Af!

We gingen op reis. Twee weken helemaal weg van alles. En ook al bleef het gat in mijn borstkas onmiskenbaar aanwezig, toch deed het deugd. Elke dag op avontuur, wonderlijk mooi, mystiek ook. De kinderen bloeiden langzaam open! De eindeloze landschappen zorgden voor een open blik op de wereld. Mooie mensen kwamen we tegen, vriendelijkheid achter elke hoek. Goede gesprekken, luisterende oren en lieve woorden van mijn medereizigers. Spelende kinderen, langzaam verdween de angst voor het onbekende en groeide de dorst naar meer. Ik begon het te geloven dat hierna nieuw zou zijn, dat als we weer thuiskwamen alles beter zou zijn. Dat het af zou zijn, dat we opnieuw konden beginnen.

En toen kwamen we thuis, in ons veilig nest, waar de liefde van Tas tastbaarder is dan waar ook ter wereld. En terwijl de kinderen in hun hernieuwde speelsheid, vrolijk paaseieren zochten, viel de realiteit verpletterend neer. Hij is dood en ik leef. Het is niet beter, het is niet af! Ik mis hem nog steeds, meer dan ooit. Ik wil hem vertellen over ons dochter op een waterbuffel midden de rijstvelden, over een stoere fietsende zoon die even een Vietnamese boer was. Over ritjes in Riksja’s en slapen op een boot in een wonderlijk decor. Ik wil hem laten proeven van de heerlijke gerechten die je met stokjes moet eten. Ik wil hem knuffelen, strelen en zoenen.

Voor Tuur en Louise begon vandaag nog een extra avontuur, op een nieuwe school. Ik twijfelde, was bang verkeerd beslist te hebben. Hoe moet ik dat nu doen, opvoeden? Maar met een klein hart en een open blik begonnen ze enthousiast aan hun dag. En terwijl ze hun mooie verhalen vertelden en hun enthousiasme met me deelden, werd ik alweer verpletterd. Ik mis hem nog steeds, meer dan ooit. Ik wil dat ze aan hem vertellen over die nieuwe vriend, over de grap van de juf en de hoeken waar je kan spelen en ontdekken.

En dan was het toch af! Vandaag op dezelfde dag dat alles nieuw zou zijn, was het af. Tas zijn graf. Mooi verdriet zou ik het willen noemen. Het is prachtig en tegelijkertijd zo verschrikkelijk, want het is af, dat graf. Hoe kan dat nu? Want terwijl Louise en Tuur hun brieven voor papa posten, wil ik alleen maar schreeuwen, dit wil ik niet! Ik mis hem nog steeds, meer dan ooit. Het was nog niet af, ons verhaal!

Nele – geschreven 1 jaar, 7 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Verjaren

Verjaren
is niet hetzelfde
als jarig zijn
Verjaren doe je in stilte.
Zonder hoedjes op.
Zonder toeters of bellen.
Het is een stil feestje.
Je kunt zelfs verjaren
als je er niet meer bent.
Als iemand met jou
– in gedachten –
een liedje neuriet,
taart eet.
Vandaag verjaar jij.
Ik hang vlaggetjes in mijn hoofd
en zwaai nu met een wimpel.

Geert De Kockere

IMG_3775

Ervoor en erna

We spreken veel in die termen: ervoor en erna. De kinderen vragen vaak, bestond papa toen ik dit of dat deed. Vooral Louise is vaak bezig met haar tijdlijn. Hoelang heb ik papa eigenlijk gekend vraagt ze soms. Ik voel de pijn heel hard binnenkomen als ik daar antwoord op geef. Want eigenlijk is het antwoord ‘veel te kort’. Maar daar heeft zij geen boodschap aan, ze wil de feiten en de cijfers. Ze kijkt veel in de fotoboeken de laatste tijd, alsof ze voelt dat hij wegebt, en dat ze moet blijven vasthouden, dat wat bijna niet vast te houden is voor een kleintje zoals zij.

Ikzelf weet heel goed wat van ervoor is en wat van erna. In het begin telde ik alle keren. Van alles, de belangrijke maar ook de onnozelste dingen.  Zo wist ik perfect dat het de vierde keer was dat ik naar de Colruyt ging na de dood van Tas. Vandaag zijn we alledrie al 2 maal verjaart na zijn dood, straks is het aan hem. Vandaag weet ik hoeveel schoenmaten Louise en Tuur’s voeten groter geworden en hoeveel cm ze gegroeid zijn. Vandaag weet ik dat er nog duizenden eerste keren komen en tweede keren en derde keren.

Vandaag ben ik niet meer de persoon van ervoor en ik weet eigenlijk ook nog niet goed wie de persoon van erna dan is. Ik heb het gevoel in niemandsland te wonen. Niet goed wetende waar ik bijhoor, wie ik ben, wat er van me verwacht wordt en wat ik met mezelf aanmoet. Een groot deel van me is kapot en ik heb geen idee of en hoe dat kan helen. Het leven erna is er 1 zonder kleur, zonder lief, zonder zoveel. Het leven erna is grijs, vol hoofdpijn, nekpijn en onverzadigde honger naar hem. Ik merk wel dat mijn buik haarfijn aanvoelt dat er ook andere mensen voor een deel kapot zijn. Zou dat dan iets waardevols zijn dat hieruit gekomen is? Geen idee, helpt het mij of hen om de pijn, het kapotzijn in anderen te herkennen en te erkennen. Ik weet het niet.

Elke dag kijk ik naar zijn foto en hoor ik mezelf zeggen: ‘Hij is er niet meer! Hij is dood.’

En terwijl ik doordrongen ben van het stilstaan van de tijd toont de natuur me het tegendeel. Ik weet niet of ik daar blij of boos om moet worden. Verdrietig dan maar…

Nele – geschreven 1 jaar, 6 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

Een steen voor Tas

Ik ben een internetshopper van het eerste uur. Tas wachtte me vaak op met de boodschap: ‘er is weer een pakje voor je toegekomen.’ Stiekem vind ik het geweldig, een druk op de knop en de volgende dag geleverd. Maar in tijden van -binnen 24u geleverd- apprecieer ik toch ook dat andere, misschien zelfs meer.

Ik kreeg van een aantal lieve vriendinnen een juweel cadeau. Bij de edelsmid Ingrid Adriaenssens in hartje Gent liet ik een ring ontwerpen. Een ‘tasjuweel’ noemen de vriendinnen het. Een ring waarin onze namen voor altijd verbonden zijn. Een uniek stuk dat niet perfect is, want Tas en ik dat was geen perfectie … Een uniek stuk dat liefde symboliseert, want Tas en ik dat was wel liefde …Ik heb er op moeten wachten, Ingrid heeft er haar werk van gemaakt, haar tijd in gestoken en daardoor de waarde nog eens verhoogd.

Zo ook met de steen van Tas. 11 november 2016 maakten de kinderen en ik een uitstap naar Utrecht, ons doel: Christine Kortland. Ze is grafkunstenaar en samen zouden we bespreken welke steen Tas waardig is. De kinderen en ik hadden er goed over nagedacht en we wisten al vrij goed wat we wilden. Het was een fijne bespreking, en terwijl de kinderen speelden en af en toe kwamen kijken naar voorbeeldjes en ideetjes kwamen we samen tot een wondermooi ontwerp. Eentje met het glas erin, zoals Tas en ik maakten in Chili als geboortepresentje voor Tuur. Eentje met een brievenbus, zodat de kinderen boodschappen kunnen doorgeven aan papa. Eentje met een mooie tekst, zodat we glimlachend kunnen terugdenken aan Tas als we zijn graf bezoeken. Eentje met één hoekje wat anders, want dat symboliseert voor ons zoveel.

Soms vragen de kinderen: en wanneer is de steen nu klaar? Het zou even duren, zo had Christine het ons verteld. Want het is vakwerk, handenarbeid en geen druk op de knop.  De kinderen, die bij haar ook even mochten proberen in een steen een letter te hakken, hebben het zelf ondervonden.

Tijd, een woord met meer ladingen dan letters. Tijd, een woord dat veel gebruikt wordt. Ik worstel ermee. ‘Tijd’ zorgt voor verwijdering vind ik soms, ‘tijd’ vinden mensen helpt. Ik vraag het me vaak af. Vandaag klopt dat laatste niet, ik vind het steeds erger worden. Het fysieke gemis, de pijn, de wanhoop, ze nemen het dan over van me.

Maar als het gaat over de steen van Tas, dan vind ik ‘tijd’ de normaalste zaak van de wereld. Dus het zal nog even duren voor zijn grafsteen klaar is. Tas verdient die tijd.

Nele – geschreven 1 jaar en 6 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Hoe gaat het met de kinderen?

Hoe gaat het met de kinderen? Zo fijn dat mensen hiernaar blijven vragen.

Ik merk wel dat het minder evident  is om het rechtstreeks te vragen aan hen. Moeilijk natuurlijk, stel je voor hoe ze zouden reageren en … vinden ze het wel tof als ik het hen vraag. En zouden we ze niet beter sparen en niet teveel op de feiten drukken? Allemaal bedenkingen, die in onze samenleving al heel lang van tel zijn. Mijn eigen lieve vader deed het ook. Hij probeerde zijn verdriet weg te steken voor zijn kinderen. Hij stuurde ons weg toen het duidelijk werd dat moeke haar einde naderde. Alles vanuit een reflex om ons te beschermen.

Alleen … daar geloof ik niet in. Niet meer. Nu mijn eigen kinderen geconfronteerd worden met een soortgelijk verdriet gebeurt er iets met mijn verleden. En met dat van mijn broer en zus ook. We beseffen dat het moeilijk was en dat we er te weinig over gepraat hebben. Met elkaar of met iemand anders. We hebben elk onze angsten, nachtmerries en gedrag dat we eraan linken. En ook al is dit niet verschrikkelijk problematisch, toch zijn dat niet de wensen die we hebben voor Tuur en Louise. En dus zegt mijn zus soms: ‘ Je weet hoe je dit moet doen, Nele’ of ‘ Wat jij voor je kinderen doet dat heb ik zelf als kind nooit ervaren.’ En dus speelt mijn broer soms voor sinterklaas en legt hij hen eens extra in de watten. Mijn zus en mijn broer, we herkennen veel en praten vaker over toen.

Is dit een verwijt naar mijn vader. Nee hoor, ik weet dat hij ons verschrikkelijk graag zag, zoals alleen een ouder zijn kinderen graag ziet. Ik weet dat hij door het vuur zou gegaan zijn voor ons. Maar ik weet ook dat hij zou willen dat we leren uit het verleden. Ik weet zeker dat hij nu tegen me zou zeggen, doe jij het maar anders!

Tuur en Louise functioneren en ja ze zijn vaak ook blij. Ze wenen ook, dat is normaal als je een dode vader hebt. Of ze zijn boos en gefrustreerd. En ze zijn bang. Vooral Tuur kampt met heel veel angsten. Wat ik leerde – me vallen en opstaan- is dat we al die gevoelens moeten erkennen en serieus nemen. Dus niet meer ‘Je hoeft niet bang te zijn van inbrekers of een spook onder je bed’, maar ‘Je bent bang hé, ik weet het. Laten we kijken hoe we er iets aan kunnen doen. Ik kijk de deuren na of ze goed op slot zijn en ik kijk ook eens onder bed. Kom je mee kijken onder bed? Zie je? Geen spook.’ Ik merk dat het werkt.

(H)erkkening van hun gevoelens geeft ze bestaansrecht. Iemand vertelde me deze week nog dat dit voor iedereen geldt. Relaties gaan vaak stuk omdat we de gevoelens van de ander niet erkenden. Niet gemakkelijk dat erkennen. Maar ik merk dat ik er steeds beter in wordt. Met ons drietjes hebben we vaak gesprekken die ik met sommige volwassenen nog niet kan. Zo hadden we het laatst over de onzichtbare rugzak, die ervoor zorgt dat je lijf pijn doet, dat je soms niet goed weet waarom alles misloopt. Louise zegt dat ze die rugzak kan uit doen en gewoon blij zijn. Tuur vertelde dat hij dat niet kan. En we leren dat elk van ons gelijk heeft. En zo leren we erover praten, want dat helpt. En het is echt leren! Het gaat niet vanzelf, we moeten ons erin trainen. Dekseltje erop, zoals soms wel eens gebeurd, werkt niet voor ons. Dan wordt het alleen nog maar lastiger. Dan ontploft het hard. Maar mijn kinderen leren iets wat je in geen enkel schoolboek zal terugvinden. Ik meen te denken dat dit heel belangrijk is, al zie en voel ikdat dit heel veel energie kost.

Nele – geschreven 1 jaar 5 maanden en 8 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Verhaal

Er waren eens drie bomen, die alledrie in een hevig storm een tak waren kwijtgeraakt.
De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan.
Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken.
Gisteren heb ik ze toevallig teruggevonden en met hen gesproken.

De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: ‘nee, dat kan ik niet want ik mis een belangrijke tak.’
Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen.
De zon drong niet meer tot hem door. De wonde was duidelijk zichtbaar en hij zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom. Hij was niet meer verder gegroeid.

De tweede boom was zo geschrokken van de pijn
dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten.
Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren.
De plek van de wonde was moeilijk terug te vinden.
Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.

De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte van zijn lijf,
en hij rouwde om zijn verlies.
Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd: ‘dit jaar nog niet’. Toen de zon het tweede voorjaar weer terugkwam met de uitnodiging, had hij gezegd:
‘ja, zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen.
Mijn wonde heeft warmte nodig, opdat ze weet dat ze erbij hoort.’
Toen de zon het derde jaar weer terugkwam, sprak de boom: ‘ja zon, laat mij groeien.
Ik weet dat er nog zoveel te groeien is.’ De derde boom was ook moeilijk te vinden,
want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden.
Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde,
die vol trots in het zonlicht werd gehouden.

M. Keirse

boom

 

Huidhonger

Huidhonger, wat een heerlijk woord. Nederlands, uiteraard, dat voel je. Ik heb er verschrikkelijk veel last van. Vanavond is het weer zo ver. Als ik helemaal eerlijk ben dan wil ik gewoon een man in mijn bed vannacht. Gewoon? Nee, niets gewoon.

En dan fantaseer ik verder, over die man. Hoe zou hij eruit zien? Wie zou het zijn? Niet te klein, maar hij hoeft ook niet super groot te zijn. Hij mag wel wat gebronzeerd zijn, een beetje een werkmanstype. Tja, iemand die de handen uit de mouwen kan steken, daar ben ik niet vies van. Hij moet mooie ogen hebben, ogen zijn belangrijk. Misschien een beetje speciaal. Beetje groen? Haar, ja dat mag, maar kalend is eigenlijk ook wel goed.

En  gevoel voor humor , dat zou mooi zijn. Het mogen zelfs dwaze grappen zijn die hij verteld. Het zou ook fijn zijn als hij een beetje kan relativeren. Mijn gedachten en overpeinzingen even kan stil leggen en me terugbrengen tot de essentie.

En hij moet vooral vanavond veel zin hebben om met me tussen de lakens te kruipen. En ja, hij mag me liefje noemen. En ik zal hem graag zien. Want ik zag hem graag. Ik zie hem graag.

Tuur is ervan overtuigd en zegt het ronduit: ‘Jij zal nooit meer verliefd zijn, alleen nog op papa.’ En daarmee voel ik het gemis extra. Ik ben niet alleen mijn lief kwijt, diegene waarmee ik kon babbelen en kon ruzie maken. Mijn bondgenoot die me begreep … ik ben ook zijn lijf kwijt. Wat mis ik het fysieke contact.

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever: I was wrong.

De zon is in de stad als een lieve verkoopster die ons alles aanwijst met een slanke arm als een straal en alles is te verkrijgen. Eerst heb ik jou gekocht en in een andere etalage ligt het leven. We blijven lang staan kijken, hoeveel kost het vraag je.

En ik zeg: al mijn verdriet.

Herman de Coninck

 

Nele – geschreven 1 jaar en 5 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

thescream

https://genius.com/Nick-cave-and-the-bad-seeds-skeleton-tree-lyrics

 

 

 

 

 

 

Krachtvrouwen

Mijn leven is heel hard getekend door verlies. Met een vertrokken grimas zeg ik tegen mijn omgeving dat mijn expertise daar ligt. Nog nooit werd ik zo overspoeld door verdriet.

Toch klopt het niet helemaal. De laatste jaren kwamen er heel veel nieuwe mensen in mijn leven. Korte ontmoetingen, beginnende vriendschappen en inspirerende momenten. Ook vervlogen vriendschappen vinden hun weg terug. Nog nooit werd ik zo overspoeld door liefde.

Eén van die ontmoetingen was met Vivian. We vonden elkaar online en ik zag haar voor het eerst op een lezing van Manu Keirse. Met haar roze sjaal, lachende ogen vol verdriet en liefde, vond ik haar ogenblikkelijk een mooie vrouw. Haar verhaal is zwaar. Op 11 februari 2005 sloeg bij haar waanzinnig hard het noodlot toe. Haar man, Ido overleed plots aan een hartaderbreuk. Vivian,  op dat moment 41 weken zwanger en mama van een zoontje van twee, gaf twaalf uur later het leven aan een tweede zoon.

Vandaag, in 2017 leeft ze voluit, met de liefde van Ido diep geworteld in haar zijn. Ze draagt die liefde en het bijhorende verdriet als haar roze sjaal rond haar. Haar kinderen dicht bij , elke keer hen kracht gevend bij hun vragen, boosheid en verwardheid.

Ze organiseerde een eerste en een tweede weduwelunch in hartje Gent. Ik mocht deelnemen. In een gezellig kader, ontmoette ik Ine, Wille, Veronique en Sofie. We delen er ons verdriet en ontdekken dat het liefde is dat we delen. We delen er onze bezorgdheden over onze kinderen en ontdekken dat ook dat liefde is dat we delen. We geven er elkaar raad maar gaan vooral mee in de diepte staan. In het waanzinnig zwarte gat voelen we ons even, heel even minder eenzaam. We vinden zelfs schoonheid in het gedeelde verdriet.

De verbindende kracht van Vivian kreeg er een concrete start. De online community groeit. Steeds meer jonge weduwes vinden de weg naar elkaar. Ken je weduwes die op zoek zijn naar laagdrempelig contact? Vertel ze dan zachtjes over Vivian en de krachtvrouwen.  Want ik geloof niet dat de tijd zomaar heelt. Ik ben er echter wel van overtuigd dat deze wonden een hele, hele lange tijd verzorging nodig hebben. En dat is wat de krachtvrouwen wil doen. Als een cirkel blijvend praten en huilen om onze liefde. Een roze cirkel van vrouwelijke kracht. Doorspekt met het oranje van Ido, de grote liefde van Vivian. Ido met zijn oranje haar.

Nele – geschreven 1 jaar, 4 maanden en 23 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

http://krachtvrouwen.be/

img_0243

 

 

 

 

 

Gelukkig nieuwjaar

Het mag nog even: iedereen in je omgeving gelukkig nieuwjaar wensen. En als ik die wensen krijg, kijk ik even verbaasd op en met een geforceerde pop-up glimlach antwoord ik dan stilletjes ‘voor jou ook’.

Het komt absurd over, gelukkige nieuwjaar. 2017, een jaar dat begon met het afscheid van Simonne, de enige grootouder van mijn kinderen die nog in leven was. Geen grootouders, geen papa, wat heeft dat in godsnaam met geluk te maken?

Ofwel let ik er teveel op, of het is gewoon de tijd van het jaar. Op Facebook zie ik verschijnen: ‘Happiness is a choise, not a result’. In mijn buik begint het te rommelen, waar zat de keuze. Maakte ik een keuze?

Ben ik gelukkig vraag ik me af? Nee, helemaal niet. Ben ik dan ongelukkig? Maar nee, ook niet. Ik ben verdrietig, ik ben verward, ik heb geen spoor, geen visie op de toekomst, ik ben moe en ik heb het koud. Maar ongelukkig, ik denk het niet.

Ik begin het meer en meer een vreemd idee te vinden, dat je geluk moet zoeken, gelukkig moet zijn. En dat dat bovendien maakbaar is. Ik hoor het mijn vader in een ver verleden nog zeggen. “Maakt niet uit wat ze doen mijn kinderen, als ze maar gelukkig zijn.” Ik zal het zeker ook al gezegd hebben over mijn twee lieve schatten. Maar klopt dit wel? Wil ik dat ze gelukkig zijn? Natuurlijk hoop ik dat ze gelukkige momenten zullen hebben in hun leven, en dat ze bovenal kennis maken met de liefde (lang of kort, maakt zelfs niet uit). En ik weet dat verdriet en eenzame momenten altijd deel zullen zijn van hun bestaan. Ik luisterde goed naar Manu Keirse die me leerde dat diegene die in staat zijn verdriet te voelen, in staat zijn om echt lief te hebben. Tuur, Louise en ik, we zijn niet bang van ons eigen verdriet, we leven ermee elke dag. In mijn eigen leven is verdriet en rouwen zo aanwezig dat het soms als een vertrouwde sluier om me heen hangt.

Van waar komt het toch? De angst voor verdriet, voor ons gewoon een teken van liefde voor diegene die we graag zien.

Van waar komt het toch? Dat zoeken naar een altijddurend geluk, altijd maar blij zijn? Ik treed Dirk De Wachter (ons eigen Nick Cave) bij als hij beweert dat dit onnatuurlijk is en zelfs gevaarlijk. Ik geloof dat je ongelukkig wordt door het zoeken naar dat geluk. Snap je?

Nochtans een nobel idee, altijd happy, heel de tijd. En in onze medische wereld denkt men daar een antwoord op te hebben. Ik ben daarin heel kritisch geworden. Ik zie mensen rondom me die rouwen, die verdriet hebben, mensen die alleen zijn en eenzaam zijn. Mensen die minder kansen kregen en krijgen. Mensen die minder capaciteiten hebben. En in plaats van een weg te gaan van aanvaarding, van dankbaarheid voor wat we wel hebben, spiegelt men deze mensen voor dat ze gelukkig moeten zijn.

In onze maatschappij krijgen (te) veel psychiaters de taak dit geluk te creëren. (Want enkel psychiaters en  dokters worden terugbetaald door onze maatschappij.) En hun antwoord is in 99% van de gevallen een pilletje dat je dat geluksgevoel, de blijdschap terug moet geven. (Uiteraard weet ik wel dat er een klein percentage bestaat dat gebaat is bij medicatie, maar wees eens kritisch en ga eens ten rade bij de schaarse onderzoeken die hier over gedaan werden.)

Ik geloof dat je er meer aan zou hebben om een weg van aanvaarding te zoeken. Aanvaarden dat het niet elke dag een fijne dag is. Niet thuis, niet op je werk, niet bij je geliefde, niet bij je kinderen.  Aanvaarden van je eigen capaciteiten, je eigen kansen, je eigen omgeving. Psychologen, therapeuten (niet terug betaald in onze maatschappij, begrijp ik geen sikkepit van!!!!) kunnen daarbij helpen. Maar ook familie, vrienden, school of werk zouden daarin een taak kunnen hebben.

Misschien heb ik het meer op filosofen dan op psychiaters. Misschien moeten we meer praten en debatteren in plaats van trachten op te lossen  (Dirk De Wachter is in mijn ogen dan ook meer filosoof dan dokter.) En misschien kan melancholie, verdriet en eenzaamheid soms een troost zijn en een teken van liefde.

Mag ik jullie allemaal iets anders wensen dan een gelukkig nieuwjaar? Dan wens ik jullie een jaar waarin kleine momenten van geluk en liefde je deel mogen vallen. Een jaar waarin elk gevoel zijn plaats mag krijgen. Een jaar vol respect en mildheid voor anderen, en vooral ook voor jezelf.

Nele – geschreven 1 jaar 4 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

img_1818

IJzige koude mist

Eenzame grassen wuiven wit ijzel door onze verstilde tuin. Siergrassen, ooit door Tas gepland. Sierlijk, maar bekoren doen ze niet. De mist en de nevel dolen ongezouten, eenzaam over de akkers achter ons huis. IJsbloemen, geboren voor dag en dauw benevelen mij, zolang deze eindeloze winter duurt.

Onwezenlijk, oneindig stil als een ijzige koude mist.

Het nieuw jaar staat voor de deur. Winkels en slogans schreeuwen het uit. ‘De tijd gaat altijd en alleen maar vooruit.’ Een schril contrast met mijn gevoel. Een bevreemdende gevoel alsof ik meespeel in een toneelstuk van Bertold Brecht. Mijn lichaam beweegt, als door een poppenspeler geleid, de dag door. Straks valt de nacht, donker en onomkeerbaar over de laatste dag van 2016. Misschien is het allemaal een grote nare droom, iemand speelt een spel met ons.

Onwezenlijk, oneindig stil als een ijzige koude mist.

Wat als mijn leven met Tas alleen maar een mooie droom was? Krampachtig vasthouden van herinneringen. Ga niet weg! Kom terug! Hoe kan ik 2016 loslaten als ik nog in de jaren ervoor leef?

Onwezenlijk, oneindig stil, een ijzige koude mist. Tas is nog steeds vermist en ik dus ook.

Nele – geschreven de laatste dag van 2016 – 1 jaar, 3 maanden en 23 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Gemis was groot,
zat in de weg,
hinderde het ademhalen,
ontnam mij lucht en ruimte,
hield me aan de grond.

Ik jaag je weg! riep ik kwaad.
Doe maar! zei Gemis.
Het haalt niets uit.
O nee? riep ik gebeten.

En ik joeg wat ik kon,
werkte mij in het zweet,
schreef en schrapte,
zeulde en zielde,
zwoegde tot de avond.

Yes! dacht ik.
De leegte werd vandaag gevuld,
Gemis is weg!

O ja? vroeg Gemis meteen.
Geert De Kockere

 

Kerstwensen

Winterslaap, ging er door ons hoofd. Bergen vol sneeuw, waar we overheen moeten.

En toen kwamen zoveel mooie wensen waarvan we er eentje willen overnemen!

Want ook wij wensen iedereen veel warmte en liefde. Veel vrienden, familie en dierbaren dichtbij. En voor allen die het troost kan bieden de mogelijkheid om verdrietig te mogen zijn. Verdriet als bewijs van liefde.

Nele, Tuur en Louise, kerstag, 1 jaar, 3 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

img_0186