Elk een eigen manier

‘En nu moet het gedaan zijn’ zei Tuur me op een heel volwassen en kordate manier. ‘Er mag niemand nog een brief naar je sturen. Ik wil niet meer dat ze je doen wenen.’ Ik kon ze niet tegenhouden. Die tranen… Alweer eens niet gelukt.

Ik neem het me wel voor en probeer het zo veel mogelijk. De ene dag gaat dat beter dan de andere. Tuur vind het niet leuk. Ik leg hem uit dat wenen voor mij wel helpt in mijn verdriet. Hij snapt het. Hijzelf wil nooit meer wenen zegt hij dan. En inderdaad hij weent niet voor zijn papa. .

Tuur knutselt hele dagen dingen in elkaar. Een beker met erop jij bent mijn nummer 1, papa. Een tekening met bijhorend bijschrift ‘mama en Louise ik zie jullie graag’. Het liefst wil hij knutselen met hout en beitels en hamers en machines. Met al dat materiaal van papa in het kot.

Tuur fantaseert. Dat papa nog leeft en heel de tijd op zijn werk is. Dat ie dan ’s nachts een kusje komt geven. Of hij droomt dat papa nog leeft maar de weg naar huis kwijt is. ‘Hij zoekt ons mama, maar hij vindt ons niet.’

Louise heeft veel nood aan alleen zijn. Ze trekt dan naar boven op haar eentje en speelt eindeloos rollenspelen. De ene keer verkleed, de andere keer met de poppen of Playmobil. Er gaan er velen dood. Ze vertelt geheimen aan haar beren, haar knuffels en af en toe aan mij. Ze heeft leren fluisteren als de beste en komt vaak iets in mijn oren zeggen. Soms voel ik daarin angst. Als we Tuur niet direct vinden aan de schoolpoort fluistert ze: ‘Tuur is dood’.

Louise is bang van de dood. Soms raakt ze in paniek,’ ik heb hier pijn, ik ga toch niet dood, mama?’

Tuur nam vorige week een gitaar vast en tokkelde zijn eigen lied. ‘Ik ben dood, en ik ben zo blij want dan ben ik bij papa. Louise is ook dood en dat is fijn.’ Toen Louise vreemd opkeek bij zijn lied veranderde hij van koers. ‘Gelukkig viel Louise uit de hemel en was ze terug thuis.’

We hebben geleerd dat we het alledrie anders doen. We hebben vooral geleerd dat we elkaar daarin moet respecteren. Tuurke, laat Louise nu maar even alleen. Louise, Tuur is boos laat hem nu maar.

Wat mijn kinderen vooral geleerd hebben is dat we elkaar nodig hebben. Ze weten, ze voelen en ik vertel het hen  eindeloos dat ik ze graag zie. En ze zien elkaar zo graag!

Nele – geschreven 6 maanden en 15 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

IMG_20151205_094004

 

Hulp vragen is een teken van vriendschap

Mijn vader heeft in zijn leven veel hulp gevraagd en ook gekregen. Hij leerde me het volgende:

Hulp vragen is een teken van vriendschap.

Ik vind het wel moeilijk om te doen. Help me en luister naar mijn verhaal, help me om iets praktisch te doen, help me bij de opvang van mijn kinderen, … En hoe verder de tijd gaat, hoe meer ik merk dat ik sowieso hulp moet vragen. Toen de kinderen griep hadden lukte het nog net, toen ik zelf geveld met koorts in bed lag moest wel iemand de kinderen even opvangen. ‘ s Avonds vergaderen vraagt wel wat praktisch geregel.

Ik vond de combinatie werk-gezin altijd al een moeilijk evenwicht. Nu nog meer. En ik werk niet eens zoveel. De kinderen willen ook niet teveel weg zijn, niet teveel babysits, … Vooral Tuur vind het lastig als ik wegga. Louise weet heel goed dat papa dood is en niet meer terugkomt en even had ze ook die schrik om mij te verliezen. Maar die is niet altijd aanwezig. Bij Tuur wel, elke keer als ik ’s avonds wegga voel ik dat hij het lastig heeft. Hij zegt het niet altijd. We hebben ook geleerd om het positief te formuleren. Tuur zegt liever dat hij altijd bij mij wil zijn dan dat hij niet bij me weg wil zijn. Mooi vind ik dat.

Ik vond het altijd al comfortabeler om in de helpende positie te zitten dan diegene die geholpen wordt. En nu heb ik geen energie meer over om te helpen.

In onze maatschappij is hulp vagen niet evident dat voel ik heel hard. Maar ik kan ook niet wachten tot iemand spontaan aanbied om die maandag te komen babysitten, want niemand weet dat ik dan een babysit nodig heb. En toch bieden zoveel mensen spontaan aan, ‘als ik iets kan doen Nele,…’ En weet je wat meer is, ze geven me aan dat ze het fijn vinden om iets te doen voor ons. Dat ze dan eindelijk het gevoel hebben dat ze iets betekenen. Dat ze verschil maken.

En eigenlijk is dat waar het om maakt. Dat we verschil maken voor elkaar. Dat we niet naast maar mét elkaar leven. Zoals Tas en ik elkaar ooit beloofden: in goede en in kwade dagen.

Nele – geschreven 6 maanden en 12 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

help

 

Stilte

Zaterdag hoorde ik het nieuws van Emiel. 7 jaar en van zijn fiets gereden door een motard. Beiden overleefden het ongeluk niet. Snel de radio uit! Ik was te laat. Het nieuws was binnengekomen. Heel hard.

Gisteren keken mijn zus en ik even wat anders naar onze 7-jarige zonen en dachten aan Tas. Niet te lang, want we vluchten voor deze gevoelens.

Vandaag kwam dan die mail. Emiel … je meter was de eerste die me zei dat ik moest schrijven over verlies. Ze weet wat het is, verlies … en nu… Verlies … niet te vatten.

Lieve A, in dit verschrikkelijke uur voor jou, je broer en je schoonzus, voor je hele familie… weet ik niet meer welke woorden ook maar iets zouden kunnen betekenen.

Dus … deze week is er stilte op mijn blog.

Nele – geschreven 2 dagen na 12 maart 2016 net zo verschrikkelijk als 8 september 2015.

 

Ijskoude kou

Nu het buiten warmer wordt, valt het des te meer op.
In mij wordt het steeds kouder. En het is niet figuurlijk bedoeld.

Mijn lijf bevriest soms, vooral ’s avonds overvalt een ijskoude rilling mijn lichaam om zich vast te zetten aan mijn botten. Het is geen gewone kou, het is een griezelige ijzige aanwezigheid. Alsof Tas mijn lichaam overneemt.

Dat vervreemden van mijn eigen lijf heb ik vaker. Dan kijk ik in de spiegel en heb geen idee wie die vrouw is die daar terugkijkt. Dan doen mijn handen en armen dingen terwijl ik er vreemd naar sta te staren.

Ik ga de kou en de vervreemding te lijf met warmte. De verwarming staat al meer dan een half jaar een paar graden te hoog naar Tas zijn goesting. De kersenpittenkussens geraken nooit meer de kast in en ’s avonds voor het slapen gaan neem ik een heet bad. Soms werkt het, vaak ook niet.

De lente komt eraan, eigenlijk wil ik dit niet. Eigenlijk wil ik deze hele situatie niet. Het overvalt me nog steeds elke dag, elk uur. Tas, kan je niet gewoon stiekem terugkomen. Ik zal je verstoppen voor de hele buitenwereld.

Ik wil graag een pact sluiten, mijn ziel verkopen aan wie het wil … als Tas maar terugkomt.

Nele – geschreven 6 maanden en 4 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

lente

 

cocooning

Ik zit in een cocon, in mijn eigen verdriet. Het is er soms warm en veilig en soms verschrikkelijk hard en koud.

Ik hou het nieuws van de buitenwereld heel ver van mij. Ik weet waarom ik dat doe, omdat ik nu niet kan filteren, omdat het onrecht in de wereld nu keihard binnenkomt. Het nieuws wordt niet opgezet, de radio verdraai ik naar een andere post en de krant gaat ongelezen van de brievenbus de papiermand op. Maar hoe hard ik ook mijn best doe, er druppelt af en toe nieuws binnen. In deze wereld is het dan ook ondenkbaar dat je je daarvan kan afschermen. Ondenkbaar en eigenlijk vind ik ook dat ik de mensen onrecht aandoe als ik wegkijk. Maar er is ook zoveel onrecht.

Ik hoorde al eens een theorie dat we door het internet en de snelle communicatie nu gewoon meer weten over onrecht. Maar ik denk dat het ook gegroeid is. En als ik zeg dat ik wegkijk dan hoor ik vaak dat ik niet de enige ben. We weten niet meer hoe we hierop moeten reageren. … Maar ik verkondigde vroeger wel eens, wegkijken van onrecht is misschien wel even erg.

Het probleem is dat ik niet weet hoe ik moet helpen.

En als ik dit schrijf dan blijf ik vinden dat mij en vooral de kinderen onrecht is aangedaan. Al is er geen schuldige aangeduid. En ik wentel en draai me daarin en gebruik het als excuus om me niet schuldig te voelen aan al de rest.

En dan probeer ik toch te relativeren. Ondanks alles hebben we het goed. Een dak boven ons hoofd, een relatief veilig gevoel, vrienden om ons heen, welvaart, veel te veel welvaart, een job en elkaar. Het allerbelangrijkste.

Alles is relatief. Alles is afhankelijk van het perspectief. Ik heb me altijd voorgedaan als iemand die probeert het perspectief van de anderen te zien.

Nu lukt het me niet altijd meer.

Ik heb het dan ook verschrikkelijk lastig met de kleine dingen in de wereld. Natuurlijk mag je aan me laten weten dat het lastig is dat je ziek bent, of dat je ruzie had met je man. Uiteraard is het corvee als je eens zonder je vrouw voor je kinderen moet zorgen. En ik weet ook wel dat ik het niet leuk zou vinden als ik een botsing had en mijn auto of mijn fiets was stuk.

Maar … net zoals ik me afscherm van onrecht, wil ik me ook hiervan afschermen. Dus vraag me niet om dat belangrijk te vinden. Vraag me niet om me daarin in te leven. Vraag me niet om daar te blijven naar luisteren. Kijk om je heen en tel je zegeningen. Het lijkt me op dit moment de enigste mogelijkheid om het onrecht naar waarde te schatten. Door zelf te relativeren. En dan bedoel ik echt relativeren en echt je zegeningen tellen.

Af en toe krijg ik zo een bericht van iemand die kon relativeren. Die kon zien wat ie heeft en daardoor wat ie niet heeft kon verdragen. Dan denk ik, dat heb je toch kunnen bewerkstelligen Tas.

Nele – geschreven 6 maanden en 2 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

ik mis je

ik mis je
ik mis je vandaag meer dan gisteren
de toekomst aan diggelen

ik mis je
ik mis je armen om me heen
slapeloze nachten en koortsige dromen

ik mis je
ik mis je geruststellende stem
ijskoude botten en niets op een rij

ik mis je
ik mis je vertrouwde geur en je intimiteit
eindeloos alleen

ik mis je
ik mis je aanwezigheid in alles wat ik doe
smakeloos eten en inhoudsloze tv

ik mis je
ik mis je mening en je ideeën
betekenissen zijn zoek

ik mis je
ik mis je kennis en je handigheid
techniek laat me in de steek

ik mis je
ik mis je groene vingers
planten laten hun bladeren hangen

ik mis je
ik mis je humor
mijn wereld verdraagt geen grappen meer

ik mis je
ik mis je doordachte traagheid
want nu, nu staat het leven stil

ik mis je
ik mis je onvoorwaardelijke liefde
snijdende pijn

Tas, ik mis je

Afbeelding53 (2)

Nele – geschreven een half jaar na die verschrikkelijke 8ste september 2015


Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
Hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus ‘Verzamelde gedichten’. Bert Bakker, 2001

dubbelleven

Ik was een tijdje thuis, maar nu ben ik terug aan het werken. Geen voltijdse, nee dat zou niet lukken.

Werken voelt als een ander leven : ik vind het leuk om te doen, het geeft me afleiding en terug een beetje structuur in mijn leven. Aan de andere kant merk ik dat het onmogelijk is om terug te zijn zoals voorheen.  Dingen die ik belangrijk vond zijn dat nu niet meer. En andere dingen staan nu juist heel erg op de voorgrond. Soms lijkt het daardoor of ik een vreemde ben.

Gewoon net als vroeger over van alles praten en lachen kan ik niet meer.

De kinderen kunnen hun verdriet aan en uit zetten. Het verdriet is als een kraantje dat ze kunnen open- maar ook dichtdraaien. Als de druk te hoog wordt, dan komen de tranen of het gevoel van onrecht. Maar zodra de druk weer wat minder is, kunnen ze verder met hun leven.

Ik dacht niet dat ik dat kon. Dat ik die keuze had. Maar blijkbaar is werken toch vergelijkbaar. Tot net voor het moment dat ik binnenstap op kantoor ben ik met mijn hele zijn bij Tas. Eenmaal ik de drempel over ben zet ik een masker op en functioneer. Zolang ik aan een project of een opdracht bezig ben, lukt dat zeer goed.

Het wordt voor mezelf pas pijnlijk duidelijk dat ik in en andere wereld leef als we pauze houden. Ditjes en datjes … tja daar ben ik niet meer mee bezig.

Ik ben blij dat ik iets kan betekenen op het werk, en het is de enigste plek waar ik toekomstgericht kan zijn. Het vraagt wel energie, en tussendoor opladen is dan ook noodzakelijk.

Nele – geschreven 5 maanden en 27 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

niet bang zijn

Ik leef al heel mijn leven met de dood rondom mij. De dood is altijd aanwezig geweest. In mijn nabije omgeving wordt niemand echt oud. Sommigen gaan bitter jong van me weg.

Ik heb er nooit echt over nagedacht, de dood was gewoon sluimerend (en soms heel pertinent) aanwezig. Ik stond stil bij doodgaan van anderen, maar niet bij mijn eigen dood. Ik kon me voorstellen hoe ik samen met Tas oud zou worden. Wij, zouden dan – de vervelende irritante kwalen die bij oud worden horen- weglachen en genieten van elkaar. Geleerd uit onze fouten zouden we niet meer zo snel kwaad worden en de stiltes laten. We zouden vanzelf traag worden in alles wat we doen.

Nu denk ik vaak na over mijn eigen dood. En ik ben niet bang.

Net na 8 september stortte een vliegtuig neer met vakantiegangers uit Egypte. Ik wou graag ruilen met die mensen. Wij vieren samen in het vliegtuig. Misschien nog net beseffend dat het einde eraan kwam. Met een blik kunnen vertellen dat Tas het beste was dat me overkomen was ondanks en dankzij alles. Onze kinderen in onze armen. En dan gedaan!

Hard natuurlijk, te hard voor de buitenwereld. Weet ik wel!

Over de dood heb ik wel geleerd dat we niet te kiezen hebben. Wie wil leven kan gewoon, zomaar dood gaan. En wie dood wil zijn kan daar echt niet zomaar voor kiezen. Dat recht wordt zwaar bediscussieerd. Niet enkel door professionals, maar ook door nabestaanden en geliefden.

Vandaag leef ik, ook al is dat geen keuze. En dus probeer ik er het beste van te maken. Er zijn voor de kinderen, iets betekenen op mijn werk en vooral veel kleine stappen zetten.

Toch sluimert er een verlangen. Een verlangen om al ouder te zijn. Misschien al grootmoeder, in ieder geval een klein beetje een gevoel van ‘het is af’. En dan mag ik misschien gaan. Dan kan ik misschien toch kiezen.

Nele – geschreven 5 maanden en 25 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Hoe kan ik ademen
met je dood als een brok
in mijn keel?
Hoe kan ik lachen
nu het onherroepelijke vonnis
mijn mond verzegeld heeft?

In een houten kist
gaat de toekomst
tot ontbinding over.
Ik voel hoe ik langzaam
maar zeker bevries.

Toch blijf ik ademen.
Toch lach ik, oudergewoonte.
En dat is misschien
het ergste van alles.

Hanny Michaelis

 

 

Ik heb een buurvrouw …

en die komt… elke avond (tenzij het niet anders kan).
Ik heb een zus en een schoonbroer en die staan naast me … elke keer weer.

Ik vertel hen hetzelfde verhaal. Opnieuw en opnieuw en opnieuw….
Soms voel ik me schuldig dat de dialoog te veel monoloog wordt.
Dat de verslagenheid te moeilijk om te dragen zal zijn.
Dat naast me staan een ondankbare job is.

Ze planten hoop in ons.
Ze maken tijd voor ons.
Ze geven ons letterlijk en figuurlijk voedsel.
Ze doen ons denken.
Ze laten ons niet alleen.

Ik krijg kaarten en brieven.
En dan neem ik me voor dat ik zal antwoorden, maar gek, dan weet ik niet wat ik moet schrijven. Aangekomen? Ja hoor aangekomen. In onze brievenbus en in ons hart.Ik krijg steun van mensen die ik nauwelijks ken, een hoofdknik of een blik van herkenning. Regelmatig staat op de drempel een soepje met een opbeurende tekst. Ik krijg berichtjes via Facebook en (on)verwacht bezoek. Al deze gebaren …

Ze helpen de ijzige kou even verdwijnen.
Ze geven het verdriet een plek en bestaansrecht.
Ze maken het leven even draaglijker.

Duizend maal dank, ik kan jullie nooit teruggeven wat jullie ons geven.

Nele – geschreven 5 maanden en 23 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

5 jaar geleden

28 februari – 5 jaar geleden

6u50 – Tas en ik zetten Tuurke veel te vroeg in de ochtend af bij de jarige Lot
9u21 – we kunnen Louiseke in ons armen nemen
16u30 – Tas haalt Tuur op in de crèche
17u00 – de mannen halen de vrouwen op in het ziekenhuis
17u30 – we zijn alle vier thuis – compleet

In het ziekenhuis blijven? Geen sprake van. Als we gezond zijn en alles is vlot verlopen dan splitsen we ons op deze belangrijke dag in ons leven niet op. We horen samen wij vieren. Vanaf dan hadden we het er altijd moeilijk mee. Veel te stil in huis als de kinderen eens uit logeren waren. Veel te leeg in huis als Tas ergens lange tijd moest zijn. Wat zouden ze nu aan het doen zijn? Als ik eens ergens anders was.

nu – 5 jaar later

Niets is nog compleet.
Alles gebroken.

En toch! Tuur had een hele tocht met opdrachten klaar voor zijn zus. De pijlen getekend samen met de buurjongen, laaaang op voorhand. Louise maakte haar eigen kroon en genoot van de aandacht en zelfgemaakte Elzataart.

De zon scheen, net zoals 5 jaar geleden. Lachende gezichten, stoere jongens en giechelend prinsessenmeisjes.

Tas, de volgende verjaardag is die van jou! Tuur heeft al plannen voor een feestje. Al moet het een saai feest worden zegt hij, want …

… we zijn niet compleet.
… we zijn gebroken.

Nele – geschreven op een extra dag 5 maanden en 21 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

IMG_20160228_094501
Louise 5 jaar