten. Tuur ging naar het toilet en riep helemaal onder de indruk: “Mama, er is hier iets!” Toen ik ging kijken wist ik het … dat geurkaarsje dat ik daar zet, stond al sinds gisterenavond te branden. Te lang dus. De muren zwart, de WC onder een laag roet. Het kaarsje uit. Gelukkig er is niets ergs aan de hand, ik heb gewoon heel wat poetswerk voor de boeg.

Tijdens het kuisen merk ik dat ik bang ben. Bang van wat had gekund … Bang van wat een tekort aan concentratie kan teweeg brengen. Tas … jij was ook niet gefocust, moet ergens je concentratie verloren zijn terwijl je op de moto op de weg …

Angst, bang zijn, en ja dus misschien ook terecht. Louise zei het me vorige week nog.  “Mama, als je met de auto naar je werk rijd ga je dan niet naast je kijken. Want dat is gevaarlijk. Je kan dan dood zijn. ”

Ik weet niet hoe ik die concentratie terug moet krijgen. Ik ben van nature chaotischer en het is zeker niet de eerste keer dat ik ergens even schuil omdat ik mezelf heb buitengesloten. Maar toen was er nog een vangnet. Tas zou het strijkijzer uitgetrokken hebben, het kaarsje uitgeblazen en de wasmachine nog snel leeggemaakt. En hij kwam altijd thuis … met een sleutel.

Maar nu kan hij dat niet meer … omdat hij even niet gefocust was. Omdat hij even zijn concentratie kwijt was.

Dus, focus Nele! Concentratie!
En vanavond … vroeg naar bed.

Nele – geschreven 8 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

focus

ik ben niet vertrokken

Nee, ik ben niet vertrokken.

Een tijdje geleden kreeg ik een lieve uitnodiging om samen met enkele vriendinnen van vroeger en nu, een weekend op bezoek te gaan in Schotland. Alles geregeld … babysit voor de kinderen, vervoer heen en terug naar de luchthaven, boardingpassen uitgeprint. Tijd voor mezelf, tijd om te ontspannen, tijd om gewoon even bij vriendinnen te zijn.

Denkend gewoon wat tijd … als er gewoon wat tijd overgaat dan zal ik dat wel kunnen. En toen kwam het weekend eraan. Veel te snel, veel te bruusk. Ik kon er niet van slapen, ik kon er niet van eten, … Bang voor iets waar ik nooit bang van geweest ben.
Stress voor iets wat voor mij de normaalste zaak van de wereld is.

Ik ben Nele niet meer. Ik ben Nele min Tas. En Nele min Tas kan niet zomaar meer genieten, heeft nood aan een veilige plek.

Mijn wereld is letterlijk kleiner geworden. Als ik te ver weg ga, dan laat ik Tas achter en dat lukt niet. Het lijkt wel alsof er een rekker tussen mij en mijn huis zit. En als ik daar teveel of te lang aan trek dan sleurt die me terug naar mijn veilige plek. De enigste plek waar ik me geborgen voel. De enigste plek waar ik Tas kan zien en voelen.

De eerste dagen na Tas zijn dood kon ik niet eens de straat oversteken voor een pot koffie, dus die rekker is al wat losser geworden. Maar deze stap was te groot. Veel te groot. Mijn lichaam, mijn hoofd en mijn hart kunnen die stap niet zetten.

Tuur en Louise zijn toch naar hun vriendjes gegaan. Bijna onmerkbaar voor de buitenwereld, maar vaak heel helder voor mij laten ze weten dat deze oplossing voor hen ook veiliger is. Wij gaan naar ons vrienden en kunnen er onbekommerd genieten, want mama … die is gewoon veilig thuis.

Dus … hier ben ik dan. Veilig thuis, opgelucht dat ik hier mag zijn. Bij Tas en mijn verdriet.

Dames in Schotland, geniet van jullie samenzijn.
Dank je wel voor jullie begrip.

Nele – geschreven 8 maanden en 12 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

salisbury-crags
Misschien ‘ooit’ op een dag. Misschien, want ‘nooit’ zit in ons dagelijks taalgebruik al behoorlijk ingeburgerd.

bezit

Ik ben me al heel mijn leven heel bewust van het feit dat ik veel heb. Ook mijn kinderen krijgen veel te horen dat ze het goed hebben in deze wereld, en hoe klein ze ook zijn het besef daarvan is groot.

Nu komt het soms op me af … al dat hebben … al die dingen…
Ik wil alles inruilen voor één ogenblik. Eén aanraking.

Tas en ik hadden het er vaak over. Hoe onze buurt ons kon ondersteunen, hoe we hier veel nieuwe vrienden kregen. We hadden het vaak ook over delen, en een maatschappij waarin we niet alles moeten hebben. Tas was van plan een ‘little free library’ te maken voor de wijk.

Een kleine bibliotheek, een kastje, voor ons huis. Met daarin boeken, voor iedereen. Boeken om te delen. Een bibliotheek waar je een boek mag uithalen op voorwaarde dat je er een ander insteekt. Een kleine bibliotheek voor de wijk.

Ik contacteerde een beschutte werkplaats die een prachtexemplaar voor me maakte (we zullen het ooit nog wel wat pimpen). En gisteren realiseerden we deze droom. Ter ere van Tas.

De kinderen deden hun best en eerlijk: ook voor mij was het even slikken om weg te geven. Maar eens je dit doet werkt het bevrijdend. We staken er onze mooiste romans en kinderboeken in. Want, zo vertelde ik de kinderen, het is niet de bedoeling dat je er boeken insteekt die je liever kwijt dan rijk bent. Nee, het is de bedoeling dat je er boeken insteekt die je graag wilt delen. Boeken die je de moeite waard vind om te delen, boeken die je raakten, boeken die iets betekenen. En ik ben reuze fier op mijn schatten die de boodschap helemaal verstonden.

Louise, Tuur en ikzelf kregen sinds het verlies van onze lieve Tas heel veel steun van onze buurt, van deze warme omgeving. Zo doen we graag iets terug!

Tas, voor jou zal ik de rest van mijn leven proberen alles te delen dat ik heb. Want eigenlijk was jij ons kostbaarste bezit. Als wij verder kunnen zonder jou. Dan kunnen we verder zonder het enigste bezit.

Nele – geschreven 8 maanden en 4 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

moederdag

Tas,

vroeger, een boeketje en een koffiekoek/
vroeger, nog eens draaien in bed en smeken om een kus van de zoon/
vroeger, zeggen ‘vraag het vandaag maar aan papa’ en de dochter een knuffel geven/
vroeger, samen zijn een hele dag/

vandaag, missen bij een zelf gemaakte koffie/
vandaag, nog steeds smeken om een kus van de zoon/
vandaag, genieten van de knuffel van de dochter/
vandaag, zijn, zonder jou/

maar,
met een schone broer die voor het eten zorgt/
met een zus tetteren over niets en over alles/
met de job van moederzijn vandaag op een laag pitje/
denken dat jij me dat zou gunnen/

maar,
met een nieuw geboren kleintje dat piept achter de hoek/
met meter mogen zijn en snuffelen aan ‘een dagje oud’/
met genieten van ons kindjes die zijn naam proeven op hun lippen, nu al vertrouwd/
denken dat jij het een beetje zot zou vinden … drie kinderen op een rij/

maar,
met de zon zijn stralen vandaag volop/
met berichtjes van veel vrienden dicht maar ook ver weg/
en daar bovenop een titel voor jouw blauw en zwart/
denken dat jij deze dag zo slecht nog niet zou vinden/

Nele – geschreven 8 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

ons bed

Liefje,

Jij kon van de badkamer een welnessruimte maken. Je kon de tuin omtoveren in een speelparadijs en de living in een voetbaltribune. Tuur, Louise en ik weten het soms niet meer maar soms denk ik dat ook ons huis het noorden kwijt is.

Kasten kraken, planten krijgen te weinig water en een aantal dingen zij hun eigenaar kwijt.

Ons huis is vol lege plekken, maar de leegste van al is de plek naast me in bed. Ons bed bezorgt me ’s avonds angsten, verdriet en herinneringen. De leegte is dan overweldigend. De harde realiteit dat ik je nooit meer kan voelen, dat je lijf me niet meer zal verwarmen. Jouw broodnodige aandacht, je strelingen en je kussen. Ik zoek ze, ik probeer je te pakken te krijgen en je aandacht te grijpen. ’s Avonds is de afwezigheid zo verschrikkelijk aanwezig. Slapengaan is een nachtmerrie die nooit meer stopt. Ik stel het elke avond weer uit.

En dan uiteindelijk val ik telkens weer uitgeput in slaap, hopend dat ik je ergens zal tegenkomen in de sluiers van nacht. Wetend dat het een ijdele hoop is.

En dan volgt een paradox, want ‘ s morgens kan ik ons bed niet verlaten. Ik wil niet wakker worden, niet terug naar daar waar jij net bent. Want het eerste dat ik zie, het eerste dat ik voel is die lege plek naast me. Zonder jou kan ik een dag niet aan, zonder jou kan ik niet leven.

Uiteindelijk sta ik op, trek mijn verdriet als een boetekleed aan en doe wat ik moet doen. Wetende dat het uiteindelijk weer avond zal worden, dat de tijd verder zal tikken. Elke dag voel ik me weer wat verder verwijdert van jouw bestaan. Om dan ’s avonds wanhopig op zoek te gaan.

‘Struikelend over het puin
van de grote hersenschimmen
zoeken we steun bij het kleine:
als ik een kopje koffie
gedronken heb voel ik me
misschien beter’.

Hanny Michaelis (verreweg mijn favoriete letterkunstenaar op dit moment).

Nele – geschreven 7 maanden en 26 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Toen onze tuin nog een paradijs was met jou erin