Kafka

Het ligt hier al lang op mijn tafel, een stuk vol frustraties, een stuk vol ongeloof en eindeloze onmacht. Een stuk over hoe jonge weduwes in ons welvarend land behandeld worden.

Als je als jonge moeder je partner verliest dan raak je de pedalen kwijt. Of dit nu verwacht of onverwacht is, je identiteit slaat in duizenden stukken uiteen. Je toekomst verdwenen als sneeuw onder de zon. Op hetzelfde moment hebben je kinderen nood aan ondersteuning, warmte en een liefdevolle ouder. De begrafenis regelen is een lange ketting van beslissingen, de één na de ander, waarbij je aan jezelf, de kinderen en de omgeving van je partner moet denken. Elke minuut neem je beslissingen terwijl je leven in diggelen ligt. De ondersteuning van een goede begrafenisondernemer is dan ook cruciaal. Ik had nooit gemerkt wat een belangrijke job dit is, en het moet gezegd ik had er één uit de duizend.

En dan komt de Belgische staat …

Als je partner sterft dan heb je recht op drie dagen klein verlet. Drie dagen!!! Ik wil het nog eens schrijven: drie dagen krijg je! Toch de vergelijking maken, als je een kind krijgt, uiteraard ook een ingrijpende belevenis in je leven, krijg je als vader tien dagen en als moeder 15 weken, en dan heb ik het niet gehad over het uitgebreide ouderschapsverlof voor beide ouders. Ik ken geen enkele weduwe met kleine kinderen die na drie dagen het werk kon hervatten. Geen enkele ken ik er. Ze worden gedwongen in ziekteverlof te gaan, en daarvoor heb je alweer papieren nodig, daarvoor moet je een doktersbriefje hebben. Ik hoorde al veel verhalen van de arbeidsgeneesheer. Ook ik ben er twee keer langs geweest. Hij vroeg me welke medicatie ik nam. Weet hij dat dan niet? Voor deze soort pijn, bestaat geen enkel medicijn. Maar dat antwoorden, dat kon ik niet, ik was daarvoor te kwetsbaar op dat moment.

En dan kom ik aan de eindeloze resem papieren, alles op zijn naam zetten van auto tot de energierekening. Abonnementen aanpassen of opzeggen. Geen enkele waarbij dat eenvoudig gaat. Dit naast de eindeloze reeks papieren voor de bank. Als je het goed geregeld hebt dan zijn er gelukkig niet zoveel discussies, maar als je bijvoorbeeld niet getrouwd was…. pfff Ik kan hier een troosteloze opsomming maken van weduwes die in situaties zitten waar ze het huis terug van hun kinderen moeten kopen, waar pensioensparen naar schoonfamilie ging, waar geen of een kleine schuldsaldo-verzekeringen werden afgesloten met alle gevolgen vandien, … Bij elk van hen is Kafka op bezoek geweest als ie al verdwenen is. Tas en ik waren getrouwd, en dan nog.

Mag ik één voorbeeld geven van hoe het werkt? De bank gaf me de volgende opdracht: ‘Mevrouw, dit papier moet nog ondertekend worden door de arts die de dood vaststelde.’ ‘Meneer, ik weet niet wie dat is, mijn man is verongelukt op de weg ?’. ‘Kan de politie jou niet helpen.’ Bij slachtofferhulp zouden ze me terugbellen. Ik wacht nog steeds op die telefoon. Bij de politie wisten ze van niets. Bij het parket konden ze me wel de pv-nummers bezorgen, want die zal je nog nodig hebben mevrouw. Dan maar terug naar de bank met die pv-nummers. Na een week krijg ik weer bericht. ‘Mevrouw, met die pv-nummers zijn we niets want het dossier is geheim tot het afgerond is. En ik moet echt een handtekening van de arts die de dood heeft vastgesteld.’ Ik snap wel waarom, het is om de kleine lettertjes te controleren. Maar ik gaf zelfs een krantenartikel waarop duidelijk was dat het over een ongeval gaat. Ik wou het onder ede verklaren. Wat kon ik meer doen. Uiteindelijk was er een vriendelijke bediende die me de raad gaf naar Tas zijn huisdokter te gaan. Dus ik weer met mijn papier op weg. ‘Dokter, kan je aub dit document invullen.’ Heel even zei hij ‘Nele, ethisch gezien kan ik dit niet invullen want ik heb de dood niet vastgesteld.’ Hij heeft het niet volgehouden. Mijn hele lijf stond op exploderen en innerlijke schreeuwde ik alle pijn in een oerkreet eruit. Hij heeft dan maar verklaard als dokter dat Tas gestorven is in een moto-ongeluk (en er in kleine letters bijgeschreven dat hij dat niet vastgesteld heeft maar verklaard). Zijn verklaring was veel belangrijker dan de mijne.

Zo ken ik helaas veel te veel verhalen. Over inboedelbeschrijvingen waar uiterst pijnlijk elk hoekje, elke bezitting werd aangeraakt en getaxeerd, en daarvoor moet je nog veel geld betalen ook. Dit terwijl je als kersverse weduwe die tandenborstel die hij als laatste aanraakte geen millimeter wil verzetten. Over notariskosten (want met minderjarige kinderen heb je geen keuze) en notarisgrapjes over afwezige testamenten. Over zware begrafeniskosten, successierechten en familie die opeens geld van je tegoed geeft.

Snap je nu dat sommige dagelijkse problemen van anderen voor mij zo pieteluttig klein lijken dat ik ze onmogelijk serieus kan nemen?

Ik had geluk met mijn notaris, ze zorgde ervoor dat de inboedelbeschrijving niet nodig was, maar sowieso blijft het een dure verplichting. Als je een kind krijgt dan krijg je premies en ondersteuning in huis. Als je partner sterft dan krijg je rekeningen en draag je die allemaal alleen. Gelukkig bestaat er een weduwepensioen hoor ik een paar mensen denken. Helaas, fout! Dit geldt niet voor ons, de jonge weduwes. Want sinds kort heb je daar enkel nog recht op vanaf 45 jaar. Ben je jonger dan 45? Dan bestaat dat niet meer voor jou. Wel voorzag de staat in een oplossing hoor, want ja we moeten die mensen zo snel mogelijk terug op de arbeidsmarkt krijgen, maar overdrijven doen we niet. Dus er kwam een overlevingsuitkering (ik vind wel dat de naam de lading dekt) je hebt daar één jaar recht op, en heb je minderjarige kinderen dan verdubbelt dat zelfs en heb je 2 jaar recht. Er wordt zelfs gecommuniceerd, als je er graag extra bij verdiend (want wat als je je werk dreigt te verliezen als je tijdelijk weggaat) geen probleem. Er staat geen limiet op hoeveel je bijverdiend. En dan komen de belastingen op bezoek. En dan mag je (in sommige gevallen bijna het hele bedrag) teruggeven, want ja, je hebt teveel verdiend. Begrijpe wie begrijpen kan.

En dan als je na een tijd denkt dat Kafka verhuist is naar een andere weduwe en jou even met rust laat, dan komen de belastingen nog eens langs. Want ook op de inkomsten van je man moeten na de successierechten en andere kosten nog belastingen betaald worden. Had ie maar op 31 december moeten overlijden!

Heel wat van mijn lotgenoten gaan dan ook naar een rouwtherapeut of psycholoog. Soms een zoektocht naar de juiste voor je unieke rouwen. De kost daarvan die dragen we helemaal zelf.

En wie ondersteunt ons? We voelen ons in de steek gelaten en vinden dat we in de kou staan. En geloof mij, het is ijskoud.

Nele – geschreven bij het begin van de winter, 1 jaar 3 maanden en 13 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

 

 

 

 

Een olifant in stukken hakken

Ik hoorde ooit eens een verhaal, geen idee meer waar, over de dierentuin van Gent.

‘Lang geleden was er een dierentuin, in de omgeving van het Muinkpark. Op een dag werd besloten de dierentuin te sluiten wegens te weinig bezoekers. Maar wat moest er gebeuren met de dieren? Enkelen verhuisden naar Antwerpen, anderen werden gedood om hun pelzen. Tot er alleen nog 1 olifant overbleef. En omdat die zo groot was en niemand wist wat te doen, besloot iemand om het dier in stukken te hakken en op de bbq te leggen. Heel Gent zou toen een stukje olifant geproefd hebben. ‘

Geen idee of het een urban legend is of echt gebeurd. Ik denk wel af en toe aan dat verhaal, als ik alweer eens het gevoel heb dat het teveel wordt. Want zo zeggen ze dat bij ons op het werk. Als je zoveel te doen hebt, zoveel om je hoofd dan moet je de dingen kleiner maken. De olifant in stukken hakken! En stukje per stukje aanpakken.

Vandaag was weer zo een dag. Ik heb het gevoel overspoeld te worden met vragen, problemen en gevoelens. Zorgen over de kinderen, zorgen over mijn schoonbroer en mijn schoonmoeder, … En elke minuscule taak of opdracht lijkt onmogelijk.

Hoe kan ik dit nu alleen aan? Waar ben je, Tas? Kan je even met me meedenken? Kan je even helpen? Torenhoge bergen waar ik niet overheen kan kijken. Ik kijk naar die verschrikkelijk grote olifant, vandaag lukt het niet om stukken te hakken.

Tas, ik mis je!

Nele, geschreven 1 jaar, 3 maanden en 7 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Lotgenoten

8 december, 1 jaar en 3 maanden na die verschrikkelijke dag kan ik het nog steeds niet plaatsen.

Ik mis Tas zo verschrikkelijk en al word ik omringd door lieve, attente mensen , af en toe heb ik het gevoel dat ze er niets van begrijpen. Dat ze niet zien hoe het me aangrijpt als ik een vader met zijn kinderen zie wandelen. Dat het onmogelijk te begrijpen is hoe het voelt om avond na avond alleen in bed te kruipen. Ik vind minder en minder de woorden om het enorme gat ter hoogte van mijn borst te tonen aan de buitenwereld. Ik heb de moed niet meer om alweer te vertellen dat mijn hele lijf nog steeds verschrikkelijk pijn doet. Ik verdring mijn tranen zo vaak dat mijn hoofd soms op barsten staat. Ik wil het nog altijd van de daken schreeuwen ‘ Hij is dood!’ Maar mijn omgeving weet dat al. En wat dat met me doet? Ze proberen met alle macht het te begrijpen, maar ze kunnen het niet voelen.

En toen ontdekte ik de kracht van de sociale media. Ik vond er groepen jonge vrouwen die hun partner verloren. Vaak vrouwen met kleine kinderen. Digitale dorpen waar 24u op 24 iemand aanwezig is. Jonge weduwes die ook de slaap niet kunnen vatten, vrouwen die begrijpen en voelen. Ik hoef er geen babysit voor te nemen om even erkenning en herkenning te vinden. We posten er veel, foto’s, quotes, vragen, opmerkingen. Veel verdriet, soms een vleugje humor, en ook hoop en liefde. Want verdriet is onze uiting van grenzeloze liefde. De zinnen die je er het meeste leest zijn: ik snap het, ik heb dat ook, …

Erkenning, massa’s erkenning. Deze lieve vrouwen, bij elkeen viel het noodlot verschrikkelijk pijnlijk binnen, beschouw ik bijna als vrienden. Want zij weten allemaal dat tijd geen wonden heelt. Zij weten allemaal dat tijd nodig is om de wonden heel goed te verzorgen. Dat is wat we doen voor elkaar: wonden helpen verzorgen met heel veel aandacht, heel veel warmte, heel veel aanwezigheid.

Ik ben ze dankbaar voor hun ondersteuning, hun erkenning, hun warmte en aanwezigheid.

Nele – geschreven 1 jaar en 3 maanden na die verschrikkelijke 8ste september 2015

img_0197

 

 

Een sinterklaascadeau van papa

Ik had het niet verwacht, die uitnodiging. Vorig jaar was ik gecharmeerd, dit jaar eerder verbaasd dat ze toch aan ons gedacht hadden. Even twijfelde ik, ik ken er weinig mensen, of eigenlijk gewoon niemand. Maar de kinderen vonden het vorig jaar zo fijn! En de uitnodiging was zo persoonlijk. Ik ken er misschien niemand, maar zij kennen Tas.  Dus vertrokken we deze ochtend naar Tas zijn werk voor een sinterklaasfeestje.

We voelden er de aanwezigheid van Tas. Ik kan het me zo voorstellen: hoe hij iedereen dag zou zeggen, hier en daar een kwinkslag zou verkopen en toch even zou gaan kijken waarom het alarm afging. Hier zou hij van genieten. Ik hang er wat rond, geniet van een potje koffie en kijk hoe mijn kinderen openbloeien door de aandacht van al die zwarte pieten die hun  best doen elk kind te animeren. En ik vervloek de ‘zou’ in mijn zinnen.

Ik weet niet wat hun het meeste deugd doet, de aandacht of dan toch het cadeau. Twee maal schot in de roos. Een echte step van Elza en een gezelschapsspel waar de I-pad voor noodzakelijk is. Dat kan niet anders dan tof zijn. Zou papa de Sint een tip gegeven hebben. Louise is er alvast van overtuigd.

En ik, ik kreeg een prachtig geschenk. Even werd zijn naam genoemd. Even werd hij ook daar gemist. Even kwam iemand zeggen hoe hard Tuur op zijn papa lijkt. Ook al werkte Tas daar nog maar net, vergeten is hij niet.

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 19 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

 

 

Ben ik gek geworden?

Laatst zag ik op tv een debat over jongerenwerkloosheid. Blijkbaar kan je als langdurig werkloze beter zeggen dat je een tijdje een depressie had dan vertellen dat je geen passende job vond. Men keek eens op, maar niemand rond de tafel stelde zich de vraag of er dan niet iets grondig mis is met onze maatschappij. Ben ik gek geworden dan, dat ik me dat wel afvraag? Als depressies en burn-outs schering en inslag zijn, moeten we dan niet dringend nadenken?

Er was weer eens een ongeval op de weg, zoals dagelijks en daardoor kwamen veel mensen in de file te staan. Dé frustratie is dan: hoe kom ik op tijd, oh nee, die belangrijke vergadering is vandaag! Ben ik gek geworden dan, dat ik mijn hart vasthoud en hoop dat het enkel blikschade is? Dat er niet opnieuw een vader, een moeder, een partner, een kind vreselijk bezoek krijgt van de politie?

Mensen kwamen op straat om recht op een goede zorgverlening te vragen. Frustraties over volle treinen, files en tikkende klokken. Ben ik gek geworden dan, dat ik welke manier dan ook om hier aandacht voor te vragen normaal vind? Dat ik het niet erg vind dat we daardoor eens een dagje niet kunnen doen wat we planden?

Therapeuten, psychologen, psychiaters en medicatie worden mij en de kinderen aangeboden aan een moordend tempo. Ben ik gek geworden dan, dat ik in eerste instantie wil leunen op mijn vrienden? Dat we niet enkel bij die ene rouwtherapeut wenen, maar ook bij onze naaste omgeving. Dat de kinderen op school hun emmertjes laten overlopen en niet bij een volkomen vreemde?

Ik denk echt dat ik gek geworden ben. Ik versta niets meer van de buitenwereld en heb moeite om zelf te blijven staan. Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik met deze wereld moet.

Vroeger, toen Tas er nog was, dacht ik het te weten. We fantaseerden vaak over samen oud worden. Ik zou dan in een schommelstoel een heks worden, waar de buurtkinderen bang van zouden zijn. Ik vond dat wel een fijne rol en Tas zag het al helemaal voor zich. Ik vrees dat mijn rol herschreven is. Ik word een gekke vrouw, die wartaal uitkraamt die alleen zijzelf verstaat.

‘Het is gruwelijk.
Alles begint opnieuw
alsof er niets
gebeurd was.

In stekelige takken
kabaal van vogels.
Piepend en knarsend zet
de winter in. De wind
plukt aan ontstemde snaren
van hoop en begoocheling.

Er is niets
gebeurd. Alles begint
opnieuw. Het is
gruwelijk.’
Vrij naar Hanny Michaelis.

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 16 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

 

Vastgelopen

Deze morgen bracht ik de kinderen met de wagen naar school. Mijn voetafdruk is behoorlijk naar omhoog gegaan sinds Tas weg is. Pas nu merk ik dat duurzaam zijn ook energie vraagt. Energie die ik niet meer heb. En dus breng ik, tegen beter weten in, de kinderen niet met de fiets maar met de auto naar school. Nu moet je weten dat er al maandenlang werken zijn aan de school en parkeren eigenlijk een hel is. Ik probeer net zoals veel anderen zo dicht mogelijk bij de school te parkeren. Waanzinnig idee, dat weet mijn verstand ook wel, moest het werken.

Deze morgen reed ik een straatje in, maar mijn tegenligger vond dat hij te lang gewacht had, blokkeerde me en maakte duidelijk dat ik achteruit moest. Ondertussen was er, uiteraard, iemand achter mij gereden. Ik zit vast. Vastgelopen tussen twee wagens. De symboliek overvalt me en raakt me keihard. Ik kan niet meer terug naar vroeger en ik kan ook niet vooruit de toekomst in. Ik zit helemaal blok en mijn probleemoplossend vermogen is eraan. Het liefst wil ik daar ter plaatse gewoon blijven staan en een potje janken. Maar ik heb twee kinderen op de achterbank, de persoon achter me verstaat het probleem en is duidelijk wel nog in staat om te reageren. Hij rijdt achteruit zodat er een uitweg komt. Ik kan het niet laten en stap uit om aan de persoon voor me toch te vragen om wat vriendelijkheid in het leven. Stom idee, mijn verstand werkt niet meer.

Dus rij ik achteruit, heel traag en voorzichtig. Niet eens omdat ik die man wil tergen, maar omdat ik vorige week al twee maal tegen een paaltje reed en een derde paaltje nefast zal zijn voor mijn zelfvertrouwen en de achterkant van mijn auto.

Uiteindelijk parkeer ik me heel ver van de school waar ik niemand in de weg loop. Een plek zonder paaltjes. De kinderen halen het alweer niet voor het belsignaal.

Het gevoel dat ik vastzit blijft aan me hangen. Mijn hoofd functioneert niet meer. Vastgelopen tussen hoe het was en hoe het nooit meer zal zijn.

Nele geschreven 1 jaar 2 maanden en 7 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

Voor altijd op reis met onze eigen caravan.

‘ Het kan lang duren voordat het echt tot kinderen doordringt dat de overledene nooit meer terugkomt. Zij zouden het liefst de tijd terugdraaien. Het is een zware klus om te accepteren dat de wereld voorgoed veranderd is.’ lees ik in het boek ‘Jong verlies – Rouwende kinderen serieus nemen’ van Riet Fiddelaers-Jaspers.

Er gaat geen week voorbij dat er niet eens een momentje is waarop dat benoemd wordt hier in huis. Louise wil het liefst terug baby zijn, dan is papa er nog. Tuur draait eindeloos de klok terug en zegt dat ie later een tijdmachine zal uitvinden.

Laatst reden we terug naar huis van een bezoekje aan oma. Ons gesprek:

Tuur: ‘Kijk, een caravan. Oh mama, ik wou dat wij een caravan hadden’.
Louise: ‘Oh ja, en dan kunnen we gewoon altijd op reis!’
Tuur: ‘En dan gaan we nooit meer naar school.’
Ik: ‘Hocus pocus pats! Ik wou dat we een caravan hadden.’
Tuur: ‘Stel je voor, dat je echt kon toveren mama! Misschien is het wel gelukt en staat er nu thuis een caravan op ons te wachten.’
Louise: ‘Oh super. Eentje met gordijnen voor de ramen.’
Tuur: ‘ En met een ijskast en een tv’
Ik: ‘Ik denk dat ik geen tv getoverd heb.’
Tuur: ‘Hocus pocus pats er zit een tv in de caravan. Als jij het kan, dan kan ik het ook.’
Louise: ‘En we hebben bedjes nodig. Drie.’
Tuur: ‘Of twee, nee doe maar drie, want mama kan niet de hele tijd rijden’.
Louise: ‘Ik wou dat er vier bedjes nodig waren en dat papa ons opwacht in de caravan.’
Ik: ‘Papa mag anders wel bij mij in bed slapen.’
Louise: ‘Ok! Beslist drie bedjes, twee kleintjes en één heel groot.’
Tuur: ‘Ik denk eigenlijk echt dat er een caravan zal staan als we thuis zijn.’
Louise: ‘En ik denk dat papa daar zal zijn. Dan vertrekken we direct op reis en blijven voor altijd samen.’
Tuur: ‘En we gaan nooit meer naar school! Dan hoeft mama ook niet de hele tijd te rijden, papa kan dat denk ik beter.’
Ik ween stilletjes en ongemerkt achter het stuur en bedenk dat ik nooit van mijn leven met een caravan durf te rijden.

We gingen onderweg nog iets eten en het verhaal van de caravan was een beetje naar de achtergrond gegleden. Geen woord over de caravan die er niet stond toen we thuis kwamen. Maar twee dagen later kam het toch nog even heel stilletjes ter sprake. Net voor het slapen gaan … ‘Je kan niet toveren, mama! Papa is nog altijd weg. En die caravan, die was er ook al niet.’

Ik wil wel blijven proberen. Tegen beter weten in.

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 26 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

 

 

 

De mama van Tas

Mijn schoonmoeder, ze was al oud toen ik ze leerde kennen, in de zeventig.

De mama van Tas. Een stuurse vrouw die haar part verdriet en overleven al gehad had in het leven. Toen al! Een vrouw van weinig woorden. Duidelijk vanaf de eerste dag dat ik haar ontmoette. Dat ik haar zoon graag zag? ‘Ja, ja’. Eerst zien en dan geloven, dat had het leven haar zo geleerd.

Mijn schoonmoeder, ze had de touwtjes stevig in handen. Die touwen is ze nu kwijt. Haar hersenen spelen een spel met haar. Ze heeft geen vat meer op de tijd. Ze verhuist in enkele minuten van haar ziekenhuiskamer naar een plaats van lang geleden naar haar huisje in Lennik. Ik haal haar zachtjes elke keer terug naar de realiteit, naar haar ziekenhuiskamer waar het normaal is dat haar trouwfoto niet hangt. ‘Een mooie man hé?’ vroeg ze me altijd als ze ernaar keek. Ik knikte en vond stiekem de mijne mooier.

De mama van Tas. De Parkison nam zelfs haar glimlach af. Haar stuursheid heeft haar hele gezicht overgenomen. Maar haar ogen staan helderder dan ze in tijden hebben gestaan.  In haar ogen lees ik verdriet, een moeder zou haar kind niet mogen overleven. We lezen ons gemeenschappelijk verdriet in elkaars ogen waar de tranen prikken. Dat ik haar zoon graag gezien heb? Ja, ze weet het nu wel zeker.

Mijn schoonmoeder, ze hield van de kleine dingen en zorgde ervoor dat haar voorkomen naar behoren was. Nu staart ze naar haar handen en armen. Ze vindt ze oud en lelijk en snapt niet waar de tijd naartoe glipt. Ik streel haar bevende handen.

De mama van Tas. Hij was zo bezorgd over haar gezondheid en gunde haar een optimale verzorging. Eentje van 24u op 24u. Zij voelt zich opgesloten in deze ziekenhuiskamer met tropische temperaturen. Seizoenen moet je niet zien uit een raam, die moet je voelen op je huid. En als de verpleegster me verteld over hoe ze weigert haar medicatie in te nemen, voel ik weer even haar wilskracht. Na een leven vol pillen slikken, krijgt ze nu schrik. En als ik hoor hoe ze zelfs een glas water in die andere verpleegster haar gezicht smeet, moet ik innerlijk glimlachen. Misschien wel haar laatste opstandige daad.

Mijn schoonmoeder. Ze is haar opstand vast al vergeten. Net zoals zoveel. Waarschijnlijk weet ze niet meer dat ik daar was, denk ik, terwijl ik terug huiswaarts rij. Ik wist niet meer wat ik haar wensen moest toen ik afscheid nam. ‘Slaap straks dan maar lekker!’ was het enigste dat ik bedenken kon.

Het leven was hard voor haar, ik hoop dat de dood dat niet zal zijn. Hou je het nog even vol, mama van Tas? Ik kom zo snel ik kan terug.

Nele – geschreven 1 jaar 1 maand en 22 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.

img_3343

 

 

 

Duizend stukken

Tijd… ze zeggen dat het helpt. Ik heb moeite om ze te geloven.
Het verdriet, het gemis is steeds aanwezig, zoals zachte regen die maar blijft naar beneden vallen. Het verdriet zit in onze botten en we kunnen er niet aan ontsnappen.

De constante druk van het verdriet eist zijn tol, bij mij en bij de kinderen. Louise en ik maakten vandaag hartjes met onze handen. ‘Boem’ zei ze, zo ging het met papa zijn hart, in duizend stukken. ‘Boem’ dacht ik, want sinds dat moment liggen ook wij in duizend stukken.

Eén van de dingen die stuk zijn, is onze interne filter. We nemen alles groter dan het is. Je kan ons omver blazen met één enkele zucht. Kleine incidentjes maken dat de kinderen vaak van slag zijn. Kleine voorvalletjes doen me wankelen.

Ze zeggen dat intens verdriet mensen veranderd. Ik weet alleen niet in wat? Hoe dat moet? Hoe moeten we die duizenden stukken weer oprapen en wat moeten we er in godsnaam van maken.

We verstaan de buitenwereld niet meer en we weten niet wie we zijn.
Wat overblijft is pijn. Het is de enige manier die we op dit moment kennen om te tonen dat we hem graag zien.

Nele – geschreven 1 jaar, 1 maand en 6 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015

hart

 

Konden we je maar terug wensen

Vorig weekend was een topweekend voor Louise. Top, en toch … Ze mocht naar een verjaardagsfeestje. Altijd genieten. Een papa en een mama waren in charge. De dag nadien kregen we bezoek. Een luisterend oor bij een aperitief, lekker samen eten koken en een dessertje voor de kinderen. Mama, papa en twee prachtige kinderen. Jongens in de zetel met bijhorende telefoons en tablets. Meisjes die over de leeftijdsgrenzen heen, samen op zoek gaan naar meisjesdingen. Zij waren het die onder deskundige begeleiding van de papa, de lekkere quiches maakten. Louise genoot met volle teugen.

’s Avonds kwam de weerbots. ‘Mama, denk je dat papa ooit nog terugkomt?’ vroeg mijn lieve meid. ‘Dat kan niet schat!’ was mijn antwoord en ik zag de paniek in haar ogen. ‘Ik weet het liefje, ik weet het. Ik mis hem ook’. En ik ga voor de zoveelste keer op zoek naar de dingen die ze wel kan blijven vasthouden.

Net voor het slapen gaan probeert ze het nog eens opnieuw. ‘Mama, denk je echt dat papa niet meer zal terugkomen?’ Ze geeft me geen kans om te antwoorden. ‘Ik denk het wel, mama, ik denk het wel’. De moed zakt me in de schoenen. Ik kan niet meer. Dus zwijg ik. Ze gaat slapen met een vastberaden uitdrukking op haar gezicht.

Ik snap haar wel, ik doe het ook!

De heldere najaarszon, ze kan me niet verwarmen.
Rillend voel ik de ijzige kou mijn botten omarmen.

De duisternis valt, sneller dan verwacht.
Geen ster te bespeuren in deze zwarte, donkere nacht.

Ik wacht op je komst en hoor een moto vertragen.
Je bent het weer niet. Moedeloosheid aan elkaar ragen.

Hoe moeten we nu leven zonder jou?
We zijn zo moe van het diepe verdriet en de ijzige kou.

Kom gewoon even naar huis, we zullen het niet verklappen.
’t zou toch helemaal iets voor jou zijn? Jij met je flauwe grappen.

Even maar, verlicht even de pijn.
Mag dat even, onze vurigste wens zijn?

Nele – geschreven 1 jaar 2 maanden en 3 dagen na die verschrikkelijke 8ste september 2015.