Hoe gaat het met de kinderen?

Hoe gaat het met de kinderen? Zo fijn dat mensen hiernaar blijven vragen.

Ik merk wel dat het minder evident  is om het rechtstreeks te vragen aan hen. Moeilijk natuurlijk, stel je voor hoe ze zouden reageren en … vinden ze het wel tof als ik het hen vraag. En zouden we ze niet beter sparen en niet teveel op de feiten drukken? Allemaal bedenkingen, die in onze samenleving al heel lang van tel zijn. Mijn eigen lieve vader deed het ook. Hij probeerde zijn verdriet weg te steken voor zijn kinderen. Hij stuurde ons weg toen het duidelijk werd dat moeke haar einde naderde. Alles vanuit een reflex om ons te beschermen.

Alleen … daar geloof ik niet in. Niet meer. Nu mijn eigen kinderen geconfronteerd worden met een soortgelijk verdriet gebeurt er iets met mijn verleden. En met dat van mijn broer en zus ook. We beseffen dat het moeilijk was en dat we er te weinig over gepraat hebben. Met elkaar of met iemand anders. We hebben elk onze angsten, nachtmerries en gedrag dat we eraan linken. En ook al is dit niet verschrikkelijk problematisch, toch zijn dat niet de wensen die we hebben voor Tuur en Louise. En dus zegt mijn zus soms: ‘ Je weet hoe je dit moet doen, Nele’ of ‘ Wat jij voor je kinderen doet dat heb ik zelf als kind nooit ervaren.’ En dus speelt mijn broer soms voor sinterklaas en legt hij hen eens extra in de watten. Mijn zus en mijn broer, we herkennen veel en praten vaker over toen.

Is dit een verwijt naar mijn vader. Nee hoor, ik weet dat hij ons verschrikkelijk graag zag, zoals alleen een ouder zijn kinderen graag ziet. Ik weet dat hij door het vuur zou gegaan zijn voor ons. Maar ik weet ook dat hij zou willen dat we leren uit het verleden. Ik weet zeker dat hij nu tegen me zou zeggen, doe jij het maar anders!

Tuur en Louise functioneren en ja ze zijn vaak ook blij. Ze wenen ook, dat is normaal als je een dode vader hebt. Of ze zijn boos en gefrustreerd. En ze zijn bang. Vooral Tuur kampt met heel veel angsten. Wat ik leerde – me vallen en opstaan- is dat we al die gevoelens moeten erkennen en serieus nemen. Dus niet meer ‘Je hoeft niet bang te zijn van inbrekers of een spook onder je bed’, maar ‘Je bent bang hé, ik weet het. Laten we kijken hoe we er iets aan kunnen doen. Ik kijk de deuren na of ze goed op slot zijn en ik kijk ook eens onder bed. Kom je mee kijken onder bed? Zie je? Geen spook.’ Ik merk dat het werkt.

(H)erkkening van hun gevoelens geeft ze bestaansrecht. Iemand vertelde me deze week nog dat dit voor iedereen geldt. Relaties gaan vaak stuk omdat we de gevoelens van de ander niet erkenden. Niet gemakkelijk dat erkennen. Maar ik merk dat ik er steeds beter in wordt. Met ons drietjes hebben we vaak gesprekken die ik met sommige volwassenen nog niet kan. Zo hadden we het laatst over de onzichtbare rugzak, die ervoor zorgt dat je lijf pijn doet, dat je soms niet goed weet waarom alles misloopt. Louise zegt dat ze die rugzak kan uit doen en gewoon blij zijn. Tuur vertelde dat hij dat niet kan. En we leren dat elk van ons gelijk heeft. En zo leren we erover praten, want dat helpt. En het is echt leren! Het gaat niet vanzelf, we moeten ons erin trainen. Dekseltje erop, zoals soms wel eens gebeurd, werkt niet voor ons. Dan wordt het alleen nog maar lastiger. Dan ontploft het hard. Maar mijn kinderen leren iets wat je in geen enkel schoolboek zal terugvinden. Ik meen te denken dat dit heel belangrijk is, al zie en voel ikdat dit heel veel energie kost.

Nele – geschreven 1 jaar 5 maanden en 8 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Verhaal

Er waren eens drie bomen, die alledrie in een hevig storm een tak waren kwijtgeraakt.
De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan.
Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken.
Gisteren heb ik ze toevallig teruggevonden en met hen gesproken.

De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: ‘nee, dat kan ik niet want ik mis een belangrijke tak.’
Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen.
De zon drong niet meer tot hem door. De wonde was duidelijk zichtbaar en hij zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom. Hij was niet meer verder gegroeid.

De tweede boom was zo geschrokken van de pijn
dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten.
Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren.
De plek van de wonde was moeilijk terug te vinden.
Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.

De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte van zijn lijf,
en hij rouwde om zijn verlies.
Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd: ‘dit jaar nog niet’. Toen de zon het tweede voorjaar weer terugkwam met de uitnodiging, had hij gezegd:
‘ja, zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen.
Mijn wonde heeft warmte nodig, opdat ze weet dat ze erbij hoort.’
Toen de zon het derde jaar weer terugkwam, sprak de boom: ‘ja zon, laat mij groeien.
Ik weet dat er nog zoveel te groeien is.’ De derde boom was ook moeilijk te vinden,
want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden.
Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde,
die vol trots in het zonlicht werd gehouden.

M. Keirse

boom

 

Huidhonger

Huidhonger, wat een heerlijk woord. Nederlands, uiteraard, dat voel je. Ik heb er verschrikkelijk veel last van. Vanavond is het weer zo ver. Als ik helemaal eerlijk ben dan wil ik gewoon een man in mijn bed vannacht. Gewoon? Nee, niets gewoon.

En dan fantaseer ik verder, over die man. Hoe zou hij eruit zien? Wie zou het zijn? Niet te klein, maar hij hoeft ook niet super groot te zijn. Hij mag wel wat gebronzeerd zijn, een beetje een werkmanstype. Tja, iemand die de handen uit de mouwen kan steken, daar ben ik niet vies van. Hij moet mooie ogen hebben, ogen zijn belangrijk. Misschien een beetje speciaal. Beetje groen? Haar, ja dat mag, maar kalend is eigenlijk ook wel goed.

En  gevoel voor humor , dat zou mooi zijn. Het mogen zelfs dwaze grappen zijn die hij verteld. Het zou ook fijn zijn als hij een beetje kan relativeren. Mijn gedachten en overpeinzingen even kan stil leggen en me terugbrengen tot de essentie.

En hij moet vooral vanavond veel zin hebben om met me tussen de lakens te kruipen. En ja, hij mag me liefje noemen. En ik zal hem graag zien. Want ik zag hem graag. Ik zie hem graag.

Tuur is ervan overtuigd en zegt het ronduit: ‘Jij zal nooit meer verliefd zijn, alleen nog op papa.’ En daarmee voel ik het gemis extra. Ik ben niet alleen mijn lief kwijt, diegene waarmee ik kon babbelen en kon ruzie maken. Mijn bondgenoot die me begreep … ik ben ook zijn lijf kwijt. Wat mis ik het fysieke contact.

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever: I was wrong.

De zon is in de stad als een lieve verkoopster die ons alles aanwijst met een slanke arm als een straal en alles is te verkrijgen. Eerst heb ik jou gekocht en in een andere etalage ligt het leven. We blijven lang staan kijken, hoeveel kost het vraag je.

En ik zeg: al mijn verdriet.

Herman de Coninck

 

Nele – geschreven 1 jaar en 5 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

thescream

https://genius.com/Nick-cave-and-the-bad-seeds-skeleton-tree-lyrics

 

 

 

 

 

 

Krachtvrouwen

Mijn leven is heel hard getekend door verlies. Met een vertrokken grimas zeg ik tegen mijn omgeving dat mijn expertise daar ligt. Nog nooit werd ik zo overspoeld door verdriet.

Toch klopt het niet helemaal. De laatste jaren kwamen er heel veel nieuwe mensen in mijn leven. Korte ontmoetingen, beginnende vriendschappen en inspirerende momenten. Ook vervlogen vriendschappen vinden hun weg terug. Nog nooit werd ik zo overspoeld door liefde.

Eén van die ontmoetingen was met Vivian. We vonden elkaar online en ik zag haar voor het eerst op een lezing van Manu Keirse. Met haar roze sjaal, lachende ogen vol verdriet en liefde, vond ik haar ogenblikkelijk een mooie vrouw. Haar verhaal is zwaar. Op 11 februari 2005 sloeg bij haar waanzinnig hard het noodlot toe. Haar man, Ido overleed plots aan een hartaderbreuk. Vivian,  op dat moment 41 weken zwanger en mama van een zoontje van twee, gaf twaalf uur later het leven aan een tweede zoon.

Vandaag, in 2017 leeft ze voluit, met de liefde van Ido diep geworteld in haar zijn. Ze draagt die liefde en het bijhorende verdriet als haar roze sjaal rond haar. Haar kinderen dicht bij , elke keer hen kracht gevend bij hun vragen, boosheid en verwardheid.

Ze organiseerde een eerste en een tweede weduwelunch in hartje Gent. Ik mocht deelnemen. In een gezellig kader, ontmoette ik Ine, Wille, Veronique en Sofie. We delen er ons verdriet en ontdekken dat het liefde is dat we delen. We delen er onze bezorgdheden over onze kinderen en ontdekken dat ook dat liefde is dat we delen. We geven er elkaar raad maar gaan vooral mee in de diepte staan. In het waanzinnig zwarte gat voelen we ons even, heel even minder eenzaam. We vinden zelfs schoonheid in het gedeelde verdriet.

De verbindende kracht van Vivian kreeg er een concrete start. De online community groeit. Steeds meer jonge weduwes vinden de weg naar elkaar. Ken je weduwes die op zoek zijn naar laagdrempelig contact? Vertel ze dan zachtjes over Vivian en de krachtvrouwen.  Want ik geloof niet dat de tijd zomaar heelt. Ik ben er echter wel van overtuigd dat deze wonden een hele, hele lange tijd verzorging nodig hebben. En dat is wat de krachtvrouwen wil doen. Als een cirkel blijvend praten en huilen om onze liefde. Een roze cirkel van vrouwelijke kracht. Doorspekt met het oranje van Ido, de grote liefde van Vivian. Ido met zijn oranje haar.

Nele – geschreven 1 jaar, 4 maanden en 23 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

http://krachtvrouwen.be/

img_0243

 

 

 

 

 

Gelukkig nieuwjaar

Het mag nog even: iedereen in je omgeving gelukkig nieuwjaar wensen. En als ik die wensen krijg, kijk ik even verbaasd op en met een geforceerde pop-up glimlach antwoord ik dan stilletjes ‘voor jou ook’.

Het komt absurd over, gelukkige nieuwjaar. 2017, een jaar dat begon met het afscheid van Simonne, de enige grootouder van mijn kinderen die nog in leven was. Geen grootouders, geen papa, wat heeft dat in godsnaam met geluk te maken?

Ofwel let ik er teveel op, of het is gewoon de tijd van het jaar. Op Facebook zie ik verschijnen: ‘Happiness is a choise, not a result’. In mijn buik begint het te rommelen, waar zat de keuze. Maakte ik een keuze?

Ben ik gelukkig vraag ik me af? Nee, helemaal niet. Ben ik dan ongelukkig? Maar nee, ook niet. Ik ben verdrietig, ik ben verward, ik heb geen spoor, geen visie op de toekomst, ik ben moe en ik heb het koud. Maar ongelukkig, ik denk het niet.

Ik begin het meer en meer een vreemd idee te vinden, dat je geluk moet zoeken, gelukkig moet zijn. En dat dat bovendien maakbaar is. Ik hoor het mijn vader in een ver verleden nog zeggen. “Maakt niet uit wat ze doen mijn kinderen, als ze maar gelukkig zijn.” Ik zal het zeker ook al gezegd hebben over mijn twee lieve schatten. Maar klopt dit wel? Wil ik dat ze gelukkig zijn? Natuurlijk hoop ik dat ze gelukkige momenten zullen hebben in hun leven, en dat ze bovenal kennis maken met de liefde (lang of kort, maakt zelfs niet uit). En ik weet dat verdriet en eenzame momenten altijd deel zullen zijn van hun bestaan. Ik luisterde goed naar Manu Keirse die me leerde dat diegene die in staat zijn verdriet te voelen, in staat zijn om echt lief te hebben. Tuur, Louise en ik, we zijn niet bang van ons eigen verdriet, we leven ermee elke dag. In mijn eigen leven is verdriet en rouwen zo aanwezig dat het soms als een vertrouwde sluier om me heen hangt.

Van waar komt het toch? De angst voor verdriet, voor ons gewoon een teken van liefde voor diegene die we graag zien.

Van waar komt het toch? Dat zoeken naar een altijddurend geluk, altijd maar blij zijn? Ik treed Dirk De Wachter (ons eigen Nick Cave) bij als hij beweert dat dit onnatuurlijk is en zelfs gevaarlijk. Ik geloof dat je ongelukkig wordt door het zoeken naar dat geluk. Snap je?

Nochtans een nobel idee, altijd happy, heel de tijd. En in onze medische wereld denkt men daar een antwoord op te hebben. Ik ben daarin heel kritisch geworden. Ik zie mensen rondom me die rouwen, die verdriet hebben, mensen die alleen zijn en eenzaam zijn. Mensen die minder kansen kregen en krijgen. Mensen die minder capaciteiten hebben. En in plaats van een weg te gaan van aanvaarding, van dankbaarheid voor wat we wel hebben, spiegelt men deze mensen voor dat ze gelukkig moeten zijn.

In onze maatschappij krijgen (te) veel psychiaters de taak dit geluk te creëren. (Want enkel psychiaters en  dokters worden terugbetaald door onze maatschappij.) En hun antwoord is in 99% van de gevallen een pilletje dat je dat geluksgevoel, de blijdschap terug moet geven. (Uiteraard weet ik wel dat er een klein percentage bestaat dat gebaat is bij medicatie, maar wees eens kritisch en ga eens ten rade bij de schaarse onderzoeken die hier over gedaan werden.)

Ik geloof dat je er meer aan zou hebben om een weg van aanvaarding te zoeken. Aanvaarden dat het niet elke dag een fijne dag is. Niet thuis, niet op je werk, niet bij je geliefde, niet bij je kinderen.  Aanvaarden van je eigen capaciteiten, je eigen kansen, je eigen omgeving. Psychologen, therapeuten (niet terug betaald in onze maatschappij, begrijp ik geen sikkepit van!!!!) kunnen daarbij helpen. Maar ook familie, vrienden, school of werk zouden daarin een taak kunnen hebben.

Misschien heb ik het meer op filosofen dan op psychiaters. Misschien moeten we meer praten en debatteren in plaats van trachten op te lossen  (Dirk De Wachter is in mijn ogen dan ook meer filosoof dan dokter.) En misschien kan melancholie, verdriet en eenzaamheid soms een troost zijn en een teken van liefde.

Mag ik jullie allemaal iets anders wensen dan een gelukkig nieuwjaar? Dan wens ik jullie een jaar waarin kleine momenten van geluk en liefde je deel mogen vallen. Een jaar waarin elk gevoel zijn plaats mag krijgen. Een jaar vol respect en mildheid voor anderen, en vooral ook voor jezelf.

Nele – geschreven 1 jaar 4 maanden en 10 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

img_1818

IJzige koude mist

Eenzame grassen wuiven wit ijzel door onze verstilde tuin. Siergrassen, ooit door Tas gepland. Sierlijk, maar bekoren doen ze niet. De mist en de nevel dolen ongezouten, eenzaam over de akkers achter ons huis. IJsbloemen, geboren voor dag en dauw benevelen mij, zolang deze eindeloze winter duurt.

Onwezenlijk, oneindig stil als een ijzige koude mist.

Het nieuw jaar staat voor de deur. Winkels en slogans schreeuwen het uit. ‘De tijd gaat altijd en alleen maar vooruit.’ Een schril contrast met mijn gevoel. Een bevreemdende gevoel alsof ik meespeel in een toneelstuk van Bertold Brecht. Mijn lichaam beweegt, als door een poppenspeler geleid, de dag door. Straks valt de nacht, donker en onomkeerbaar over de laatste dag van 2016. Misschien is het allemaal een grote nare droom, iemand speelt een spel met ons.

Onwezenlijk, oneindig stil als een ijzige koude mist.

Wat als mijn leven met Tas alleen maar een mooie droom was? Krampachtig vasthouden van herinneringen. Ga niet weg! Kom terug! Hoe kan ik 2016 loslaten als ik nog in de jaren ervoor leef?

Onwezenlijk, oneindig stil, een ijzige koude mist. Tas is nog steeds vermist en ik dus ook.

Nele – geschreven de laatste dag van 2016 – 1 jaar, 3 maanden en 23 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

Gemis was groot,
zat in de weg,
hinderde het ademhalen,
ontnam mij lucht en ruimte,
hield me aan de grond.

Ik jaag je weg! riep ik kwaad.
Doe maar! zei Gemis.
Het haalt niets uit.
O nee? riep ik gebeten.

En ik joeg wat ik kon,
werkte mij in het zweet,
schreef en schrapte,
zeulde en zielde,
zwoegde tot de avond.

Yes! dacht ik.
De leegte werd vandaag gevuld,
Gemis is weg!

O ja? vroeg Gemis meteen.
Geert De Kockere

 

Kerstwensen

Winterslaap, ging er door ons hoofd. Bergen vol sneeuw, waar we overheen moeten.

En toen kwamen zoveel mooie wensen waarvan we er eentje willen overnemen!

Want ook wij wensen iedereen veel warmte en liefde. Veel vrienden, familie en dierbaren dichtbij. En voor allen die het troost kan bieden de mogelijkheid om verdrietig te mogen zijn. Verdriet als bewijs van liefde.

Nele, Tuur en Louise, kerstag, 1 jaar, 3 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

img_0186

Kafka

Het ligt hier al lang op mijn tafel, een stuk vol frustraties, een stuk vol ongeloof en eindeloze onmacht. Een stuk over hoe jonge weduwes in ons welvarend land behandeld worden.

Als je als jonge moeder je partner verliest dan raak je de pedalen kwijt. Of dit nu verwacht of onverwacht is, je identiteit slaat in duizenden stukken uiteen. Je toekomst verdwenen als sneeuw onder de zon. Op hetzelfde moment hebben je kinderen nood aan ondersteuning, warmte en een liefdevolle ouder. De begrafenis regelen is een lange ketting van beslissingen, de één na de ander, waarbij je aan jezelf, de kinderen en de omgeving van je partner moet denken. Elke minuut neem je beslissingen terwijl je leven in diggelen ligt. De ondersteuning van een goede begrafenisondernemer is dan ook cruciaal. Ik had nooit gemerkt wat een belangrijke job dit is, en het moet gezegd ik had er één uit de duizend.

En dan komt de Belgische staat …

Als je partner sterft dan heb je recht op drie dagen klein verlet. Drie dagen!!! Ik wil het nog eens schrijven: drie dagen krijg je! Toch de vergelijking maken, als je een kind krijgt, uiteraard ook een ingrijpende belevenis in je leven, krijg je als vader tien dagen en als moeder 15 weken, en dan heb ik het niet gehad over het uitgebreide ouderschapsverlof voor beide ouders. Ik ken geen enkele weduwe met kleine kinderen die na drie dagen het werk kon hervatten. Geen enkele ken ik er. Ze worden gedwongen in ziekteverlof te gaan, en daarvoor heb je alweer papieren nodig, daarvoor moet je een doktersbriefje hebben. Ik hoorde al veel verhalen van de arbeidsgeneesheer. Ook ik ben er twee keer langs geweest. Hij vroeg me welke medicatie ik nam. Weet hij dat dan niet? Voor deze soort pijn, bestaat geen enkel medicijn. Maar dat antwoorden, dat kon ik niet, ik was daarvoor te kwetsbaar op dat moment.

En dan kom ik aan de eindeloze resem papieren, alles op zijn naam zetten van auto tot de energierekening. Abonnementen aanpassen of opzeggen. Geen enkele waarbij dat eenvoudig gaat. Dit naast de eindeloze reeks papieren voor de bank. Als je het goed geregeld hebt dan zijn er gelukkig niet zoveel discussies, maar als je bijvoorbeeld niet getrouwd was…. pfff Ik kan hier een troosteloze opsomming maken van weduwes die in situaties zitten waar ze het huis terug van hun kinderen moeten kopen, waar pensioensparen naar schoonfamilie ging, waar geen of een kleine schuldsaldo-verzekeringen werden afgesloten met alle gevolgen vandien, … Bij elk van hen is Kafka op bezoek geweest als ie al verdwenen is. Tas en ik waren getrouwd, en dan nog.

Mag ik één voorbeeld geven van hoe het werkt? De bank gaf me de volgende opdracht: ‘Mevrouw, dit papier moet nog ondertekend worden door de arts die de dood vaststelde.’ ‘Meneer, ik weet niet wie dat is, mijn man is verongelukt op de weg ?’. ‘Kan de politie jou niet helpen.’ Bij slachtofferhulp zouden ze me terugbellen. Ik wacht nog steeds op die telefoon. Bij de politie wisten ze van niets. Bij het parket konden ze me wel de pv-nummers bezorgen, want die zal je nog nodig hebben mevrouw. Dan maar terug naar de bank met die pv-nummers. Na een week krijg ik weer bericht. ‘Mevrouw, met die pv-nummers zijn we niets want het dossier is geheim tot het afgerond is. En ik moet echt een handtekening van de arts die de dood heeft vastgesteld.’ Ik snap wel waarom, het is om de kleine lettertjes te controleren. Maar ik gaf zelfs een krantenartikel waarop duidelijk was dat het over een ongeval gaat. Ik wou het onder ede verklaren. Wat kon ik meer doen. Uiteindelijk was er een vriendelijke bediende die me de raad gaf naar Tas zijn huisdokter te gaan. Dus ik weer met mijn papier op weg. ‘Dokter, kan je aub dit document invullen.’ Heel even zei hij ‘Nele, ethisch gezien kan ik dit niet invullen want ik heb de dood niet vastgesteld.’ Hij heeft het niet volgehouden. Mijn hele lijf stond op exploderen en innerlijke schreeuwde ik alle pijn in een oerkreet eruit. Hij heeft dan maar verklaard als dokter dat Tas gestorven is in een moto-ongeluk (en er in kleine letters bijgeschreven dat hij dat niet vastgesteld heeft maar verklaard). Zijn verklaring was veel belangrijker dan de mijne.

Zo ken ik helaas veel te veel verhalen. Over inboedelbeschrijvingen waar uiterst pijnlijk elk hoekje, elke bezitting werd aangeraakt en getaxeerd, en daarvoor moet je nog veel geld betalen ook. Dit terwijl je als kersverse weduwe die tandenborstel die hij als laatste aanraakte geen millimeter wil verzetten. Over notariskosten (want met minderjarige kinderen heb je geen keuze) en notarisgrapjes over afwezige testamenten. Over zware begrafeniskosten, successierechten en familie die opeens geld van je tegoed geeft.

Snap je nu dat sommige dagelijkse problemen van anderen voor mij zo pieteluttig klein lijken dat ik ze onmogelijk serieus kan nemen?

Ik had geluk met mijn notaris, ze zorgde ervoor dat de inboedelbeschrijving niet nodig was, maar sowieso blijft het een dure verplichting. Als je een kind krijgt dan krijg je premies en ondersteuning in huis. Als je partner sterft dan krijg je rekeningen en draag je die allemaal alleen. Gelukkig bestaat er een weduwepensioen hoor ik een paar mensen denken. Helaas, fout! Dit geldt niet voor ons, de jonge weduwes. Want sinds kort heb je daar enkel nog recht op vanaf 45 jaar. Ben je jonger dan 45? Dan bestaat dat niet meer voor jou. Wel voorzag de staat in een oplossing hoor, want ja we moeten die mensen zo snel mogelijk terug op de arbeidsmarkt krijgen, maar overdrijven doen we niet. Dus er kwam een overlevingsuitkering (ik vind wel dat de naam de lading dekt) je hebt daar één jaar recht op, en heb je minderjarige kinderen dan verdubbelt dat zelfs en heb je 2 jaar recht. Er wordt zelfs gecommuniceerd, als je er graag extra bij verdiend (want wat als je je werk dreigt te verliezen als je tijdelijk weggaat) geen probleem. Er staat geen limiet op hoeveel je bijverdiend. En dan komen de belastingen op bezoek. En dan mag je (in sommige gevallen bijna het hele bedrag) teruggeven, want ja, je hebt teveel verdiend. Begrijpe wie begrijpen kan.

En dan als je na een tijd denkt dat Kafka verhuist is naar een andere weduwe en jou even met rust laat, dan komen de belastingen nog eens langs. Want ook op de inkomsten van je man moeten na de successierechten en andere kosten nog belastingen betaald worden. Had ie maar op 31 december moeten overlijden!

Heel wat van mijn lotgenoten gaan dan ook naar een rouwtherapeut of psycholoog. Soms een zoektocht naar de juiste voor je unieke rouwen. De kost daarvan die dragen we helemaal zelf.

En wie ondersteunt ons? We voelen ons in de steek gelaten en vinden dat we in de kou staan. En geloof mij, het is ijskoud.

Nele – geschreven bij het begin van de winter, 1 jaar 3 maanden en 13 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

 

 

 

 

Een olifant in stukken hakken

Ik hoorde ooit eens een verhaal, geen idee meer waar, over de dierentuin van Gent.

‘Lang geleden was er een dierentuin, in de omgeving van het Muinkpark. Op een dag werd besloten de dierentuin te sluiten wegens te weinig bezoekers. Maar wat moest er gebeuren met de dieren? Enkelen verhuisden naar Antwerpen, anderen werden gedood om hun pelzen. Tot er alleen nog 1 olifant overbleef. En omdat die zo groot was en niemand wist wat te doen, besloot iemand om het dier in stukken te hakken en op de bbq te leggen. Heel Gent zou toen een stukje olifant geproefd hebben. ‘

Geen idee of het een urban legend is of echt gebeurd. Ik denk wel af en toe aan dat verhaal, als ik alweer eens het gevoel heb dat het teveel wordt. Want zo zeggen ze dat bij ons op het werk. Als je zoveel te doen hebt, zoveel om je hoofd dan moet je de dingen kleiner maken. De olifant in stukken hakken! En stukje per stukje aanpakken.

Vandaag was weer zo een dag. Ik heb het gevoel overspoeld te worden met vragen, problemen en gevoelens. Zorgen over de kinderen, zorgen over mijn schoonbroer en mijn schoonmoeder, … En elke minuscule taak of opdracht lijkt onmogelijk.

Hoe kan ik dit nu alleen aan? Waar ben je, Tas? Kan je even met me meedenken? Kan je even helpen? Torenhoge bergen waar ik niet overheen kan kijken. Ik kijk naar die verschrikkelijk grote olifant, vandaag lukt het niet om stukken te hakken.

Tas, ik mis je!

Nele, geschreven 1 jaar, 3 maanden en 7 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Lotgenoten

8 december, 1 jaar en 3 maanden na die verschrikkelijke dag kan ik het nog steeds niet plaatsen.

Ik mis Tas zo verschrikkelijk en al word ik omringd door lieve, attente mensen , af en toe heb ik het gevoel dat ze er niets van begrijpen. Dat ze niet zien hoe het me aangrijpt als ik een vader met zijn kinderen zie wandelen. Dat het onmogelijk te begrijpen is hoe het voelt om avond na avond alleen in bed te kruipen. Ik vind minder en minder de woorden om het enorme gat ter hoogte van mijn borst te tonen aan de buitenwereld. Ik heb de moed niet meer om alweer te vertellen dat mijn hele lijf nog steeds verschrikkelijk pijn doet. Ik verdring mijn tranen zo vaak dat mijn hoofd soms op barsten staat. Ik wil het nog altijd van de daken schreeuwen ‘ Hij is dood!’ Maar mijn omgeving weet dat al. En wat dat met me doet? Ze proberen met alle macht het te begrijpen, maar ze kunnen het niet voelen.

En toen ontdekte ik de kracht van de sociale media. Ik vond er groepen jonge vrouwen die hun partner verloren. Vaak vrouwen met kleine kinderen. Digitale dorpen waar 24u op 24 iemand aanwezig is. Jonge weduwes die ook de slaap niet kunnen vatten, vrouwen die begrijpen en voelen. Ik hoef er geen babysit voor te nemen om even erkenning en herkenning te vinden. We posten er veel, foto’s, quotes, vragen, opmerkingen. Veel verdriet, soms een vleugje humor, en ook hoop en liefde. Want verdriet is onze uiting van grenzeloze liefde. De zinnen die je er het meeste leest zijn: ik snap het, ik heb dat ook, …

Erkenning, massa’s erkenning. Deze lieve vrouwen, bij elkeen viel het noodlot verschrikkelijk pijnlijk binnen, beschouw ik bijna als vrienden. Want zij weten allemaal dat tijd geen wonden heelt. Zij weten allemaal dat tijd nodig is om de wonden heel goed te verzorgen. Dat is wat we doen voor elkaar: wonden helpen verzorgen met heel veel aandacht, heel veel warmte, heel veel aanwezigheid.

Ik ben ze dankbaar voor hun ondersteuning, hun erkenning, hun warmte en aanwezigheid.

Nele – geschreven 1 jaar en 3 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

img_0197

 

 

Een sinterklaascadeau van papa

Ik had het niet verwacht, die uitnodiging. Vorig jaar was ik gecharmeerd, dit jaar eerder verbaasd dat ze toch aan ons gedacht hadden. Even twijfelde ik, ik ken er weinig mensen, of eigenlijk gewoon niemand. Maar de kinderen vonden het vorig jaar zo fijn! En de uitnodiging was zo persoonlijk. Ik ken er misschien niemand, maar zij kennen Tas.  Dus vertrokken we deze ochtend naar Tas zijn werk voor een sinterklaasfeestje.

We voelden er de aanwezigheid van Tas. Ik kan het me zo voorstellen: hoe hij iedereen dag zou zeggen, hier en daar een kwinkslag zou verkopen en toch even zou gaan kijken waarom het alarm afging. Hier zou hij van genieten. Ik hang er wat rond, geniet van een potje koffie en kijk hoe mijn kinderen openbloeien door de aandacht van al die zwarte pieten die hun  best doen elk kind te animeren. En ik vervloek de ‘zou’ in mijn zinnen.

Ik weet niet wat hun het meeste deugd doet, de aandacht of dan toch het cadeau. Twee maal schot in de roos. Een echte step van Elza en een gezelschapsspel waar de I-pad voor noodzakelijk is. Dat kan niet anders dan tof zijn. Zou papa de Sint een tip gegeven hebben. Louise is er alvast van overtuigd.

En ik, ik kreeg een prachtig geschenk. Even werd zijn naam genoemd. Even werd hij ook daar gemist. Even kwam iemand zeggen hoe hard Tuur op zijn papa lijkt. Ook al werkte Tas daar nog maar net, vergeten is hij niet.

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 19 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015