Antwoord op mijn brief

De brief die ik gisteren schreef, heeft blijkbaar heel wat mensen geraakt. Mijn blog werd nog nooit zo druk bezocht. Deze ochtend om 10u kreeg ik antwoord van Filip Watteeuw. Het lijkt me dan ook maar normaal dat ik ook zijn antwoord aan jullie meegeef.

Mag ik jullie ook nog meegeven dat ieder van ons dit kan. Een situatie aankaarten, veiligheid verzekeren voor iedereen onder ons, zodat ongelukken minder gebeuren. Ik zal in ieder geval de situatie in Zwijnaarde blijven aankaarten bij de bevoegde instanties. (Ik hoop dat er al stappen ondernomen werden.) En als ik nog eens een verkeerde signalisatie zie, dan doe ik het gewoon weer.  Doen jullie mee?

Geachte mevrouw Decoodt

Bedankt voor uw mail. Het is vreselijk wat u en uw gezin is overkomen. Ik weet dat het voor mensen die dit niet hebben meegemaakt onmogelijk is om dit helemaal te begrijpen. Het is heel sterk van u dat u toch op een constructieve manier de aandacht vestigt op probleempunten. Mijn respect.

Het verkeer veiliger maken is voor mij absoluut een prioritair aandachtspunt. En signalisatie bij wegenwerken is dan inderdaad heel belangrijk. Want weggebruikers komen bij wegenwerken en omleidingen in een nieuwe, onbekende situatie terecht. Daarom moet die signalisatie helemaal in orde zijn. Weggebruikers moeten de situatie snel kunnen ‘lezen’. Daarom moet er bij omleidingen ook voldoende ruimte worden voorzien voor zwakke weggebruikers. Het gaat niet op om fietsers en voetgangers onbeschermd de rijweg op te sturen.

Het Mobiliteitsbedrijf besteedt hier veel aandacht aan en geeft duidelijke richtlijnen wat betreft de signalisatie. De meeste aannemers van de werken die dan ook de signalisatieborden plaatsen doen dat ook nauwgezet. Maar jammer genoeg doen niet alle aannemers dat. Bovendien is er dikwijls een probleem met bordendiefstal of vandalisme. Maar dan nog is dat geen afdoende reden voor gebrekkige signalisatie. Regelmatige controle van de signalisatie moet dat voorkomen. Ik wil daar nog bijkomende inspanningen voor doen om dat beter te krijgen. Ook de andere overheden waar we mee samen werken zoals het Agentschap Wegen en Verkeer willen daar inspanningen voor doen. Het is daarom goed dat u deze situatie meldt. Zo kan er sneller worden ingegrepen.

Ik heb uw mail ondertussen al doorgestuurd naar de overheid die verantwoordelijk is voor deze werf aan de Della Faillelaan en de bijhorende signalisatie, met name het Agentschap Wegen en Verkeer (Vlaams Gewest). Het Agentschap heeft ondertussen al gevraagd aan de projectleider om de signalisatie in orde te brengen.

Zoals u merkt ben ik in deze niet helemaal ‘de overheid’. De versnippering van bevoegdheden met verschillende overheden is één van de zaken die er voor zorgt dat signalisatie niet steeds vertrekt vanuit gelijke principes en dus soms ook minder duidelijk kan zijn voor de weggebruikers. Het zou in ieder geval beter zijn als er voor een stedelijk gebied slechts één wegbeheerder zou zijn.

Ik wil u nogmaals danken voor uw melding. Het is een stimulans om het beter te doen op onze eigen stadswegen en om onze collega-overheden aan te zetten om ook te zoeken naar een betere kwaliteit van de signalisatie.

Met vriendelijke groeten

Filip Watteeuw

Schepen van Mobiliteit en Openbare Werken

Brief

Vandaag voelde ik frustratie, meer dan andere dagen. En omdat onlangs iemand me zei dat ik iets moest doen met die frustratie, ging ik aan de slag. En ik schreef een brief. Een brief die ik vandaag mailde.

Misschien niet zo een goed idee om hem ook hier te publiceren, ik volg zoals zo vaak gewoon mijn buik. Wie weet gebeurt er ooit op een dag iets goeds mee. Dus ik laat jullie meelezen.

Beste Filip Watteeuw,
Schepen van mobiliteit Gent 

Hoewel ik in Merelbeke woon, ligt Gent me nauw aan het hart. Dus laat ik vooral starten met te melden dat ik fan ben van uw beleid en in het bijzonder wat je deed en doet voor de voetgangers en fietsers in Gent.

 Ik schrijf echter naar aanleiding van iets heel anders. Net iets meer dan 2 jaar geleden, om precies te zijn, op 8 september 2015 veranderde mijn leven (en dat van mijn gezin) drastisch. Misschien herinnert u zich die tijd.  Het weekend ervoor, op 5 en 6 september 2015 werd de trambrug in Zwijnaarde eindelijk geplaatst. Het laatste stuk over de r4.

Om dit te doen werden er op de R4 wegversperringen geplaatst. Die bewuste middag, 8 september reed mijn man naar zijn werk in de Ikea. Vanuit Merelbeke de meest logische route. Mijn man, al heel zijn leven een motorrijder, reed ook die dag met zijn moto. Hij reed zoals het parket achteraf ook  bevestigde 70 à 80 km per uur. Er stonden borden met een snelheidsbeperking van 70 km. Hij raakte met zijn kofferbak helaas een paal, en toen nog één en nog één. Hij moet met alle macht geprobeerd hebben controle te krijgen over zijn motor. Uit het onderzoek bleek dat er remsporen gevonden zijn, blokremmen is voor een motor niet gemakkelijk. Zeker niet als je de controle kwijt bent. Rechts reden er wagens, links was de vaart. Ik heb van mijn man geleerd dat je moet kijken naar het gat, naar daar waar je naartoe kan. Maar hij kon geen kant uit. Hijzelf vloog op de stilstaande (onbemande) signalisatiewagen. Zijn motor vloog enkele meters naar links en vatte onmiddellijk brand. Mijn man was op slag dood. Sinds die dag overleven ik en de kinderen. Het blijft een moeilijk te plaatsen gegeven en het verdriet, de rauwe pijn en het gemis blijven enorm. Ik had nadien contact met het gerecht, de verzekering en de politie. Iedereen die die dag opgeroepen was om te gaan kijken, was ontdaan en zal enkele nachten niet geslapen hebben. (Wij hebben nog steeds slapeloze nachten.)

Het parket onderzocht de situatie en constateerde dat de signalisatie niet stond zoals op het inplanningsplan stond. Zo stonden er borden met snelheidsbeperking 70 km in plaats van die van 50 km. Zo stond er een bord te weinig met aanduiding van een wegversmalling. De signalisatiefirma getuigde dat borden onderhevig zijn aan weersomstandigheden en diefstal. Maar hoe bovenstaande situatie kan gebeuren daardoor, geen idee. Justitie onderzocht de zaak en concludeerde dat er geen oorzakelijk verband was tussen het ongeval van mijn man en de foutieve signalisatie. Dit laatste was een harde dobber, maar ik kan er nog inkomen.

Waar ik het echter wel moeilijk mee heb, en helemaal niet versta is het volgende:
1.       Er wordt een fout door de signalisatiefirma ( XXX) vastgesteld door justitie.
2.       De signalisatiefirma wordt niet vervolgd, krijgt geen boete.
3.       De kosten aan de signalisaties (de palen, de signalisatiewagen en de stalling van de motor die langer duurde aangezien de signalisatiefirma deze niet vrij gaf) worden aan ons (de nabestaanden) aangerekend.

Ik hoorde achteraf dat dit normaal is aangezien de overheid (laat ik dit voor het gemak even u noemen)  de werkgever is van de werken. Blijkbaar bent u dan ook de enige die hier iets mee kan doen. Als u deze signalisatiefirma geen opdrachten meer geeft of toch ten minste een boete, een aanmaning of iets … dan zou het onrecht iets minder zijn in mijn ogen.

Hopelijk begrijpt u mijn frustratie. Ik ben een burger die belastingen betaald, als ik een parkeerticket niet betaal, dan krijg ik een boete, … Maar als zo een firma gewoon maar wat plaatst dan krijgen die altijd gelijk, zelfs als een fout aangetoond wordt door justitie.

Waarom ik u nu net vandaag deze brief schrijf? Wel ik reed met de fiets (wat ik dagelijks doe) naar Gent. Er zijn werken op de brug van Merelbeke naar Zwijnaarde (Della Faillelaan). Elke dag staat de signalisatie daar anders. Dus elke dag is het goed uitkijken hoe je best als fietser rijdt.(Als automobilist ook trouwens.) De plek waar de fietsers moeten rijden is slecht aangeduid en heel smal gemaakt, waardoor een paal raken vast af en toe gebeurd. Vandaag stond er tot mijn opperste verbazing een streep (met plakband) door het bord van de fietsers. Je mag als fietser daar dus niet rijden. Even nadenken, de kortste omweg is via de Hundelgemsesteenweg naar Gent, een omweg van ongeveer 10 tot 15 km, afhankelijk waar je moet zijn. Voor een fietser geen kleine omweg. Nergens op voorhand werd dit aangeduid, nergens las ik daar enige communicatie over. Ik vermoed dat hier niet over nagedacht wordt en dat dit gewoon gebeurd.  Ik zag iedereen erdoor rijden, en dacht aan de vele jonge fietsers die ’s morgens ongetwijfeld gepasseerd waren. Ikzelf reed er ook door. Anders verloor ik minstens een half uur op mijn werk. ’s Avonds in omgekeerde weg was de situatie nog erger. Ik zag zelfs tot mijn verbazing signalisatie op de weg liggen, waardoor auto’s moeten uitwijken. Ik trok foto’s van deze situatie (die ik u in bijlage graag meezend). Toen ik op zoek ging naar het bord met wie de verantwoordelijk is van deze signalisatie kon ik dit niet vinden.

Ik vind het mijn burgerplicht u dit te melden en vraag u dringend hiermee aan de slag te gaan. Ik snap uiteraard dat er soms werken aan de openbare weg nodig zijn. Ik vraag echter met aandrang dat dit in alle gevallen op een zo veilig mogelijke manier kan gebeuren voor alle weggebruikers. Misschien kunnen zo ongevallen in de toekomst vermeden worden, en zijn onze slapeloze nachten misschien toch nog iets waard.

Graag geef ik u nog het dossiernummer mee van het onderzoek naar het ongeval waarbij mijn man het leven liet. XXX pv nummer XXX. Op die manier kan u het nog eens nalezen.

Met vriendelijke groeten,
Nele Decoodt

Nele – geschreven 2 jaar en 24 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Alleen opvoeden

Alleen opvoeden, ik kan het niet altijd.

Soms wil ik schreeuwen tegen Tas: ‘ik kan dit niet alleen.’ Het komt natuurlijk omdat ik vrijdagavond te lang op was en net iets te veel pintjes dronk … en dan komt het weekend. Een weekend vol met mijn kindjes die vragen stellen, aandacht willen, eten nodig hebben, … En dan kan ik het even niet meer. Dan maken ze teveel ruzie, en discussiëren ze te veel naar mijn gevoel. En ik wil dat ze het zelf oplossen, want ik heb geen idee wat de juiste oplossing is. Ik weet het wel, ze zijn nog te klein om alles zelf op te lossen. Wie wil het dan komen doen? Want alleen opvoeden, het lukt hier even niet.

Meestal merk ik het aan mijn ‘inspraak-geven’. Dan beslis ik niets meer en vraag hen om dat te doen. Stom natuurlijk, dat weet ik ook wel. En bovendien willen ze nooit hetzelfde. Zo had ik ons eens ingeschreven voor de BBQ van de voetbal van Tuur. Terwijl Tuur zijn match speelde voelde ik al dat Louise eigenlijk naar huis wilde. Na -naar mijn gevoel- eindeloze keren haar te motiveren, begin ik het op te geven. En tegen de tijd dat Tuur gedaan heeft, ben ik al van plan om de BBQ over te slaan en naar huis te gaan. En dan geef ik hen inspraak. ‘Wat zullen we doen kindjes? Naar huis of hier blijven?’ Iedereen – ikzelf ook wel- weet het antwoord al. Louise wil naar huis en Tuur wil blijven. En ik wil janken. De enigste manier om het op te lossen is kordaat zijn. Het is uiteindelijk een papa – die ik nog nooit zag – die me zegt. ‘Maar Nele toch, je hebt dit betaald en jij bent de baas. Je moet ze zekerheid geven door het heft in handen te houden.’ En dan denk ik het weer. Alleen opvoeden. Het lukt me vaak niet.

Ik ken er wel wat, anderen, die vinden dat ze ook alleen opvoeden. Maar hier maak ik een onderscheid. Want zelfs als je gescheiden bent en als koppel niet meer functioneert toch kan je het opvoeden delen. Zelfs als het met af en toe een ruzie is, hoef je geen beslissingen alleen te nemen. Laat ik Tuur alleen naar de bakker fietsen of is dat te vroeg? Moet ik nu naar de dokter met Louise of is het niet nodig? Zal ik het voorval bespreken met de juf of ben ik gewoon te overbeschermend? Zullen we van school veranderen of niet? Kijken ze teveel televisie of valt het wel mee? Zal ik Louise terug een pamper aandoen of ga ik er nu eens serieus voor? En terwijl ik ook enkelingen ken die ook echt alleen opvoeden (Respect met een grote R) voelt het anders als ik babbel met mensen die gescheiden zijn. Ook al heb ik veel respect voor de uitdagingen waar gescheiden mensen voor staan, soms komt vergelijken niet goed over. Zo zei eens iemand tegen me: ‘Ah, maar ja, jij hebt de kinderen altijd.’ En dan denk ik ja, ik heb mijn kinderen altijd. Ik moet ze alleen opvoeden en dat lukt me, maar niet altijd.

Het einde van het weekend is in zicht, en ik heb het opgegeven. Dus mijn kinderen zitten alweer voor een schermpje, stil en braaf te wezen. Terwijl in mijn achterkwab de wetenschap duwt dat ze eigenlijk buiten moeten spelen. Vandaag autoloze zondag zouden we met de fiets naar allerhande activiteiten moeten gaan, die ze geweldig zouden gevonden hebben. Ik besef dat ik het angstvallig niet verteld heb tegen hen, want dan moest ik mee. Zie je wel, opvoeden, het lukt me vandaag niet.

En terwijl ik dit typ besef ik dat ze nog eten moeten krijgen. En dus … laat ik jullie. Als ik ze vandaag geen opvoeding gaf, dan toch wat voeding.

Nele – geschreven 2 jaar en 9 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015IMG_4319

Zonder woorden

Woorden zijn me dierbaar. Ze troosten, verzachten en kunnen tot leven wekken. Ze verbinden, helpen begrijpen en doen me nadenken. Geschreven of gesproken, in dialoog of monoloog, woorden waren wat overbleef nadat Tas er zo plots niet meer was.

Gisteren, 2 jaar geleden, … ik vond dat ik iets moest schrijven voor hem, voor mij, voor iedereen. Maar ik vond ze niet. Er waren geen woorden te vinden voor het gevoel in mijn maag, voor de eindeloos diepe leegte die gisteren meer dan ooit voelbaar was.

Ik opende en sloot mijn computer, een aantal keer. Verschrikkelijk, zelfs de woorden lieten me in de steek. Ik kroop dan maar in mijn bed. Alleen.

Alleen wou ik zijn, want wat moet ik zeggen als er geen woorden meer zijn?

Anderen schonken me woorden. Een kaartje in de brievenbus, een berichtje op de telefoon. En weer lukte het niet. Een schamele ‘dank je’ of ‘xxx’ was het enigste dat er nog uitkwam.

Het lukt nog steeds niet goed en dus leen ik woorden. Deze keer van Geert De Kockere

Ooit kende ik iemand
die me zo dierbaar was
dat ik dacht
dat de wereld zou vergaan
de dag dat …

En de wereld verging.
En ik verging.
En alle dingen vergingen.

En de dagen vergingen
en de nachten vergingen
en het zuchten verging
en het verlangen verging.

zonder woorden

Nele – geschreven 2 jaar en 1 dag na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

 

Ik neem een stukje mee

De zomer is voorbij gevlogen, met dingen die we vroeger samen met Tas deden en nieuwe dingen. Het was een mooie zomer, eentje helemaal op ons drietjes gericht met heel wat uitstapjes. De kinderen zijn rustiger geworden, stil tevreden, ze dragen hun lot zo schoon. En ook al komt er nog veel een zweem van angst en van verdriet boven hangen, ik merk dat ze vertrouwen krijgen in hun toekomst.

Ikzelf ben wat stugger, misschien omdat ik ouder ben. Ik dacht bijna elke dag: wat zou hij hiervan gevonden hebben? Hoe trots zou hij nu zijn op zijn kinderen? Vaak miste ik een hand in mijn hand, een glimlach die beantwoord werd, een lijf tegen mijn lijf.

Ondertussen zijn we weer gestart. Wij alledrie. Ik op het werk en zij op school. Ook daar zie ik hun enthousiasme. Vandaag vertelden ze dat ze eigenlijk wel graag naar school gaan. Louise is zo blij dat ze eindelijk zal leren lezen en schrijven. Tuur is blij met zijn nieuwe vrienden en overwint dagelijks zijn kleine angsten. Trots, trots ben ik… een trots die ik alleen draag.

Maar ik recht mijn rug en neem een stukje van het vertrouwen van mijn kinderen met me mee.

Deze zomer voelde ik ook moed. Die moed werd me geschonken door vrienden en momenten. Soms op een vreemde manier. Zo ging ik op het einde van de zomervakantie naar een begrafenis. Een mooie dienst waar drie dochters afscheid namen van hun vader. Drie voelende dochters die elk op hun manier me sleutels aanreiken om verder te gaan. Daar dicht bij die oven waar hij tot as weerkeerde voelde ik zoveel warmte.

En dus recht ik mijn rug en neem een stukje van die moed van mijn vrienden met me mee.

Ik hoop dat het voldoende is om de volgende zware week door te komen.

Nele – geschreven 1 jaar, 11 maanden en 25 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

In beweging

Ik geloofde ooit in de maakbaarheid van de wereld. In het groeien van al wat je aandacht geeft. Maar geluk kan je niet altijd creëren, soms gaat het leven gewoon zijn gang en jij moet volgen. Mijn energie is op, mijn verdriet niet. Ik geloof meer in de zinnen die Manu Keirse publiceerde: ‘ik geloof niet meer in rouwverwerking, hooguit kan je ermee leren leven.’ Ik accepteer steeds meer dat verdriet, rauwe pijn en tranen een deel zijn van mijn leven. Dat het leven onvolmaakt is, net zoals ik. En dat ik altijd grote delen zal missen.

Als ik moet omschrijven hoe ik me nu voel, dan is het grootste kenmerk onrust. Ik heb het gevoel altijd op mijn hoede te zijn, steeds bewust van een leegte. En hoe hard ik ook probeer, die leegte krijg ik niet gevuld. Ik merk dat ik meer eet, meer snoep, dat ik teveel een sigaretje opsteek… maar de honger wordt nooit gestild. Ik voel de onrust in mijn maag, terwijl het verdriet op mijn schouders zit.

Ik merk dat ik in beweging moet blijven, zowel fysiek als mentaal want dat ik anders ten onder ga. Die beweging is niet altijd voorwaarts, het is gewoon een beweging tout court. Soms gaat het achteruit en soms in cirkels.

En dus sleur ik mezelf mee op een uitstap met de kinderen, maak ik lijstjes van huishoudelijke taken die echt gedaan moeten worden en geef ik mezelf doelstellingen. En dan blijft mijn lijf krakend in beweging.

Al honderden keren vertelde ik mijn verhaal, nog duizenden keren te gaan. Ik ben dankbaar voor elk luisterend oor, elkeen die zonder oordeel, zonder oplossing er gewoon is. De ene keer is het verdriet dat in mijn hoofd speelt, de andere keer schuldgevoel, heel af en toe steekt boosheid de kop op … het maakt niet uit. Want dan blijft mijn hoofd in beweging.

En dan denk ik aan al die anderen, anderen die stil verdriet met zich meedragen. Anderen waar de maakbaarheid van het leven zelfs nooit een mogelijkheid was. Mensen ver en dichtbij die op de vlucht zijn en dit gevoel al zo oneindig lang dragen. En dan kijk ik vol bewondering naar hun beweging. Hoe ze de kracht vinden. Een vriendin van me ging naar Rwanda en zei: ‘ iedereen heeft daar een gat in zijn hart.’ Een land vol onrustige magen en dragende schouders. En toch beweegt het.

Zo veel mensen, zoveel beweging.

Langzaam maar zeker strekt de dag
zijn zebrahals naar de roodkoperen zon.
Wind woelt door het natte groene haar van stadsplantsoenen,
ontrolt een hardblauwe vlag boven de daken.
Wie dit ziet heeft de nacht overleefd
of hij wil of niet.
(Uit verzamelde gedichten van Hanny Michaelis.)

Nele – geschreven 1 jaar en 11 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Gemis

Gemis blijft me stalken,
duikt vaak op
als ik haar het minst verwacht,
slaat een hoekje om
en ineens pal in mij.

Dan val ik stil,
staar ik naar Gemis,
kijk ik in die diepe leegte,
die Gemis zo heel graag is.

Niet te lang,
neem ik me telkens voor.
Even maar.

Maar even duurt soms een hele dag.

(Vrij naar Geert De Kockere)

vake

Voor mijn vader gestorven vandaag 7 jaar geleden.
Voor Tas die hem zo graag zag. Toen waren er nog zijn schouders om tranen in te verbergen. Toen waren er nog zijn armen om troost in te vinden.

Nele – geschreven 1 jaar, 10 maanden en 17 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

Verloren betekenissen

Vandaag ging ik door wat spullen van mijn ouders. Ik vond metroticketjes en een treinticket van een trip naar Parijs van 15 tot 17/03/1969 van mijn moeder. Geen idee waarom deze bijna 50 jaar later nog tussen de spullen van mijn vader zitten, waarom hij die zoveel lange jaren bewaarde.  Mijn moeder die bijna 30 jaar geleden stierf komt weer tevoorschijn en ik laat de rauwe pijn over me heen glijden als een vertrouwde vriend. Alleen zij, en alleen hij wisten de betekenis van die met zoveel liefde bewaarde spulletjes. Hier zit ik dan te janken om betekenissen die ik niet kan vatten.

Betekenissen voor de eeuwigheid begraven.

Ik kom ze elke dag tegen, in huis, buiten huis, als iemand iets zegt. Heel mijn dagelijkse leven is doorspekt van kleine dingen, die Tas en ik verstonden. Geen grote geheimen, gewoon kleine gebaren, uitgesproken en onuitgesproken verstandhoudingen. Dingen die we bijhielden omdat ze een gezamenlijke herinnering  betekenden. En ik vind de woorden niet meer om ze door te geven.

Alles is stil. Stilgevallen sinds … Betekenissen voor de eeuwigheid begraven.

Nele – geschreven 1 jaar, 10 maanden en 11 dagen na die verschrikkelijke 8ste september.

Hoelang zit je hier al?
vroeg ik aan Gemis.
Dat weet je wel, zei Gemis.
Gemis gaf nooit het juiste antwoord.
Gemis liet je raden en gissen.
Gemis was wreed.

Ja, natuurlijk wist ik het.
Het was toen jij ….
Gemis trok toen bij me in.
Voor even, dacht ik,
Gemis komt even logeren.
Ze gaat wel snel weer weg.

En ga je ooit weg?
vroeg ik aan Gemis.
Even bleef het stil.
Had ik koffers bij me? vroeg Gemis.

Gemis stelde wel de juiste vragen.
Geert De Kockere

Vreemd toneel

Mijn vader zou het beamen, zo een goede student was ik niet, zeker niet in het middelbaar. Ik had andere interesses dan studeren, … ik was niet eens bezig met mijn toekomst, toen leefde ik in het nu. Pas later kreeg ik dromen over de toekomst, vandaag leef ik in het verleden. Alles wat ik doe, doe ik voor mensen die er niet meer zijn. Alles wat ik voel, voel ik voor dode mensen.

Toch heb ik er wel degelijk iets opgestoken, in dat middelbaar. Ik weet al lang niet meer wie en wanneer ik erover leerde, maar Bertold Brecht bleef hangen. Niet om zijn politieke overtuigingen, maar omwille van zijn stijl. Hij was ervan overtuigd dat toneel een middel was om duidelijk te maken wat verkeerd ging in de echte wereld en dus paste hij een soort vervreemdingstechniek toe. Hij liet de acteurs uit hun rol stappen en commentaar geven op hun eigen rol.

Vervreemding, het woord past me gegoten. En ik pas de techniek van Bertold Brecht elke dag toe, alleen binnenste buiten. Elke morgen sta ik op en maak me klaar voor het toneel. Ik speel mee, als een marionet in een poppenkast. Elke dag ga ik op zoek naar mijn rol in dit verhaal, maar ik snap er niets van. Ik heb geen idee welke rol de juiste is, wat de verwachtingen zijn. Geen idee waar dit stuk over gaat en waar het me naartoe brengt. Wat is de boodschap?

En rondom mij spelen mensen mee. Zouden zij ook toneelspelen, of lijkt dat alleen maar zo. Soms vertel ik mezelf (helemaal in de stijl van Bertold Brecht) dit is geen toneel, maar het echte leven.

Verpletterend, onverstaanbaar, echte leven. Want de vragen blijven dezelfde. Wie ben ik zonder Tas, wie ben ik zonder ouders, wat moet ik hier? Hoe moet ik dit doen? Opvoeden, een huis onderhouden, liefhebben, werken, … Wat is mijn rol? En waar gaat dit naartoe? Ik versta de boodschap niet.

Vervreemding, het woord zit me als gegoten. Misschien had ik het al door op de middelbare school en bleef het aan me kleven.

Nele – eindelijk nog eens geschreven – 1 jaar en 9 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

Wentelen in verdriet

Dit weekend werd ik gedwongen na te denken. Na te denken over de keuzes die ik maak. Zorgen mijn keuzes ervoor dat ik me wentel in verdriet? Doe ik dat überhaupt? Of denk ik dat gewoon soms? Heb ik dat nodig en is het wel een bewuste keuze? Kan het anders? En wil ik het anders?

Ik heb zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn professioneel leven veel gelezen en vormingen gevolgd over positief in het leven staan. Droomsessies,  waarderend werken en waarderend leidinggeven, op zoek naar sterke punten van mezelf en anderen om me heen, … Ik leerde ook dat alles wat je aandacht geeft groeit en dat het dus beter is om te vertrekken vanuit je sterktes, je competenties en je ambities dan vanuit de dingen die je minder energie geven. Ik ben in mijn leven ook vaak omringd geweest door mensen die dit voorleven, mensen die een krak zijn in het positief herformuleren. Problemen worden dan uitdagingen en verdriet een uiting van liefde.

Ik merk dat de ene keer ik hier rotsvast in geloof, en de andere keer vind ik het maar gebakken lucht. Soms komt dit omdat diegene die de boodschap overbrengt voor mij niet geloofwaardig overkomt, maar meestal komt het door hoe ik zelf op dat moment in het leven sta. En dat laatste verschilt. Van moment tot moment. Dit schommelende gevoel is iets waar ik altijd mee diende om te gaan, nu schommel ik steeds vaker.

Ik mis Tas ook daarin, we konden toch in bepaalde mate, die schommelingen opvangen bij elkaar. Ik ben en was niet perfect, Tas was dat ook niet. Maar uit al die anderen hadden we wel voor elkaar gekozen. En ik mis zijn steun, zijn ‘zijn’.

Ik probeer geduld te hebben met mezelf, de onrust in mezelf te aanvaarden. Mag ik dan ook aan jou vragen om daar nog even geduld mee te hebben? Ik probeer niet elke keer te laten zien hoe alleen en verloren ik me vaak voel. Hoe ik driftloos ronddool als een vloedgolf me opnieuw overspoelt. Mag ik nog even vragen dat je dit toelaat zonder me te veroordelen?

Mag ik me nog even wentelen in mijn verdriet? Het is een grillige plek, maar de enigste vertrouwde plek voor me. Mag ik vragen om jouw begrip dat ik dit doe op mijn manier?

Ik weet met mijn verstand dat je piekeren kan leren, dat klagen en zagen geen oplossing is. Ik kan mijn ogen sluiten en het verdriet proberen niet te zien, maar ik heb nog nooit een manier gevonden om mijn hart te sluiten om niet te voelen wat ik voel.

Nele – geschreven 1 jaar, 7 maanden en 14 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.