Onhoorbare lente

7 maart 2017, de dagen zijn bijna uitgeregend. De lente duwt onzichtbaar en onhoorbaar de winter langzaam maar zeker weg. De lente, het seizoen waar Wim reikhalzend naar uitkeek. Het moment om al de zaden te laten kiemen. Zodat ze straks in alle pracht en praal tevoorschijn kunnen komen.  

Zo zou het moeten zijn. Zo zou het nog lang moeten zijn. Alleen, Wim is er niet meer. Vandaag een jaar geleden stopte zijn hart met kloppen. En daarmee stopte het leven zoals het ooit was voor Cindy en hun kinderen Hanne en Pieter.

8 jaar geleden, een enkele roundevous en hun harten waren gesmolten. Cindy en Wim ontmoeten elkaar na enige omzwervingen in hun leven. De toon was onmiddellijk gezet. Over koetjes en kalfjes spreken dat deden ze niet, gras er laten overgroeien ook niet. Nooit niet. Hun liefde voor elkaar was duidelijk. Zij de verzorgende, praktisch, lieve vrouw die wist wat ze wilde. Hij de slimme ingenieur, de quizmaster met een grote liefde voor alles wat groeide en bloeide. Hun leven nam in een sneltreinvaart vorm. Hanne en Pieter maakten hun plaatje compleet. Hun liefde groeide en hun vanzelfsprekende leven was het mooiste dat er bestond. Want zoals zo vaak, wordt de diepte van de liefde pas zichtbaar als ze er niet meer is.

Wim die nooit ziek was, kreeg griep. Was het maar een griep. De nacht van 6 op7 maart werd duidelijk voor hen beiden dat deze griep zwaarder was dan normaal. Ze zouden ’s ochtends dan ook nogmaals naar de dokter gaan. Maar op 7 maart 2016, heel vroeg in de ochtend, ging Wim pijlsnel achteruit. De hulp van de buren en de ziekenwagen kon niet meer baten. Om 8u15 kreeg Cindy te horen dat Wim zijn hart niet meer klopte, dat haar leven nooit meer helemaal zou kloppen. En terwijl de lente onzichtbaar en onhoorbaar duwde bleef Wim achter in de winter van 2016.

Cindy neemt de praktische, dagelijkse taken op haar. Het is zwaar maar ze kan ze aan. Haar achternaam verraad haar romantische aard. Hongerig naar een aanraking, naar zijn kennis en zijn liefde. Onverzadigbare honger. Ze zal samen met Hanne dansen, wetende dat het met papa nog leuker zou zijn. Ze zal Pieter meenemen op wandeltochten en hem vertellen over zijn vader en de natuur, wetende dat het nooit genoeg is. Ze zal met kerst de familiequiz in elkaar steken, wetende dat het een surrogaat is van wat hij deed. Ze zullen op reis gaan, de natuur in, wetende dat hij een betere gids was. Ze zal verhalen van hem vertellen, duizenden keer opnieuw. Ze zal aan hem en zijn glimlach blijven denken en hem nooit meer lossen. Want Wim is er niet meer, maar de liefde, die blijft.

En elke keer als de lente onhoorbaar en onzichtbaar de winter opzij duwt, zal ze met een zucht en een glimlach de tuin intrekken, wetende dat hij het beter kon. In elk zaadje, in elke bloem, in elke plant zal ze Wim horen, zien en voelen.

Er zijn bloemen
mooie maar gewone,
die heel lang bloeien,
maar die mensen nauwelijks zien.
Er zijn ook heel speciale bloemen,
zo mooi dat niemand
ze voorbij kan gaan.
Maar die mooie bloemen,
bloeien niet zo lang,
want ze geven op korte tijd alles,
waar andere bloemen een heel leven over moeten doen. 

dr. Elisabeth Kübler-Ross 

Geschreven voor Cindy (en ook voor Wim.)

 

Een eenheid, gewoon liefde zonder franje.

Februari 2017, de regen is miezerig in het land, de wind raast rond de huizen. Ine is meer een zomermens, het was Hans, haar grote liefde, die van de onstuimige natuurelementen hield. Hij genoot van de wind die met een enorme kracht, bomen kan doen breken als waren het twijgjes. Hij kon uit het raam staren, eindeloos wachtend op de eerste sneeuwvlokken.

Ine en Hans, ze waren een mooi paar. Zo één dat na meer dan 16 jaar nog altijd hand en hand liepen. Geen sprookje, maar liefde. Met vallen en opstaan, maar nooit twijfelend over elkaar. Vanaf het eerste moment zagen ze elkaar graag, een verbondenheid en een intimiteit die bezegeld werd met de komst van hun drie kinderen. Jules, Ella en Louise. Een éénheid, gewoon liefde zonder franje.

Hans was een forse, gespierde man met een tattoo als permanente kunst op zijn arm.  Een man met grote handen. Scheppende handen die de mooiste graffiti ’s konden tekenen, handen die liefdesbrieven en tekeningen maakten, handen die teder een dochter vasthouden, handen die streelden, liefhadden en vasthielden.

Hans was een man die hield van mooie dingen, en van lekker eten. Het was Hans die elke dag iets heerlijks op tafel toverde. Hij zou elke dag mosselen kunnen eten en de steeds weerkerende kreeft was symbool voor het vieren van het leven. Als de gelegenheid er was, stond hij in de tuin met een lekkere cocktail in zijn hand, de buren lokkend met heerlijk geurende gerechten.

Want Hans was ook sociaal. Toen Ine en Hans met het gezin verhuisden naar hun droomhuis in Niel, was hij het die nieuwe vrienden maakte.

Hij was de trotse vader van Jules, Ella en Louise. Met Jules, mannen onder elkaar, zich terugtrekken in het grote bed met een heleboel snoep en de playstation. Met Ella op zaterdag boodschappen doen om daarna gezellig samen ééntje te gaan drinken. Voor Hans een duvel, voor Ella een fruitsapje. De inhoud van hun gesprekken een geheim. Louise knuffelen, koning in zijn eigen rijk met deze derde prinses. Al zou het ook een derde gangsterke kunnen zijn.

Ook al waren de lange haren verdwenen en was Hans rustiger geworden, hij bleef voor Ine een man die het woord leven een andere dimensie gaf. Wat hij deed, deed hij met de volle 100%, mountainbiken, fitnessen en de laatste jaren duiken. Hij vertelde haar vaak hoe hij onder water rust vond. 

Op 7 juni 2016 sloeg het noodlot toe bij Hans en Ine met een kracht, sterker dan die van de natuur. Hans kreeg op zijn werk een hersenbloeding. En nog voor ze het nieuws kreeg voelde Ine paniek, beseffende dat iets helemaal niet goed was. Hans werd naar het ziekenhuis gebracht . Er volgden afschuwelijke weken en dagen waarin ze beiden werden heen- en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop.

Op 22 juli 2016 stopte Hans zijn hart. Enkel de liefde bleef.

Alleen met de kinderen, in een huis zonder Hans, staat Ine elke dag op en leeft de dag. Kokend aan het aanrecht met een kind naast haar, terwijl ze vind dat het nooit zo lekker zal zijn als Hans zijn eten. Boodschappen doen, af en toe met aperitief voor Ella, wetende dat ze Hans nooit zal kunnen vervangen voor haar kinderen. Slapend in het veel te grote bed, waar nu en dan een kindje bij kruipt, beseffende dat ze hem voor altijd verschrikkelijk zal missen.

Ine, een krachtige vrouw met wanhoop en liefde in haar mooie groene ogen. De gierende februariwind en neerslaande regen raast verder in haar. Liefde die hunkert naar elke vierkante millimeter van het lijf van Hans. Als bladeren die in een binnentuin oneindig rondjes draaien, voortgestuwd door de razende wind.

Geschreven voor Ine (en ook voor Hans). 

 

 

Verhalen die kruisen

Een leven bestaat uit verschillende verhaallijnen. Het verhaal dat me vandaag het meest tekent is het liefdesverhaal van Tas en mij. Een verhaal dat doorspekt is met oneindig verdriet en waanzinnig gemis. De diepte van die gevoelens probeer ik hier neer te pennen in korte epistels, met wisselend succes. Elke keer weer ervaar ik echter de kracht van dit schrijven. Het helpt me de kluwen in mijn hoofd en buik te ontwarren. Maar de tijd speelt me vaak parten en dan heb (of maak) ik te weinig tijd en voel ik hoe de emoties we meesleuren en overspoelen.

De magie van het schrijven helpt me in mijn rauwe rouw, maar gaat ook verder dan mijn persoon. Ik merk het in reacties van mensen dichtbij en veraf dat het iets met ze doet. Ik bewonder diegene die me dat laten weten om hun oprechte reacties. Die (h)erkenningen zijn als kleine cadeautjes voor me.

Die magie van het delen van verhalen zit ook in het groepje dat ontstond op Facebook. NEST is een virtuele groep jonge weduwen en weduwnaars die verhalen delen. Allemaal liefdesverhalen, liefdesverhalen boordevol tranen, emoties, hoop en wanhoop. NEST staat voor Never Ending Stories Together.  We delen er al onze persoonlijke verhalen, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Want het lot sloeg bij elk van ons hard toe en liet ons alleen achter met vaak nog veel te kleine kinderen.

Elk woord telt er, elk verhaal krijgt er zijn plaats. We hebben ons eigen jargon en verstaan woorden zoals huidhonger, rouwkost en overleven in de echte betekenis. Het is een plek waar je gewaardeerd wordt en ondersteuning krijgt van lotgenoten. Het is een plek waar zalvende woorden en begrip telkens weer opduiken. Maar het is ook een plek waar je mag schrijven hoe verdriet (zelfs na verschillende jaren) snoeihard in ons vel blijft snijden op onverwachte momenten. Hoe wanhoop soms overneemt en de energie ontbreekt. En dan is er vooral begrip, herkenning en erkenning.

Het is een plek waar verhalen kruisen en zo mensen met elkaar verbindt.

Ik kom er vaak thuis, midden in de nacht of op een doordeweekse dag en er is altijd iemand aanwezig met een open hart, bereid om te luisteren en te verstaan.

Voor hen een gedicht van Hanny Michaelis.

‘Ruggelings uitgestrekt met je voeten in het heden
en je hoofd gekoppeld aan een onachterhaalbaar ver verleden
is het geen wonder
dat je iedere nacht van spanning dreigt te breken.
Maar dat je elke dag opnieuw de kracht vindt om overeind
en uit je bed te komen
vervult me met ontzag.’

Nele – geschreven 2 jaar, 6 maanden en 6 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

nest ok

 

Dag van de liefde

14 februari, Valentijn.

We vierden het niet bewust Tas en ik. Bracht hij bloemen mee, fijn. Deed hij dat niet, ook goed. Ik kan me niet meer herinneren dat ik hem ooit iets gaf op Valentijn. Behalve een kus, maar dat deden we elke dag, dus niets speciaals. Of toch! Misschien wel eens wat chocolade, maar dan deed ik dat zeker ook stiekem voor mezelf. Lijkt me reden genoeg.

We hadden het wel eens over het commerciële, en hoe Valentijn gewoon een feest was, uitgevonden voor de verkoop van spullen. Nu denk ik er anders over. Het kan volgens mij niet slecht zijn, een dag creëren waar liefde hoogtij mag vieren. Wie kan daar nu tegen zijn?

En is niet alles commercieel geworden? Hoewel ik echt niet geloof in een god, toch doen we mee met Kerst en Pasen en andere religieuze feesten. En dan denk ik, ik ben niet tegen feesten. Tegen dagen waar we familie of vrienden centraal zetten. Wie kan daar nu tegen zijn?

Bovendien geef ik mijn kinderen die feesten wel mee. Zo vertelde ik hen dat het vandaag eigenlijk Aswoensdag is, en wat dit wil zeggen. Fijntjes antwoorden ze dan … ik geloof niet, dus ik doe niet mee met die vastentijd. Tuur stelde voor om anders de komende 40 dagen geen groenten meer te eten, want dat hij plots heel erg van groenten houdt. Geloven of niet. Het lijkt me eigenlijk niet slecht om eens iets te laten, om dan weer te appreciëren wat je hebt.

Zo vergaat het me elke dag, en vandaag dan toch weer wat meer. Want je weet pas echt wat je had, als je het niet meer hebt. Vandaag droom ik ervan hoe het zou zijn als hij nog eens bij ons zou komen en hoe we deze Valentijn heel speciaal zouden maken. En ja, ik zou de winkels leeg kopen en helemaal meegaan in het commerciële feest.

Ik zou een hele dag de liefde centraal zetten. En geef toe, wie kan daar nu tegen zijn?
Ik wens jullie allemaal een liefdevolle Valentijn.

Nele – geschreven 2 jaar, 5 maanden en 6 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Ik ben moe, ik heb vandaag
je lijf tien keer
niet aangeraakt, lieve woorden
niet gezegd, gedacht aan je nagels
in mijn rug die een eeuwigheid achter
mij ligt en waaruit ik vanmorgen
ben opgestaan als uit een bed.

Ik geloof niet dat ik het kan:
niet van je houden. Drinken
en je niet kunnen vergeten,
dat kan ik. En iedere dag een beetje
sterven, zodat het tenslotte slechts
een koud kunstje wordt.

Herman De Coninck

Doodgaan doe je alleen, niet doodgaan ook!

Is het de koude, gure, maar vooral grijze buitenwereld?
Is het dat zware ritme van terug werken en de verantwoordelijkheid ten volle dragen?
Is het de constant aanhoudende aandacht die de kinderen vragen?

Ik voel hoe ik opnieuw omlaag zak, afdaal in het diepe zwarte gat, daar waar ik alleen sta. Daar waar enkel verdriet, wanhoop en gemis wonen.

Ik probeerde kleine stappen, maar het ging te snel. Later komt nooit meer.
Met lichte gêne heb ik ‘geluk’ uitgeprobeerd, maar het is te licht, te klein en te broos.

Ik constateer vooral dat ik tijd nodig heb om te missen.

Om kleren, foto’s, herinneringen, stenen en allerhande vast te houden en alles dat ermee te maken heeft te missen. Tijd ook om te wenen, om te grienen met mijn hoofd in mijn kussen. Tijd om weg te vluchten in een bodemloze slaap.

Tijd om mezelf te bekijken, het ouder worden te vervloeken. Dat ik wel, en hij niet … De kringen onder mijn ogen worden dieper. Deze jaarkringen verraden dat ik ouder ben dan ik ben. Van binnen grijs, maar diep van binnen donkerder dan zwart.

Onzichtbaar voor de koude, gure, grijze buitenwereld.
Weggestoken op het werk waar de verantwoordelijkheid het verdriet verdringt.
Vermomd door de constant aanhoudende aandacht voor de kinderen.

Doodgaan doe je alleen, niet doodgaan ook.
Geef me maar even tijd alleen, tijd om te missen.

Nele – geschreven 2 jaar, 4 maanden en 9 dagen na die verschrikkelijk 8ste september 2015.

Hoe ligt je naam
als een schip nog op mijn adem.
Hoe liet ik je lichaam weelde
zijn, met een hand die dacht:
‘ik streel’, terwijl het streelde.

En hoe denkt nu mijn hand: ‘ik streelde’.

Word ik verlaten? Nee,
ik word bezocht door verlatenheid,
een gevoel dat ik groots ontvang,
laat mij er maar mee alleen.

Vrij naar Herman De Coninck

tas

 

5 januari, een speciale dag

Vroeger was het feest op 5 januari, dan vierden we de verjaardag van mijn mama, mijn lieve moeke. Ze zou vandaag 68 jaar geworden zijn. Maar die dag veranderde in een dag van verdriet toen ze op haar 39ste verjaardag stierf. Nu 29 jaar geleden weet ik nog precies wat ik voelde die dag. Het is één van de weinige avonden uit het verleden waar ik weer helemaal naartoe kan in mijn gedachten. Een gevoel dat ik nooit meer zal vergeten. Allemaal verdriet om het verlies van heel veel liefde.

Ik hoor het me nog zeggen tegen Tas op mijn 39 ste verjaardag. Vanaf nu ben ik ouder dan mijn eigen moeder. Ik had een gevoel alsof ik iets gehaald had. Wist ik veel! Datzelfde jaar verloren we Tas en bleef er vooral verdriet om het verlies van nog meer liefde.

5 januari vorig jaar ging ik Simonne, mijn schoonmoeder voor de laatste keer groeten. Haar vredige blik werkte vreemd genoeg verzachtend op deze speciale dag. Verlies en liefde heel dichtbij.

Vandaag is het 5 januari 2018. Een rustige, kalme dag. Ik voel de warmte van de zon die we mochten voelen vorige week nog op mijn huid. Ik negeerde het nieuwe jaar en de bijhorend wensen tot nu. Hier in mijn kleine wereld lijkt alles zo betekenisloos. Maar dan krijg ik een kaartje in de bus, een sms’je of een schouderklopje en dan weet ik weer dat het de kleine dingen zijn die het grootst zijn.

Dus dat zijn mijn wensen voor jou dit jaar. Dat 2018 een jaar mag worden vol met kleine grote dingen… een hand in je hand, een knipoog of een glimlach. Een jaar waar verdriet en liefde zich mogen verstrengelen tot een mooi boeket.

Nele – geschreven 29 jaar na die verschrikkelijke dag dat mijn mama stierf, 2 jaar, 3 maanden en 28 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Grijstinten

Grijze lucht met zwarte wolken vol witte sneeuw.
Een wereld in grijstinten.

Onverwacht afscheid, kroop dan toch onder mijn vel.
Van ver verwijderd naar plots heel dichtbij.

Verloren gewaande herinneringen maken bizarre sprongen in mijn hoofd.
Overal betekenissen die zonder jou eigenlijk niets betekenen.

Vroeger had de wereld meer kleur, die van ons een tijdje heel erg groen.
Samenwonend deelden we dromen van een toekomst die nooit kwam.

Hoe kan ik uitleggen dat wat ik slechts kan stamelen tegen mezelf.
Afscheid nemen went nooit!

Sneeuwvlokken die smelten voor ze de grond raken… een regen van zinloosheid.

Voor Carolien Van Hoecke, omdat ik je graag zag maar dat te weinig liet weten.
18 maart 1976 – 2 december 2017

grijstinten

Pauze

Druk, druk, druk, … vreemd het leven neemt het dan toch weer over. Werken, kinderen voeren en halen, een huis onderhouden. En dan volgt de storm in mijn hoofd. Banale zaken nemen te veel plek in, en ik kan ze even niet meer plaatsen. Hier draaide het leven toch niet om! Kleine uitdagingen die ik niet au serieus kan nemen. Het stormt en ik word overspoeld. Tijd voor pauze. Al is het maar een dagje, al is het maar een avond. Pauze om mijn wortels terug grip te laten vinden zodat ik niet wegspoel. Dingen terug op zijn plek krijgen.

En dan helpt schrijven, tranen die langzaam veranderen in woorden. Dierbare woorden.

En er was nog iets dat hielp om terug grip te krijgen. Want toen was er die man. De afspraken waren duidelijk. Ik hoef geen relatie, ik hoef geen gevoelens, ik wil gewoon even leven. Vrouw zijn in alle facetten van het woord. En hij wou me dat geven, gewoon een enkele avond. Hij kent mijn verhaal, mijn verdriet, mijn angsten, maar ook mijn behoeften en mijn schreeuwende huidhonger. Tas was bij ons, de hele avond lang. De eerste keer. Ze komen nog zo vaak voor, de eerste keren. Mezelf heruitvinden, uitzoeken wie ik ben. En daar tijd voor nemen.

Als ik de keuze had dan duwde ik niet op pauze, maar op rewind. Ik probeerde die knop al eindeloze keren, maar hij is stuk. En dan neemt de storm me mee, en drijf ik verder weg dan ik wil. De pauze-knop is rustiger.

Ik vond in deze pauze weer een puzzelstukje van mezelf. Een belangrijk puzzelstukje waar het woordje ‘vrouw’ op staat.  Het mag er zijn dat puzzelstukje, net zoals de stukjes waar ‘voor altijd vrouw van Tas’ op staat en het stukje ‘moeder’.

En wie weet, vind ik er nog wel, van die verloren puzzelstukjes. Ik neem me alvast voor om af en toe op pauze te drukken zodat ik tijd krijg om ze te zoeken en te vinden.

gebroken vrouw

Nele – geschreven 2 jaar, 2 maanden en 25 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

 

En zo verandert de herfstvakantie in een tijd om Halloween te vieren in plaats van een moment om de doden te herdenken.

Klinkt hard hé: de doden herdenken. Durven we het nog? Voor mij klinkt het niet hard. Doden herdenken, dat doe ik elke dag. Dood, dood, dood, … ik kan het nog steeds van de daken schreeuwen. Hij is dood!! Maar ik voel dat mensen dan bang worden, alsof ik hen iets wil aandoen. Alsof ik een vloek uitspreek.

Deze week hadden de 2 juffen van mijn kinderen beloofd om iets te doen rond de dood. Om een verhaal voor te lezen, om het over een dode papa te hebben. In beide klassen is het uiteindelijk niet aan bod gekomen. Zonder uitleg, zomaar is de intentie verdwenen. Mijn kinderen snappen er niets van. Terwijl ze niets liever willen. Praten over hun papa, luisteren naar verhalen over hem, praten over de dood.

Ze hebben het al goed geleerd. Ze kunnen het tegen iedereen zeggen: wel honderden keren. Dood, dood, dood, … mijn papa is dood. En ja, we leren dat hier. Want praten over dood moet je leren. Net zoals je de tafels leert of ‘ik’ leert schrijven. Maar mama, waarom doet de juf dat dan niet. Ik kan alleen maar gissen en zeg hen. Ik denk dat ze niet durven. Misschien omdat ze bang zijn dat je dan verdrietig wordt. En dan krijg ik het volgende antwoord: ‘Maar ik ben al verdrietig. Ik ben altijd een beetje verdrietig. Ik wordt juist blij als iemand over papa babbelt.’ Natuurlijk bestaat ook de kans dat er eentje in tranen uitbarst. En dan? Mag dat dan niet?

En zo verandert de herfstvakantie in een tijd om Halloween te vieren in plaats van een moment om de doden te herdenken.

De klok heb ik teruggedraaid, terwijl de tijd nog stil staat. Buiten is het snel donker en de koude nestelt zich in onze botten. We zullen Halloween vieren, maar plannen ook dat andere … Want de herfstvakantie kondigt die zware donkere tijd aan die we weer door moeten komen. En dat lukt alleen als we ook tijd nemen om aan hen die we zo hard missen te denken.

En dus plannen we dinsdag ons knutselmoment om voor iedereen die we graag zien, maar niet meer echt kunnen zien iets moois te maken. Meer hoeft dat niet te zijn. Ik zou denken dat iedereen dit kan.

IMG_4604

(Tekening van Anthe – te bewonderen in onze boekenkast)

Nele – geschreven 2 jaar, 1 maand en 21 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Want alleen de liefde, de liefde alleen is eeuwig

Ik vond dit  op de facebookpagina van een vriendin, eentje die weet. Hij verwoord exact wat ik wil ik wil verwoorden.
Afgelopen zomer verloor Koen Torrekens zijn jongste zoon Victor op reis: zijn getuigenis.

Wij hebben deze zomer op een brutale manier ons jongste zoontje van acht jaar verloren. Zomaar op reis door een slecht onderhouden jacuzzi. Van de hoogste graad van geluk naar de totale wanhoop op twee minuten tijd. De rit terug is langer. Veel langer. Over deze rit wil ik het vandaag hebben.

Dit is geen aanklacht tegen slecht onderhouden jacuzzi’s, geen sneer naar welke overheid dan ook, geen oproep om nog wat meer wetten te schrijven..… Het is een ode aan het leven en geschreven voor de grote groep van mensen die gelukkig wel gespaard blijven van dit soort drama’s.

Mensen die een kind verloren, zijn plots niet slimmer geworden. Zij doorgronden de wereld niet beter en analyseren Kant of Nietzsche niet beter dan voorheen. Allemaal hebben ze veel verdriet, ze zijn vaak verbitterd en kwaad, vaak verliezen ze hun vertrouwen in iets: hun partner, God en vaderland, het leven of erger nog de liefde…

Hebben zij dan meer recht op spreken? Voor één bepaald domein wel. Omdat zij, ik moet nu helaas wij schrijven, een unieke ervaring hebben meegemaakt die we moeten delen omdat wij als maatschappij moeten nadenken over hoe we in het leven moeten staan. Wat is belangrijk en wat niet? Hoe moeten we onze tijd indelen? Ouders van verkeersslachtoffers mogen niet de verkeerswetten herschrijven maar ze hebben wel het recht en zelfs de plicht om maatschappij en politiek te wijzen op het onmenselijke leed dat achter elk slachtoffer schuilt.

Vele zaken zijn vandaag aangenamer en eenvoudiger dan pakweg vijftig of honderd jaar geleden. We leven en waarschijnlijk ook sterven, comfortabeler dan vroeger. Een kind verliezen is echter een uitzondering op deze regel: onze maatschappij leeft nu met haar rug naar de dood, dergelijke drama’s waren vroeger frequenter dan vandaag, onze voorouders genoten van een naïeve religiositeit die troost en comfort bood en bovendien lieten de economische omstandigheden vaak weinig ruimte tot rouw en piekeren.

Met het speelgoed, de herinneringen en de foto’s van een achtjarig kind kun je vandaag letterlijk een vrachtwagen vullen en op de meest onverwachte momenten en plaatsen springt hij dus terug in jouw gezicht. Vaak een lachende herinnering. Hoe harder hij toen lachte, hoe harder je nu weent. Het is zoals de boodschap bij financiële reclame: het geluk in het verleden is geen garantie voor het geluk in de toekomst.

Hoe ga je hiermee om indien in dit in jouw directe omgeving gebeurt? De eerste reactie is er meestal één van ongeloof, verbijstering en verdriet maar vervolgens worden we weer praktisch: “Gaan ze nu nog mee op skivakantie”, “Hoe gaan we dit aan onze eigen kinderen vertellen” etc.. De mens reageert zoals hij geprogrammeerd is en bekijkt alles eerst vanuit zijn eigen standpunt. Vervolgens komt, laten we het maar toegeven, vaak een gevoel van opluchting en zelfs “blijdschap” met het besef dat het noodlot, zoals een Amerikaans precisiebombardement, net naast jou is ingeslagen en niet bij jou. En zo komen de gedachten automatisch bij de getroffen mensen.. “Ocharme…Wat kunnen we doen voor hen?” De reacties van onze Franstalige vrienden waren sprekend. “Mon pauvre ami…” vertolkt taalkundig perfect het gevoel. Je blijft achter met alle materiële zaken intact, maar toch voel je je bestolen en straatarm.

Toen wij thuiskwamen vanop reis, was onze voordeur versierd onder de bloemen. Zeer emotioneel als je zo thuis komt vanuit je droomvakantie. Maar toch… dank u lieve buren! Onmiddellijk krijg je een gevoel van: “we staan niet alleen met ons lijden…” Medelijden is een gruwel maar in de etymologische zin zo mooi. De dagen nadien kwamen vrienden en buren ons eten brengen. Hoe primitief en absurd lijkt dit in een wereld van Deliveroo en kant en klare maaltijden! Nu kan ik alleen maar zeggen: “Doe het mensen, doe het!“

Als je na die eerste nacht thuis, met een hoofd vol verdriet, naar de bakker wil stappen en je ziet voor de deur een zak pistolets staan dan is je eerste gedachte niet van “ik had liever tijgerkes of sandwiches gehad…” Neen, dan kijk je even met betraande ogen de lege straat in, neemt dankbaar de zak en keert weer terug naar de geborgenheid van je gekwetste gezin. Het mooiste vind ik nog altijd dat ik tot vandaag nog altijd niet weet wie ze gebracht heeft. Geen naam, geen kaartje, gewoon elke morgen pistolets… Het klinkt haast als een gebruik van één of andere primitieve stam maar ga alstublieft gewoon eten brengen. Vraag ook niet van “moet ik iets maken?“ Neen! Ga gewoon aan de deur staan met die pot soep in je handen…De dood is ruw, primitief en oeroud. Eten en drinken ook…

Komen we op het tweede punt: bezoeken of niet bezoeken…Ik kan kort zijn: bezoeken! Ik ben niet de meest sociale persoon en telkens als iemand schuchter aan de deur stond, was mijn reactie steeds dezelfde: “ik ben blij dat je er bent, kom binnen, maar het kan zijn dat ik jou na twee minuten buiten gooi”. Twee minuten werden altijd twee uur. We hebben samen gegeten, gepraat, herinneringen opgehaald, vaak samen gehuild en soms werden wildvreemde mensen verbonden in het noodlot…

Mijn derde goede raad gaat over de tijd. Hij is ons eeuwige vijand maar bij een rouwproces is hij een (trage) vriend. Als je je eigen dode kind in je armen hebt gedragen, als je hem bent gaan herkennen in een mortuarium en hem vervolgens hebt begraven dan denkt je logisch verstand: “het ergste is achter ons.. “ Helaas, pindakaas zoals ons jongetje steeds zei.. We zijn nu bijna twee maanden later en het gevoel van gemis en leegte wordt nog elke dag groter.

Wat ons menselijk leven mooi maakt, namelijk een bewustzijn met emoties, vreugde en verdriet, wordt nu een gruwelijke en sluipende vijand. Wij zijn geen meester van onze gedachten. Verdriet, schuldbesef, woede komen en gaan zoals de golven aan zee… Zelfs met al je ratio op scherp, kun je niet ongehinderd naar een muurtje kijken zonder te hopen dat hij plots van achter het muurtje springt. “Dag papa!” Ondertussen zit onze kat, die zo vaak met ons zoontje heeft gespeeld, gewoon in de sofa. Ze kijkt mij uitdagend en nonchalant aan en vraagt zich waarschijnlijk af wat ze straks zal eten. Net zoals de schoonheid van Mozart haar koude vacht niet kan raken, zo ook blijft ze onbewogen bij het plotse overlijden van haar speelkameraadje. Helaas, pindakaas… wij zijn mensen.

Hou dus uw inspanningen vol, maanden aan een stuk. Eventueel niet met dezelfde intensiteit, spreek af met vrienden voor een buurtrol. Ga er even niet vrolijk van uit dat het na een maand voorbij is. Ik denk nog aan die arme buurman die na twee weken naar mijn vrouw stapte en vroeg of het al beter ging. “Neen, hij is nog altijd dood”. Een brutaal en intriest antwoord. Vroeger was ze geen van beiden.

Vervolgens is er het internet en de bijhorende sociale media. In een tijdperk waar relaties gestart en gestopt worden via Messenger en waarbij aan nationale en zelfs internationale politiek wordt gedaan via Twitter, is de verleiding groot om ook ons medeleven af te handelen via Facebook of via de website van de begrafenisondernemer… “Er zal toch genoeg volk in de kerk zijn..”, “Ze zullen toch voldoende bezoek thuis hebben…” Neen dus… wees aanwezig, en vooral levend in vlees en bloed. Een familie die op een dusdanige wijze gekwetst is, zal zichzelf niet opdringen. Zij kruipt net als een gewond dier terug in donkere geborgenheid van haar hol of grot. Dring uzelf op. En tenslotte, wees de dagen of weken nadien iets voorzichtiger met de likeknop op Facebook. Natuurlijk stopt jouw leven niet omdat jouw beste vrienden hun kind hebben verloren. Maar met één klik op de likeknop kun je wel bij hen de indruk wekken dat je de week nadien al aan het feesten bent als de beesten…

Als laatste wil ik het even hebben over uw leven. Ik veronderstel even dat magere Hein zich tot nu toe bij u netjes heeft gedragen. Hij heeft de ‘volgorde van het leven’ gerespecteerd of uw laatste troostende woorden tot uw kinderen betroffen de cavia die ’s morgens stilletjes in zijn nestje bleef liggen… Een kind verliezen zou de meest fantastische ervaring kunnen zijn die je als familie kunt meemaken. Het zou echter na een maand moeten stoppen. “Dag mama, dag papa, waar zaten jullie?” Hoe gulzig maar ook hoe doordacht en wijs zou je nadien door het leven gaan! Helaas, pindakaas… Zo werkt het dus niet.

Elke ouder heeft zich al eens ingebeeld dat zijn kind dood is. Dat beklijvend moment als plots je peuter uit je zicht is verdwenen op een druk strand. Die namiddag toen hij als puber met de fiets vertrok en je vijf minuten later in de verte een sirene hoorde. Of gewoon s’nachts, badend in het angstzweet, na een nachtmerrie… Niemand kan zich echter inbeelden wat het is om een kind eeuwig en altijd te missen. Eerlijk gezegd ik ook nog niet…

Het leven is kort en fragiel. Tachtig jaar of acht jaar, wij zijn oneindig langer dood dan levend. Vroeger werden we vanop de kansel daar regelmatig aan herinnerd. Vandaag predikt de maatschappij rondom ons een illusie van eeuwig leven. Zelfs de reclame van uitvaartverzekeringen ademt een sfeer van onbezorgdheid en eeuwigheid uit. Wat kun je leren van een brutaal overlijden?

Het is gevaarlijk om niet in goedkoop epicurisme te vervallen. Dit is geen pleidooi voor een grotere religiositeit, geen pleidooi om de rest van het leven te bekijken vanuit een hangmat in de tuin. Het is wel een oproep tot liefde. Geef en krijg! Kijk maar na: alle grote momenten van geluk zijn op één of andere manier verbonden met de liefde. Laat de liefde al uw handelingen en gedachten inspireren. Enkel de liefde, en niet de woede of een gerechtszaak, zal ons als gezin er terug bovenop helpen. Bemint elkander. Het is diezelfde liefde die je nodig zult hebben wanneer je met een kom soep zal aanbellen…

En oh ja.. voor ik het vergeet, zijn naam was Victor. Hij was ontzettend gek op dieren.