Ben ik gek geworden?

Laatst zag ik op tv een debat over jongerenwerkloosheid. Blijkbaar kan je als langdurig werkloze beter zeggen dat je een tijdje een depressie had dan vertellen dat je geen passende job vond. Men keek eens op, maar niemand rond de tafel stelde zich de vraag of er dan niet iets grondig mis is met onze maatschappij. Ben ik gek geworden dan, dat ik me dat wel afvraag? Als depressies en burn-outs schering en inslag zijn, moeten we dan niet dringend nadenken?

Er was weer eens een ongeval op de weg, zoals dagelijks en daardoor kwamen veel mensen in de file te staan. Dé frustratie is dan: hoe kom ik op tijd, oh nee, die belangrijke vergadering is vandaag! Ben ik gek geworden dan, dat ik mijn hart vasthoud en hoop dat het enkel blikschade is? Dat er niet opnieuw een vader, een moeder, een partner, een kind vreselijk bezoek krijgt van de politie?

Mensen kwamen op straat om recht op een goede zorgverlening te vragen. Frustraties over volle treinen, files en tikkende klokken. Ben ik gek geworden dan, dat ik welke manier dan ook om hier aandacht voor te vragen normaal vind? Dat ik het niet erg vind dat we daardoor eens een dagje niet kunnen doen wat we planden?

Therapeuten, psychologen, psychiaters en medicatie worden mij en de kinderen aangeboden aan een moordend tempo. Ben ik gek geworden dan, dat ik in eerste instantie wil leunen op mijn vrienden? Dat we niet enkel bij die ene rouwtherapeut wenen, maar ook bij onze naaste omgeving. Dat de kinderen op school hun emmertjes laten overlopen en niet bij een volkomen vreemde?

Ik denk echt dat ik gek geworden ben. Ik versta niets meer van de buitenwereld en heb moeite om zelf te blijven staan. Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik met deze wereld moet.

Vroeger, toen Tas er nog was, dacht ik het te weten. We fantaseerden vaak over samen oud worden. Ik zou dan in een schommelstoel een heks worden, waar de buurtkinderen bang van zouden zijn. Ik vond dat wel een fijne rol en Tas zag het al helemaal voor zich. Ik vrees dat mijn rol herschreven is. Ik word een gekke vrouw, die wartaal uitkraamt die alleen zijzelf verstaat.

‘Het is gruwelijk.
Alles begint opnieuw
alsof er niets
gebeurd was.

In stekelige takken
kabaal van vogels.
Piepend en knarsend zet
de winter in. De wind
plukt aan ontstemde snaren
van hoop en begoocheling.

Er is niets
gebeurd. Alles begint
opnieuw. Het is
gruwelijk.’
Vrij naar Hanny Michaelis.

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Vastgelopen

Deze morgen bracht ik de kinderen met de wagen naar school. Mijn voetafdruk is behoorlijk naar omhoog gegaan sinds Tas weg is. Pas nu merk ik dat duurzaam zijn ook energie vraagt. Energie die ik niet meer heb. En dus breng ik, tegen beter weten in, de kinderen niet met de fiets maar met de auto naar school. Nu moet je weten dat er al maandenlang werken zijn aan de school en parkeren eigenlijk een hel is. Ik probeer net zoals veel anderen zo dicht mogelijk bij de school te parkeren. Waanzinnig idee, dat weet mijn verstand ook wel, moest het werken.

Deze morgen reed ik een straatje in, maar mijn tegenligger vond dat hij te lang gewacht had, blokkeerde me en maakte duidelijk dat ik achteruit moest. Ondertussen was er, uiteraard, iemand achter mij gereden. Ik zit vast. Vastgelopen tussen twee wagens. De symboliek overvalt me en raakt me keihard. Ik kan niet meer terug naar vroeger en ik kan ook niet vooruit de toekomst in. Ik zit helemaal blok en mijn probleemoplossend vermogen is eraan. Het liefst wil ik daar ter plaatse gewoon blijven staan en een potje janken. Maar ik heb twee kinderen op de achterbank, de persoon achter me verstaat het probleem en is duidelijk wel nog in staat om te reageren. Hij rijdt achteruit zodat er een uitweg komt. Ik kan het niet laten en stap uit om aan de persoon voor me toch te vragen om wat vriendelijkheid in het leven. Stom idee, mijn verstand werkt niet meer.

Dus rij ik achteruit, heel traag en voorzichtig. Niet eens omdat ik die man wil tergen, maar omdat ik vorige week al twee maal tegen een paaltje reed en een derde paaltje nefast zal zijn voor mijn zelfvertrouwen en de achterkant van mijn auto.

Uiteindelijk parkeer ik me heel ver van de school waar ik niemand in de weg loop. Een plek zonder paaltjes. De kinderen halen het alweer niet voor het belsignaal.

Het gevoel dat ik vastzit blijft aan me hangen. Mijn hoofd functioneert niet meer. Vastgelopen tussen hoe het was en hoe het nooit meer zal zijn.

Nele geschreven 1 jaar 2 maanden en 7 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Voor altijd op reis met onze eigen caravan.

‘ Het kan lang duren voordat het echt tot kinderen doordringt dat de overledene nooit meer terugkomt. Zij zouden het liefst de tijd terugdraaien. Het is een zware klus om te accepteren dat de wereld voorgoed veranderd is.’ lees ik in het boek ‘Jong verlies – Rouwende kinderen serieus nemen’ van Riet Fiddelaers-Jaspers.

Er gaat geen week voorbij dat er niet eens een momentje is waarop dat benoemd wordt hier in huis. Louise wil het liefst terug baby zijn, dan is papa er nog. Tuur draait eindeloos de klok terug en zegt dat ie later een tijdmachine zal uitvinden.

Laatst reden we terug naar huis van een bezoekje aan oma. Ons gesprek:

Tuur: ‘Kijk, een caravan. Oh mama, ik wou dat wij een caravan hadden’.
Louise: ‘Oh ja, en dan kunnen we gewoon altijd op reis!’
Tuur: ‘En dan gaan we nooit meer naar school.’
Ik: ‘Hocus pocus pats! Ik wou dat we een caravan hadden.’
Tuur: ‘Stel je voor, dat je echt kon toveren mama! Misschien is het wel gelukt en staat er nu thuis een caravan op ons te wachten.’
Louise: ‘Oh super. Eentje met gordijnen voor de ramen.’
Tuur: ‘ En met een ijskast en een tv’
Ik: ‘Ik denk dat ik geen tv getoverd heb.’
Tuur: ‘Hocus pocus pats er zit een tv in de caravan. Als jij het kan, dan kan ik het ook.’
Louise: ‘En we hebben bedjes nodig. Drie.’
Tuur: ‘Of twee, nee doe maar drie, want mama kan niet de hele tijd rijden’.
Louise: ‘Ik wou dat er vier bedjes nodig waren en dat papa ons opwacht in de caravan.’
Ik: ‘Papa mag anders wel bij mij in bed slapen.’
Louise: ‘Ok! Beslist drie bedjes, twee kleintjes en één heel groot.’
Tuur: ‘Ik denk eigenlijk echt dat er een caravan zal staan als we thuis zijn.’
Louise: ‘En ik denk dat papa daar zal zijn. Dan vertrekken we direct op reis en blijven voor altijd samen.’
Tuur: ‘En we gaan nooit meer naar school! Dan hoeft mama ook niet de hele tijd te rijden, papa kan dat denk ik beter.’
Ik ween stilletjes en ongemerkt achter het stuur en bedenk dat ik nooit van mijn leven met een caravan durf te rijden.

We gingen onderweg nog iets eten en het verhaal van de caravan was een beetje naar de achtergrond gegleden. Geen woord over de caravan die er niet stond toen we thuis kwamen. Maar twee dagen later kam het toch nog even heel stilletjes ter sprake. Net voor het slapen gaan … ‘Je kan niet toveren, mama! Papa is nog altijd weg. En die caravan, die was er ook al niet.’

Ik wil wel blijven proberen. Tegen beter weten in.

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 26 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

 

 

De mama van Tas

Mijn schoonmoeder, ze was al oud toen ik ze leerde kennen, in de zeventig.

De mama van Tas. Een stuurse vrouw die haar part verdriet en overleven al gehad had in het leven. Toen al! Een vrouw van weinig woorden. Duidelijk vanaf de eerste dag dat ik haar ontmoette. Dat ik haar zoon graag zag? ‘Ja, ja’. Eerst zien en dan geloven, dat had het leven haar zo geleerd.

Mijn schoonmoeder, ze had de touwtjes stevig in handen. Die touwen is ze nu kwijt. Haar hersenen spelen een spel met haar. Ze heeft geen vat meer op de tijd. Ze verhuist in enkele minuten van haar ziekenhuiskamer naar een plaats van lang geleden naar haar huisje in Lennik. Ik haal haar zachtjes elke keer terug naar de realiteit, naar haar ziekenhuiskamer waar het normaal is dat haar trouwfoto niet hangt. ‘Een mooie man hé?’ vroeg ze me altijd als ze ernaar keek. Ik knikte en vond stiekem de mijne mooier.

De mama van Tas. De Parkison nam zelfs haar glimlach af. Haar stuursheid heeft haar hele gezicht overgenomen. Maar haar ogen staan helderder dan ze in tijden hebben gestaan.  In haar ogen lees ik verdriet, een moeder zou haar kind niet mogen overleven. We lezen ons gemeenschappelijk verdriet in elkaars ogen waar de tranen prikken. Dat ik haar zoon graag gezien heb? Ja, ze weet het nu wel zeker.

Mijn schoonmoeder, ze hield van de kleine dingen en zorgde ervoor dat haar voorkomen naar behoren was. Nu staart ze naar haar handen en armen. Ze vindt ze oud en lelijk en snapt niet waar de tijd naartoe glipt. Ik streel haar bevende handen.

De mama van Tas. Hij was zo bezorgd over haar gezondheid en gunde haar een optimale verzorging. Eentje van 24u op 24u. Zij voelt zich opgesloten in deze ziekenhuiskamer met tropische temperaturen. Seizoenen moet je niet zien uit een raam, die moet je voelen op je huid. En als de verpleegster me verteld over hoe ze weigert haar medicatie in te nemen, voel ik weer even haar wilskracht. Na een leven vol pillen slikken, krijgt ze nu schrik. En als ik hoor hoe ze zelfs een glas water in die andere verpleegster haar gezicht smeet, moet ik innerlijk glimlachen. Misschien wel haar laatste opstandige daad.

Mijn schoonmoeder. Ze is haar opstand vast al vergeten. Net zoals zoveel. Waarschijnlijk weet ze niet meer dat ik daar was, denk ik, terwijl ik terug huiswaarts rij. Ik wist niet meer wat ik haar wensen moest toen ik afscheid nam. ‘Slaap straks dan maar lekker!’ was het enigste dat ik bedenken kon.

Het leven was hard voor haar, ik hoop dat de dood dat niet zal zijn. Hou je het nog even vol, mama van Tas? Ik kom zo snel ik kan terug.

Nele – geschreven 1 jaar 1 maand en 22 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

img_3343

 

 

 

Duizend stukken

Tijd… ze zeggen dat het helpt. Ik heb moeite om ze te geloven.
Het verdriet, het gemis is steeds aanwezig, zoals zachte regen die maar blijft naar beneden vallen. Het verdriet zit in onze botten en we kunnen er niet aan ontsnappen.

De constante druk van het verdriet eist zijn tol, bij mij en bij de kinderen. Louise en ik maakten vandaag hartjes met onze handen. ‘Boem’ zei ze, zo ging het met papa zijn hart, in duizend stukken. ‘Boem’ dacht ik, want sinds dat moment liggen ook wij in duizend stukken.

Eén van de dingen die stuk zijn, is onze interne filter. We nemen alles groter dan het is. Je kan ons omver blazen met één enkele zucht. Kleine incidentjes maken dat de kinderen vaak van slag zijn. Kleine voorvalletjes doen me wankelen.

Ze zeggen dat intens verdriet mensen veranderd. Ik weet alleen niet in wat? Hoe dat moet? Hoe moeten we die duizenden stukken weer oprapen en wat moeten we er in godsnaam van maken.

We verstaan de buitenwereld niet meer en we weten niet wie we zijn.
Wat overblijft is pijn. Het is de enige manier die we op dit moment kennen om te tonen dat we hem graag zien.

Nele – geschreven 1 jaar, 1 maand en 6 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

hart

 

Konden we je maar terug wensen

Vorig weekend was een topweekend voor Louise. Top, en toch … Ze mocht naar een verjaardagsfeestje. Altijd genieten. Een papa en een mama waren in charge. De dag nadien kregen we bezoek. Een luisterend oor bij een aperitief, lekker samen eten koken en een dessertje voor de kinderen. Mama, papa en twee prachtige kinderen. Jongens in de zetel met bijhorende telefoons en tablets. Meisjes die over de leeftijdsgrenzen heen, samen op zoek gaan naar meisjesdingen. Zij waren het die onder deskundige begeleiding van de papa, de lekkere quiches maakten. Louise genoot met volle teugen.

’s Avonds kwam de weerbots. ‘Mama, denk je dat papa ooit nog terugkomt?’ vroeg mijn lieve meid. ‘Dat kan niet schat!’ was mijn antwoord en ik zag de paniek in haar ogen. ‘Ik weet het liefje, ik weet het. Ik mis hem ook’. En ik ga voor de zoveelste keer op zoek naar de dingen die ze wel kan blijven vasthouden.

Net voor het slapen gaan probeert ze het nog eens opnieuw. ‘Mama, denk je echt dat papa niet meer zal terugkomen?’ Ze geeft me geen kans om te antwoorden. ‘Ik denk het wel, mama, ik denk het wel’. De moed zakt me in de schoenen. Ik kan niet meer. Dus zwijg ik. Ze gaat slapen met een vastberaden uitdrukking op haar gezicht.

Ik snap haar wel, ik doe het ook!

De heldere najaarszon, ze kan me niet verwarmen.
Rillend voel ik de ijzige kou mijn botten omarmen.

De duisternis valt, sneller dan verwacht.
Geen ster te bespeuren in deze zwarte, donkere nacht.

Ik wacht op je komst en hoor een moto vertragen.
Je bent het weer niet. Moedeloosheid aan elkaar ragen.

Hoe moeten we nu leven zonder jou?
We zijn zo moe van het diepe verdriet en de ijzige kou.

Kom gewoon even naar huis, we zullen het niet verklappen.
’t zou toch helemaal iets voor jou zijn? Jij met je flauwe grappen.

Even maar, verlicht even de pijn.
Mag dat even, onze vurigste wens zijn?

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 3 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Helden

Het zijn twee helden, Tas, jouw kinderen. Je zou zo verschrikkelijk trots op ze zijn. Waarom toch die verdomde ‘zou’.

Tuur was zes toen jij zo plots verdween uit zijn leven. Nu is hij al acht en voelt zich een hele man. Een jongen die ’s middags al eens alleen naar school fietst, zonder morren huiswerk maakt en als de beste voor kleine meisjes kan zorgen. Hij kan fijntjes glimlachen om de uitspraken van zijn zus, en voelt haarscherp aan wanneer het weer eens tijd is om wat meer zijn mama te helpen met de klusjes. Als een grote vent gaat hij elke zaterdag naar de welpen in zijn uniform. Zijn verjaardag hebben we dit jaar uitgesmeerd met vele feesten. Hij geniet ervan, en ik voel me elke keer helemaal alleen zonder jou aan onze zij. Oh, Tas kon je hem nog maar een keertje zien en hem dan zeggen wat een geweldige vent hij geworden is.

Louise was een kleintje van vier, nu is ze met haar vijf één van de grootste kleuters. Ze is ons zonnetje in huis, altijd vind ze een spel om te spelen. Ze maakt vrienden aan de lopende band. Sinds dit jaar zit ze op écht ballet, en met haar lange haren geniet ze van het dansen. Vandaag kreeg ze buisjes in haar oren. Tussen de huilende kindjes was onze dochter een flinke, lieve meid die blij was omdat ze ontbijt op bed kreeg na de operatie. Maar een beetje pijn vertelde ze en geen traan gelaten. Toen ik thuis zei dat ik morgen nog naar de dokter moet bellen vroeg ze me: ‘waarom?’ Ik vertelde dat de dokter dat had gevraagd. ‘Mama, zei ze, ‘dat is niet zo belangrijk hoor. Weet je wat belangrijk is? Niet doodgaan!’. Ze heeft het vandaag zo goed gedaan, en ik miste je aanwezigheid nog eens dubbel en hard. Oh, Tas kon je haar nog maar een keertje knuffelen en haar dan zeggen wat een mooie meid ze geworden is.

Ze zijn mijn helden, die twee! En ik vind het verschrikkelijk dat je dat niet meer kan meemaken, Tas. Je had het zo verdiend om die twee geweldige kinderen te zien opgroeien.

Nele – geschreven 1 jaar en 21 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Opiniestuk

Het is eigenlijk niet mijn bedoeling… om opinies en politiek op deze blog te posten. En toch, het laat me niet koud. En ik kan het voor één keertje niet laten.

Bart De Wever, niet bepaald de politicus waarop ik gewacht had en waarin ik vertrouw. Uitgerekend hij, zet me aan het schrijven. Zijn emoties die nu overal geëtaleerd worden, zijn ook voor mij de essentie van het bestaan. ” En altijd is het zo geweest dat de liefde haar eigen diepte niet kent dan op het uur van de scheiding.” is een zin die vermoed ik van Vasalis komt. Ze zegt hetzelfde. De essentie is de liefde. Het is het enigste dat overblijft.

En dan hoor je allerhande reacties. De één al erger dan de ander. En wat me nog het meest verbaasd is dat een groot deel van de mensen vind dat emoties niet mogen meespelen in de politiek. Ik hoorde vandaag op tv een burgemeester, ik weet zijn naam al niet meer, nota bene een partijgenoot van De Wever, zeggen dat politiek vrij moet zijn van emotie om dan doodleuk zijn punt uit te leggen dat er te weinig ondersteuning is voor de kleine gemeentes om zich te wapenen tegen IS. Is angst dan geen emotie meer? Want ik neem aan dat daaruit deze politieke overtuiging voorkomt.

We leren het gewoon niet, sociaal-emotioneel denken. En we leren al helemaal niet hoe die emoties te uiten en hoe om te gaan met mensen die emoties uiten. In de politiek, de mensen die ons beleid bepalen,  is het zelfs verboden. In het onderwijs komt het bijna niet aan bod en in onze opvoeding weten we er geen raad mee.

Tuur kwam vandaag, na even bij een buurjongen te spelen misnoegd thuis. Ik vroeg hem: ‘Ben je boos?’ ‘Ja!’ was het duidelijke antwoord. ‘Op mij?’ zeg ik, terwijl ik eigenlijk heel goed weet dat dat niet het geval is. ‘Nee’, zegt ie. En dat doet hij iets waar ik eigenlijk ondersteboven van moet zijn. Mijn zoon, die zo moeilijk zijn emoties onder woorden kan brengen zegt: ‘Ik weet eigenlijk niet of ik boos ben of verdrietig, maar in mijn buik zit het niet goed’. En dan doe ik wat ik (samen met duizenden anderen) het liefste wil. Ik wil dat die negatieve emoties verdwijnen en kietel hem, hou hem zelfs ondersteboven.

Nu denk ik, gemiste kans!  Ik wil terug naar dat moment en hem vertellen wat fantastisch het is van hem dat hij dat kan zeggen. Dat hij zijn gevoel uit en helemaal onder woorden kan brengen. Dat hij zijn verdriet en boosheid kanaliseert op een manier die velen onder ons al lang afgeleerd hebben. Dat hij een kanjer is, en dat boos zijn en verdrietig zijn heel normale gevoelens zijn. Dat het leren (h)erkennen van gevoelens bij jezelf en anderen ongelooflijk belangrijk zijn in het leven. En het verwoorden ervan heel moeilijk is.

Ook in de politiek zijn gevoelens normaal en voor mij mag het zelfs meer. Verdriet om de pijn in de wereld, boosheid om het onrecht in de wereld, … dit zien en er dan nog iets mee doen.

En Bart De Wever, die wens ik toe dat hij – nu hij het uitgesproken heeft – die essentie vasthoud. Zo staat het ook op het graf van mijn ouders: ‘Alleen de liefde, de liefde alleen is eeuwig’.

Nele – geschreven 1 jaar en 18 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Tussen vroeger en nu

Het was Tas zijn idee om in Merelbeke te gaan wonen. In mijn ouderlijke huis. Ik heb nog even tegen gesputterd. Terugkeren … dat stond niet in mijn plannen. Ik heb zelfs even gedacht aan de andere kant van de wereld te gaan wonen. Maar toen meer en meer duidelijk werd dat dat huis met tuin en obligate ‘kot-voor-Tas’ niet betaalbaar was in Gent hebben we de knoop doorgehakt.

Nu woon ik in onze wijk, een wijk die ik erfde van mijn ouders, vol vrienden van mijn ouders. Een wijk waar Tas en ik in investeerden, want we droomden van ouderraden en vrijwilligerswerk. Ik heb heel mijn leven vrijwilligerswerk gedaan, met uitzondering van de paar jaar dat de kinderen wel heel klein waren. Maar de vriendschappen die groeiden uit samen engagementen opnemen zijn onverwoestbaar. En de jeugd die ik had in de scouts waar ook mijn ouders betrokken waren, was betekenisvol.

Tuur zit in de scouts waar ik me heel lang thuis voelde. Hij startte pas vorig jaar. Tas heeft het niet meer geweten. Het is er vreemd, bevreemdend om er rond te lopen. Alleen, zonder Tas aan mijn zij, zonder dat ik de verhalen van toen met hem kan delen. Een leven van voor hem en na hem gecombineerd. Een vreemde mix van verdriet, heimwee en een toekomst voor de kinderen.

Op de bots (want ik heb geen enkele andere agenda dan die van mij en de kinderen waar ik rekening mee moet houden) bleven we dit weekend eten op de happening. Even dacht ik, wat doe ik nu, ik heb met niemand afgesproken, ik ken hier niemand. Stom van me, … Want niets is minder waar, ik ken er mensen van vroeger en nu. En de kinderen kennen er kinderen van op school en maken er nieuwe vrienden.

Het was een fijne avond, slingerend tussen lang geleden en dingen die nog komen moeten. Ik miste Tas elke minuut. Maar ik kon het vertellen en delen met zoveel mensen om me heen.

De kinderen waren losgelaten en zwerfden over het terrein. Tuur maakte kampen en Louise volgde trouw haar schoolvriendje. Midden in de massa, kreeg Louise het moeilijk. Ze had ergens foto’s gezien en die deden haar aan papa denken. Het lawaai van de mensen overstemde haar wenen, en de tranen prikten achter mijn ogen. Genoeg geweest voor een avond. Het was fijn geweest, maar nu waren we op de grens van ver verwijdert van Tas. Samen fietsten we door de donker terug naar huis.

Onze thuis, die er zonder Tas niet had geweest.

Nele – geschreven 1 jaar en 11 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Op een bankje in de zon

Op een bankje in de zon, vandaag, was er iemand die luisterde. Op een bankje in de zon, vandaag, was er iemand die vertelde. Want als je goed luistert dan hoor je ieders verhaal.

Dan weet ik weer dat de omvang van verdriet in deze wereld zo oneindig groot is. Luisteren is het enigste dat we kunnen doen. En luisteren is meer, veel mee dan iemand laten uitspreken. Luisteren is voor mij belangrijker geworden dan raad geven, dan antwoorden klaar hebben. Want die antwoorden zijn er niet. Niet op het waarom? Niet op het hoe-kon-dit- nu-gebeuren?

Luisteren, is meer dan horen wat de ander zegt, het is ook zien wat de ander voelt en meemaakt. Luisteren, is meer dan zelf voelen, het is even mee de diepte ingaan. Dat luisteren vraagt moed en inlevingsvermogen.

Luisteren ook naar kinderen die uiteraard ook voelen zoals wij. Ze zeggen het elke dag mijn kinderen, meestal gewoon letterlijk: ‘ik mis papa zo’. Ik kom soms mensen tegen die schrikken van het feit dat ze daar nog elke dag mee bezig zijn. Ik schrik van hun idee, alsof kinderen zouden vergeten dat ze ooit eens een papa hadden.

Ze vinden momenten, de kinderen, waar ze het even proberen te negeren. Als ze spelen, als ze vrienden om zich heen hebben. Er is niet zoveel verschil met mijn gedrag. Uren kijk ik naar series, zodat ik even in een ander verhaal zit en de realiteit kan verdringen. Ik voel het in heel mijn lijf als het einde van een aflevering nadert, dan komt er weer een zware golf aan, die me terug naar de realiteit dwingt.

Inslapen gaat meestal moeilijk, zowel bij hen als bij mij. Als dan uiteindelijk de slaap je even verlost van het gemis en het verdriet dan gaat de wekker weer veel te snel. Dan roep ik de kinderen op uit een diepe slaap. En dan voelen we weer een golf over ons heen spoelen. Ook vandaag zullen we hem missen moeten.

Ik weet niet zeker of je verdriet kan delen, de omvang blijft hetzelfde. Maar ik denk dat iemand die luistert je even verder helpt. Een moment waarop iemand mee de golven instapt, iemand die even je hand vasthoud. Zoals hij het deed, elke keer als ik verdriet had. Gewoon naast ons staan.

Zo probeer ik letterlijk en figuurlijk af en toe Louise en Tuur hun hand vast te houden, zodat ze misschien recht blijven staan midden in deze storm. En dan antwoord ik ‘ik mis hem ook, ik mis hem ook zo verschrikkelijk hard’. Want een ander antwoord bestaat er niet.

Nele – geschreven 1 jaar en 6 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015